recensie theater

McBurneys ogenschijnlijk losse structuur geeft de acteurs de ruimte uit te pakken in De Kersentuin ★★★★★

Hoe Chris Nietvelt balanceert op de rand van geëxalteerde inleving en diepe treurnis is grote klasse.

Janni Goslinga (links) en Chris Nietvelt in De Kersentuin. Beeld Henri Verhoef

Theater

De Kersentuin 

Van Anton Tsjechov

Door ITA

Regie Simon McBurney

★★★★★

16/6, Stadsschouwburg, Amsterdam. Daar t/m 23/6. Tournee dit najaar.

Onder de sterrenhemel in het open veld wordt feestgevierd met muziek en dans, bier en zoenen. Af en toe valt een ster. Maar niemand doet een wens, die vallende sterren zijn een voorbode van wat de mensheid te wachten staat: de volledige ondergang van de aarde. Althans, dat valt op te maken uit Simon McBurneys versie van De Kersentuin van Anton Tsjechov. Hij regisseert dit stuk nu bij Internationaal Theater Amsterdam (ITA), als onderdeel van het Holland Festival. Afgelopen zondag ging het stuk in première en daar werd reikhalzend naar uitgekeken, want McBurney is een internationaal gelauwerde theatermaker en operaregisseur.

Dansen op de vulkaan in De Kersentuin. Beeld Henry Verhoef

Vooraf werd uit de persberichten duidelijk dat hij Tsjechovs stuk zou actualiseren en overbrengen van 1904 naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Dat klopt slechts ten dele en geldt enkel voor de kostuums en voor de hier en daar bijgeschreven of aangepaste zinnetjes over klimaatproblemen, de kloof tussen arm en rijk en de noodzaak tot sociale woningbouw. Verder is zijn voorstelling onnadrukkelijk geactualiseerd en behoorlijk trouw aan Tsjechovs originele tekst en personages. Dat levert in dit geval een inventieve, verrassende, volkomen geloofwaardige en naar het eind toe hartverscheurend mooie voorstelling op.

De Kersentuin anno 1904 in het kort: de kersentuin bij het landhuis van de berooide weduwe Amanda moet worden verkocht zodat ze haar schulden kan aflossen. Nadat ze eerst haar man verloor en vlak daarna haar zoontje verdronk, is ze naar Parijs vertrokken, waar ze een minnaar treft die op haar zak leeft. Berooid keert ze terug naar Rusland waar de koopman Steven haar kersentuin wil verkopen om er zomerhuisjes op te bouwen. De kersen brengen niets meer op, maar de vakantiehuisjes trekken toeristen – en dus geld. Zo gaat De Kersentuin over het afscheid nemen van het vertrouwde en over de nieuwe tijd die zich aankondigt.

In De Kersentuin anno 2019 zet Simon McBurney zijn veertien personages neer op een houten vlonder, waarin je zowel een eiland als een dobberend vlot kunt herkennen. De enorme lege ruimte daaromheen is bij hem een soort niemandsland waar in het halfduister af en toe iemand ronddoolt. Vaak is er sprake van georganiseerde chaos, dan weer zet hij de schijnwerpers letterlijk op zijn personages, die onderling veel te verhapstukken hebben. Met het gebruik van serene projecties – een witte kersentuin, de contouren van Parijs, landschappen met koeltorens van kerncentrales, het bos van vroeger in al zijn groene weelde – bepaalt McBurney de sfeer. Aangevuld met een ingenieus geluidsdecor met vogeltjes, dichtslaande deuren en tenslotte het snerpend geluid van zagen die de bomen omhakken.

In deze ogenschijnlijk losse structuur krijgen de acteurs van ITA stuk voor stuk de ruimte om uit te pakken. Met in de voorste linie Chris Nietvelt (Amanda) en Gijs Scholten van Aschat (Steven). Nietvelt, gekleed in allerlei kleurrijke soepjurken die haar niettemin elegant staan, balanceert op de rand van geëxalteerde inleving en diepe treurnis. Hoe zij het verdriet over de dood van haar zoontje ineens omzet in zogenaamde stoerheid en later in slowmotion in elkaar zakt als ze hoort dat de kersentuin is verkocht: het is grote klasse. Scholten van Aschat maakt van de koopman een monumentale rol. Met zijn tekstbehandeling, zijn alsmaar bewegende armen, zijn drift én compassie dendert hij door deze bijna vergane wereld. De personages zijn allemaal net even aangezet en voortdurend overstuur, maar ze doen dat heel goed. Met een speciale vermelding voor Janni Goslinga als de in alles gedesillusioneerde Clara: prachtig als ze aan het slot zelfs haar laatste hoop op een beter leven onder haar betraande ogen ziet oplossen.

Naar het eind toe zet McBurney de zaken op scherp: niet alleen de kersentuin, maar deze hele aarde is gedoemd te verdwijnen. In het slotdeel zien we als het ware de laatste bewoners op een rij, met hun gezichten naar ons toe, te midden van kaalslag en roofbouw. Elk personage krijgt nog even een spotje op zich gericht totdat ook dat langzaam dooft. Daarna rest enkel nog een dodenkelder.

Kersentuinen in Nederland

Het Nederlandse theater kent een rijke traditie van Kersentuin-ensceneringen. Bijna elke zichzelf respecterende regisseur heeft zijn of haar tanden erin gezet. Erik Vos, Gerardjan Rijnders, Hans Croiset en Johan Simons kwamen in de loop der jaren met een eigen visie op Tsjechovs laatste stuk. De mooiste tot nu was die van Peter Zadek in zijn regie bij het Wiener Burgtheater, die hier in 1998 ook in het Holland Festival te zien was. Topactrice Angela Winkler speelde toen de ruisende hoofdrol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden