Reis door mijn kamerMaxim Februari

Maxim Februari doet bodybuilding in de schaduw van zijn grote werken

Maxim Februari: ‘Had ik niet beloofd u rond te leiden door mijn studeerkamer? Had u niet gehoopt een glimp op te vangen van mijn pyjama?’Beeld Ivo van der Bent

Maxim Februari ligt halverwege het trappenhuis sit-ups en crunches te doen en probeert orde te scheppen. Waar zou de badkamer zich bevinden in het huis? En de schrijver in de wereld?

Tussen het schrijven door lig ik op een matje in het trappenhuis sit-ups en crunches te doen en tegelijkertijd kijk ik omhoog naar het raadselachtige plafond waarlangs de trap omhoog slingert. Op zo’n moment weet ik dat de badkamer daarboven ergens moet zijn. Maar waar?

Eerlijk gezegd heb ik geen flauw idee hoe mijn huis in elkaar zit. Het is alweer bijna twee jaar geleden dat ik hier ben komen wonen en ik weet nog steeds niet waar de badkamer is. Wees niet bang, ik kan hem wel vinden, als ik mijn tanden wil poetsen of zo. Maar zodra ik achter mijn schrijftafel zit, weet ik niet meer of hij zich in zuidelijke of oostelijke richting bevindt. Naar rechts? Schuin boven me? Waar is de badkamer gebleven?

Nu we toch intimiteiten met elkaar delen, wil ik ook best opbiechten dat ik al een leven lang ’s nachts word bezocht door twee architecturale dromen. In de ene droom reis ik de hele nacht met de lift op en neer. Een simpele freudiaanse droom is dat, een teken dat ik slecht kan kiezen tussen het hogere en het lagere.

In de andere droom woon ik in een oud huis waarin dan onverwacht een extra kamer blijkt te zijn, warm en uitnodigend, een maagdelijk vertrek in mijn huis en hoofd dat ik nog nooit eerder heb bezocht. Dit is een droom over ongekende mogelijkheden.

Nou goed, vorig jaar, toen ik hier na allerlei verbouwingen zo’n beetje gesetteld was, begon ik te beseffen dat ik het huis uit mijn dromen had gekocht. Niet het huis van mijn dromen. Nee, het gebouw met de volstrekt ondoorgrondelijke plattegrond dat ik ken uit mijn dromen. Het huis waarin ik nog niet alle kamers heb ontdekt.

Waarom vertel ik dit eigenlijk aan wildvreemden? Omdat u net als ik in huis zit opgesloten, geloof ik. Daardoor is de gedachte ontstaan dat ik u iets kan bijbrengen over het leven in afzondering. Het is maar de vraag of dat lukt, want dat gehengel naar het privéleven van schrijvers, naar hun dagritme en hun interieur, is niet veel meer dan verproletariseren van het genie, zegt de Franse filosoof Roland Barthes. Het wekt de suggestie dat de schrijver, de specialist van de menselijke ziel, ook is onderworpen aan ‘het hedendaagse statuut van de arbeid’.

Tegelijk – ik citeer nog steeds Barthes en zijn essay L’écrivain en vacances – komt door dit verproletariseren de nadruk nog sterker te liggen op de superioriteit van de scheppende mens. Hij kan zijn mens-zijn toegeven, vertellen over zijn huis, zijn liefdesleven en zijn voorkeur voor korte broeken, maar onder die onnozele oppervlakte gaat zijn goddelijke werk natuurlijk gewoon door. Vandaar ook dat lezers een hemelse status verlenen aan schrijvers.

‘Ik kan me als eenvoudige lezer ontroerd en zelfs gevleid voelen als ik door intieme mededelingen deelgenoot word van het dagelijks leven van een mensensoort dat is uitverkoren door zijn genie: ik voel me verrukkelijk verwant met een mensheid waarin, zoals ik in de krant heb gelezen, deze of gene schrijver blauwe pyjama’s draagt.’

Mooi zo; ik lig in mijn oudste broek halverwege de trap flutter kicks te doen en staar in deze heilige sfeer omhoog naar de badkamer. Ik doe bodybuilding in de schaduw van mijn grote werken.

Orde scheppen

Maar laten we ons, vanwege de situatie, bij hoge uitzondering lekker niks aantrekken van de goddelijkheid van de schrijver en liever eens vragen hoe vitaal zijn beroep is. Hoe nuttig is dat thuisblijven tussen de boeken? Hoe maatschappelijk relevant?

Tijdens de laatste weken heb ik al een paar keer teruggedacht aan een gesprek over thuisblijven dat ik vroeger tijdens literaire avonden weleens voerde met krantenlezers en romanlezers. Op een Engelse kerkbazaar had ik ooit een boekje gevonden van Thomas Carlyle, uit 1841, met een passage over ‘the duty of staying at home’.

Dit citaat gebruikte ik als motto voor een roman. ‘Men speak too much about the world’: iedereen heeft het maar steeds over de wereld, terwijl er juist zoveel goeds schuilt in thuisblijven. Sterker nog, de enige manier om de wereld te redden is door thuis te blijven.

Veel romanlezers vonden dat een raadselachtig devies. Ze begrepen best dat het een variant was op het cliché dat je de wereld moet verbeteren door bij jezelf te beginnen. Maar toch. Je moest toch wel bij de wereld betrokken blijven? Jawel, zei ik dan, maar al dat praten over de wereld is soms niets anders dan bluf. Je mond af en toe houden, zei ik in boekwinkels, betekent niet dat je de wereld vergeet, integendeel. Het betekent alleen dat je probeert orde te scheppen in je eigen leven en denken.

‘Ik weet dat de badkamer daarboven ergens moet zijn. Maar waar?’

Zoveel mogelijkheden

En vandaar dat ik nu halverwege het trappenhuis lig en om me heen kijk. Al die kamers, al die keuzes! Al die vertrekken die ik nog zo graag aan u zou laten zien. Had ik niet beloofd u rond te leiden door mijn studeerkamer? Had u niet gehoopt een glimp op te vangen van mijn pyjama? Ik kan me echt levendig indenken dat u iets leukers had verwacht van een inkijkje in het privéleven van het genie. Nou, vooruit dan, kom maar eventjes mee naar de keuken.

Ik geef toe, het is niet de studeerkamer, maar de keuken is in normale omstandigheden wel mijn kantoor. Ik houd er werkoverleg met bezoekers; aan de keukentafel voelen ze zich op hun gemak. Ze klappen hun laptop uit, leggen de agenda klaar, en in deze huiselijke setting moet ik voor ze zorgen. Vol goede bedoelingen rommel ik door lades met oestermessen en wildscharen, kastjes met kookthermometers, bakblikken en maanzaadmolens. Op zoek naar de koekjes doe ik de bovenkastjes open en dan kunnen de bezoekers mijn kersenontpitmachine zien, die daar staat tussen de ijsmaker en de aspergeschiller.

‘‘Snocciolacilieei’ staat op de doos; een woord dat in geen enkele taal bestaat, maar dat volgens de doos Italiaans is voor kersenontpitter.’

‘Snocciolacilieei’, staat op de doos; een woord dat in geen enkele taal bestaat, maar dat volgens de doos Italiaans is voor kersenontpitter. Hoe vaak denk ik niet aan dit onbestaande woord als ik denk aan mijn huis? Zoveel mogelijkheden! Zoveel onbekende woorden en dingen; het blinde raam achter de boekenkast, de zwevende vliering, de donkere waterput in de kelder. Ik reis in gedachten van de keuken naar de zolder, in een poging mijn bestaan te doorgronden, maar er blijven altijd ruimtes die ik nog niet heb gezien.

De plicht om thuis te blijven: het is domweg de opdracht de wereld te redden door je territorium op orde te krijgen. Omhoog starend in het trappenhuis probeer ik te raden waar de badkamer zich vandaag bevindt. Wat is de meest aangewezen plek voor de badkamer?

Wat is de meest aangewezen plek voor de schrijver in een wereld die voortdurend van vorm verandert?

Wie is Maxim Februari?

Maxim Februari is opgeleid als jurist, filosoof en kunsthistoricus en debuteerde in 1989 als schrijver met De zonen van het uitzicht, waarvoor hij het daaropvolgende jaar de Multatuliprijs ontving. In 2017 verscheen Klont, door de Volkskrant uitgeroepen tot boek van het jaar. Een selectie uit Februari’s columns en essays werd gebundeld in De onbetrouwbare verteller (2019). Voor zijn beschouwend proza kreeg Februari de P.C. Hooftprijs voor Letterkunde 2020 toegekend.

Reis door mijn kamer: who’s next?

Als iemand weet hoe het is om de hele dag thuis te zitten, zijn het schrijvers. In deze serie nemen ze ons mee op hun (geestelijke) omzwervingen door de werkkamer, zoals Xavier de Maistre dat deed in 1794 in het boek Reis door mijn kamer. Nicolien Mizee, Lieke Marsman, Paul Scheffer, Arnon Grunberg, Katinka Polderman, Bert Wagendorp, Maarten ’t Hart, Michel van Egmond, Saskia Noort en Dimitri Verhulst gingen Maxim Februari voor. De komende zaterdagen volgen Toine Heijmans, Connie Palmen en A.F.Th. van der Heijden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden