Interview Max van Weezel

Max van Weezel: ‘De kabinetsrol van de PvdA vind ik mesjogaas, knettergek’

Max van Weezel is de laatste van een legendarische generatie parlementaire journalisten. Nog steeds heeft hij het heilig vuur, ondanks ziekte en ontgoocheling. Hij windt zich onverminderd op - over de teloorgang van de PvdA, antisemitisme en linkse mensen bij wie hij niet zou durven onderduiken.

Foto Ivo van der Bent

De artsen van het AMC hebben gul gesneden. Max van Weezel logeerde een paar dagen in dit Amsterdamse ziekenhuis vanwege kanker aan de alvleesklier. De tumor is eruit. Er is meer weggehaald dan alleen de harde pit van het kwaad. Een van zijn ontdekkingen is dat je met een verkleinde maag opnieuw moet leren eten.

Elke dag wachten hem vieze pillen, hij moet drie keer per dag op de hometrainer om aan de conditie te werken, het is een bezoeking met een ongewisse uitkomst. Toch is het ergste nog niet vermeld. Het ergste vindt hij het besef ernaast te staan, naast zijn journalistieke werk dat ziel en zaligheid vormt van zijn bestaan.

Je had in de politieke journalistiek van de jaren zeventig en tachtig levende legendes als Kees Bastianen van de Volkskrant, Frits van der Poel van het Vrije Volk, Kees Lunshof van De Telegraaf, Max de Bok van De Gelderlander – het waren Beobachter die van de prille ochtend tot in de duisternis van de nacht op en rondom het Binnenhof scharrelden. Er waren redenen om zo’n bestaan te ontraden – drank en/of vrouwen waren niet de geringste – en toch koesterden ze hun koninkrijk als straatzwervers die hun vaste plek in de stad nooit zullen opgeven.

Max van Weezel is van 1951, hij is van een generatie later dan Lunshof cum suis. Toch hoort hij thuis in deze opstelling, hij is de laatste van deze old soldiers. Hij kwam aan in Den Haag in 1976. Den Uyl regeerde en maakte ruzie met Van Agt. Omgekeerd beschikte Van Agt over een arsenaal aan inventieve pesterijtjes. Het was een eer en een genoegen daar als journalist dag en nacht dichtbij te mogen staan. Vermoedelijk moet je het ondergaan om het te kunnen begrijpen.

Vier jaar geleden gaf hij een weemoedig afscheidsinterview aan de Volkskrant nadat zijn hoofdredactie bij Vrij Nederland had laten weten dat het tijd werd om met zijn Haagse column te stoppen. Ben je langzamerhand niet een beetje old school, Max, met al dat leuren en sleuren in de wandelgangen? Moet de polsslag van de tijd niet eerder buiten Den Haag gezocht worden? Moeten onze verhalen trouwens niet constructiever, positiever?

Allemaal umsonst?

Het telefoontje ontgoochelde hem. Hij begon te denken dat hij een verloren leven had geleefd. Al die nachten, eenzaam en alleen met de tikmachine. Al die weekeinden van partijcongressen in de spelonken van De Flint in Amersfoort, de Meervaart in Amsterdam-West, Musis Sacrum in Arnhem. Was het dan allemaal umsonst geweest?

Hij bleef. Er kwam een modus vivendi met de redactie van Vrij Nederland. Hij begon een wekelijkse column op de website van VN. Hij werkte al een tijd als presentator van het onderzoeksprogramma Argos van de VPRO en Met het oog op morgen van de NOS. De zelfverkozen opdracht was dat hij zich meer in de breedte zou gaan ontwikkelen. Hij begon een openhartige briefwisseling in Trouw met zijn dochter Natascha over hoe vader en kind in een leven staan dat getekend is door hun Joodse afkomst. Het werd breder dan alleen Den Haag, maar het was nog altijd heel erg veel Den Haag.

Verslaafd aan Den Haag

‘Je vraag luidt: wat is er tegen stoppen met Den Haag?’ Inderdaad. ‘Ik kom bij geen ander woord uit dan verslaving.’ Verslaafd zijn aan Den Haag is een ziekte die je maar beter als journalist kunt dragen, vindt hij. Het alternatief is politicus worden. Naargeestige gedachte voor de politicus: hij moet zich bijna altijd schikken naar de fractiediscipline. Blijmoedige gedachte voor de journalist: hij staat niet in het veld, hij staat boven op de krijtlijn. ‘De prettigste plek’, stelt hij vast. ‘Ze wel allemaal kennen, ze wel allemaal opbellen, maar geen deel ervan uitmaken.’

Samen met Wilma Borgman van de NOS heeft hij nu Vrienden tegen wil en dank geschreven, dat vorige maand verscheen. Het is het negende boek over Nederlandse politiek waaraan hij meewerkt. Deze keer gaat het over de geschiedenis van het tweede kabinet-Rutte, vooral over de overgave waarmee een aantal mensen uit de Partij van de Arbeid hun lot en dat van hun partij in handen legde van de VVD. Daarmee is het een boek over martelaren geworden. Zo denkt de martelaar: het goede doen en bereid zijn omwille van het goede de hoogste prijs te betalen die denkbaar is: het eigen voortbestaan.

Er zijn nog negen zetels over voor de PvdA. Van Weezel noemt de kabinetsrol van de PvdA ‘mesjogaas’, knettergek. ‘Je zit toch ook in de politiek om je eigen politieke stroming en de idealen die daar mogelijk nog steeds achter schuilgaan, enigszins overeind te houden?’

Hij herinnert aan een demonstratie op het Malieveld in Den Haag, voorjaar 2012. Diederik Samsom sprak schande van de plannen van het eerste kabinet-Rutte om de sociale werkplaatsen gesloten te verklaren voor nieuwe gevallen. Het was een sterfhuisconstructie. Samsom schetterde: ‘Mark, jij pakt mensen hun kansen af en dat maakt me razend.’ Van Weezel: ‘Nog geen half jaar later sluiten ze een coalitie met de VVD en staat het in het regeerakkoord alsof het zo hoort.

‘Tegen de kinderen moest later gezegd kunnen worden: papa heeft niet de andere kant op gekeken, papa heeft gedaan wat nodig was voor jullie toekomst. Zo praten die jongens echt. Volgens mij hebben ze altijd geweten dat ze bezig waren zichzelf op te blazen. Maar de goede zaak ging voor.’

Oud-RVD voorlichter Gijs van der Wiel (l) overhandigt in 1983 in Den Haag de Vondeling-prijs aan de journalist Max van Weezel (r) en Joop van Tijn (m). Foto ANP

Vuurvogel 

Of het nog goed komt? Eigenlijk alleen als de PvdA doet wat de partij in Amsterdam heeft gedaan: zo goed als samengaan met GroenLinks. Kijk hoe het CDA tot stand is gekomen, hoe de ChristenUnie is gevormd en hoe GroenLinks zelf is ontstaan: op zeker moment is het elan opgebrand en wordt het zaak de resterende krachten te bundelen in de hoop dat een vuurvogel uit de as herrijst. ‘Ik geloof niet dat de PvdA er op eigen kracht nog uitkomt.’

Max van Weezel heeft altijd een klassiek links engagement gekoesterd. Daartoe behoort dat je veel leest, opdat je de machthebbers met gedocumenteerde scepsis kunt bevragen. Op het Binnenhof herken je hem aan zijn openstaande aktentas die uitpuilt van krantenknipsels. Het is permanent achterstallig onderhoud. Als student was hij in staat om zes uur op te staan om gewapend met een megafoon voorop te gaan in protest tegen de verstarde verhoudingen aan deze of gene faculteit. Daar moet je zin in hebben. Hij had die zin en ofschoon hij zelf niet meer demonstreert (zijn vrouw Anet Bleich en hun dochter Natascha wél), is zijn engagement in zijn eigen woorden ‘onverminderd groot’. Het klinkt als een belijdenis. ‘Ik vind nog steeds dat in onze wereld iedereen ongeveer evenveel te zeggen moet hebben.’

Hij heeft in zijn archief stukken teruggevonden van zijn hand waarin werd uitgelegd dat onvermijdelijk de revolutie op uitbreken stond, het kon volgende maand zijn dan wel over drie jaar, maar uitbreken zou-die. Dat is een illusie gebleken, moet hij toegeven. Hij verwijst naar zijn laatste open brief aan zijn dochter in Trouw. Die is van een jaar geleden. Hij schreef: ‘Als ik mijn stemming in de jaren tachtig moet omschrijven: ik was hoopvol en had haast. Je wist zo goed als zeker dat een rechtvaardiger wereld binnen handbereik lag. Dat bleek wishful thinking.’ En aan het slot: ‘Louis Couperus schreef de roman Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan. Op mijn 65ste heb ik het gevoel dat dit ook op een groot deel van mijn generatie slaat.’

Het roemruchte radioprogramma Welingelichte Kringen werd 23 jaar lang live vanuit de Kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae elke vrijdagmiddag uitgezonden op radio 1. Foto Hollandse Hoogte

Bakfietsmoeders

Nu zegt hij: ‘Als je oud-marxist bent, zoals ik, vind je het natuurlijk heel erg dat de arbeiders naar rechts zijn overgelopen. Andere mensen zullen het heel normaal vinden. Dat in een toenemend aantal landen enigszins verlichte idealen alleen nog gedragen worden door linkse intellectuelen en andere bakfietsmoeders, dat het ooit door links aanbeden proletariaat met een beetje geluk SP stemt maar toch ook al gauw PVV, dat partijen als de PvdA hierdoor uit elkaar worden gescheurd, ja, dat stemt me somber.’

Eerder had hij de huidige tijd al gekarakteriseerd als ‘de eeuw van de grote boosheid’. Hij verstaat er een wijdverbreid ressentiment onder: met iedereen gaat het goed, iedereen wordt voorgetrokken, behalve ikzelf. Het is een sentiment dat opgaat voor blanke boeren in Kentucky, staalarbeiders in Michigan, Britse bejaarden die de Brexit op hun geweten hebben, scherprechters die zich opwinden over het Nederlandse slavernijverleden. ‘Steeds meer groepen claimen een recht op verongelijktheid.’

Hij fietst wel door Osdorp. Het is een multiculturele wijk in het westen van Amsterdam. Hij fietst daar ‘om te kijken wie aan het winnen is, de moderniteit of de Middeleeuwen’. Op sombere momenten dacht hij dat de Middeleeuwen aan het langste eind trokken. Maar dat ligt toch genuanceerder, heeft hij ontdekt.

‘Meestal is het geruststellend. Ik zie meisjes met hoofddoekjes en lipstick en sneakers van Nike. En met absoluut de allerlaatste iPhone, de iPhone 19 plus aan het oor. Dit is bemoedigend. Maar ik ken ook de verkiezingsuitslagen van Amsterdam-West. Daar is de Partij van de Arbeid verpletterend verslagen door Denk. Ook daar is dus die verderfelijke identiteitspolitiek gaande: ik stem niet omdat ik liberaal ben of sociaal-democraat, nee, ik stem omdat ik Turk ben.’

Hij behoort tot Joods Amsterdam, zij het in de marge – hij is bijvoorbeeld niet religieus. Hij deelt het gevoel van bedreiging, het besef met 20 duizend te zijn, met 30 duizend als je iedereen meetelt die zegt Joods te zijn. In die relatief kleine kring stelt men zichzelf de vraag waarop men het antwoord kent: hoe zien Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag er over vijftig jaar uit? Hij zegt: ‘Je weet dat tegen die tijd de meerderheid van de stad oorspronkelijk uit Anatolië en het Rifgebergte is gekomen. Je hoopt dat die mensen een ontwikkeling in democratische zin hebben doorgemaakt en daardoor anders zijn gaan denken over homo’s en vrouwen. En Joden. Je hoopt het, je weet het niet zeker.’

met Anet Bleich

Alarmbel

Achter in zijn hoofd klinkt de alarmbel: en als het nu anders loopt? Moeten we emigreren? De zomer van 2014 was een horreur: IS leek vaste voet aan de grond te krijgen, de jezidi’s op hun berg aan de Iraaks-Syrische grens werden verkracht en vermoord of stierven aan gebrek, de MH17 werd neergehaald, Israël bezette de Gazastrook. In Amsterdam ontstonden heftige spanningen tussen Joden en moslims. Hij ervoer klassiek antisemitisme. Hij schrok, zijn moeder had het altijd gezegd: het komt terug, jongen, het komt terug.

Toen hebben ze het met elkaar over emigreren gehad. Anet wou per se niet naar Israël. Vindt ze een militaristische staat. Hem leek Berlijn wel wat, de voormalige Reichshauptstadt. ‘Het klinkt paradoxaal, maar de veiligste stad voor Joden in de wereld is Berlijn, daar ben ik van overtuigd. Geen straathoek zonder monument voor de Joden. Geen boottocht over de Spree zonder dat de gids opmerkt: en daar links woonde een heel beroemde Joodse componist. Tot 1932.’

Radio 1 lijsttrekkersdebat in cafe Dudok. Foto Hollandse Hoogte

Zijn grootouders van vaderskant waren enorme idealisten. Idealistischer kon niet. Ze hoorden bij de vroegste lichting van de SDAP. Bij elke partijscheuring gingen ze mee met de meest radicale vleugel. Het familieverhaal is dat toen de Duitsers kwamen opa Alex dacht: we zijn altijd zo solidair geweest met de partijkameraden, die helpen mij wel met onderduiken. Dit bleek een misrekening. Als hij aanbelde, was het antwoord: nu even niet, Alex. Max weet nog dat toen hij in Amsterdam ging studeren en al snel onder vrienden kwam in het bestuur van de activistische studentenvereniging ASVA, zijn vader tegen hem zei: jij dreigt dezelfde fout te maken als opa Alex. Als het erop aankomt, kun je niet op ze rekenen.

Hij heeft de argwaan niet op de agressieve manier van bijvoorbeeld Leon de Winter. Die straalt uit: alle gojim deugen niet, ze zijn uit op de vernietiging van de staat Israël. Dat gelooft hij niet. Maar hij gelooft wel dat als het eng wordt mensen liever een andere kant op kijken en de medemens laten vallen. Het geeft iets schizofreens aan zijn sociale contacten. Hij kan aardige, ontspannen gesprekken voeren met mensen en tegelijk denken: bij jou zal ik niet onderduiken.

Hij zegt: ‘Ik denk dat ik bij de voltallige fractie van de ChristenUnie zou durven onderduiken. Dan neem ik op de koop toe dat ze een beetje rare opvatting hebben over abortus, maar je voelt dat ze deugen. Sybrand Buma – zou ik zo durven onderduiken. Juist bij linkse mensen heb ik iets van: jullie hebben zo vaak blijk gegeven van een rubberen ruggegraat, ik zou het bij jullie niet zeker weten.’

Kalasjnikov

Hij begint over Philip Roth en diens roman The Counterlife, die eigenlijk over de eigen schizofrenie van de schrijver gaat. Roth deelt zichzelf als het ware op in een liberale Joodse tandarts uit een voorstadje in New Jersey en een orthodoxe kolonist op de Westbank. Met wie Roth zich het meest verwant voelt, blijft boven de markt zweven.

Max van Weezel: ‘Dat gevoel heb ik ook een beetje. Ergens denk ik: je had ook wel met een kalasjnikov op een heuveltop mogen staan om ons de vijand van het lijf te houden. Er zit toch ook een Leon-de-Winterachtige Max in me, zo van: timmer erop los als ze met hun poten aan ons lijf of goed komen. Van Anet mag ik zo niet denken.’

Wilma Borgman en Max van Weezel: Vrienden tegen wil en dank

Balans, 240 pagina’s, € 17,50

Max van Weezel met zijn dochter Natascha van Weezel tijdens het 65ste Boekenbal in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Foto ANP

CV

1951 geboren in Amsterdam

1969-1977studie politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

1976medewerker van Vrij Nederland, vanaf 1979 redacteur

1983Anne Vondelingprijs, met Joop van Tijn

1994Anne Vondelingprijs, met Leonard Ornstein

1995presentator Met het oog op morgen

2007-2011voorzitter perscentrum Nieuwspoort

2008presentator Argos

Max van Weezel is getrouwd met de journalist en schrijfster Anet Bleich. Zij hebben een dochter, Natascha van Weezel, die publicist is en filmmaker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.