postuum Max van Weezel (1951-2019)

Max van Weezel (1951-2019): zinnebeeld van de Haagse journalistiek

Juni 2018, Max van Weezel. Beeld Merlijn Doomernik / Hollandse Hoogte

Het Binnenhof was de plek waar hij wilde zijn. Dicht tegen de macht aan, kritisch duidend. Op geheel eigen wijze. Veertig jaar lang was Max van Weezel voor velen dé parlementair verslaggever. Hij overleed donderdag, 67 jaar oud.

Max van Weezel was wat mensen zich voorstellen bij een Haagse journalist. Man met uitpuilende aktetas in de hand en in regenjas met kreukels van de dagelijkse treinreis vanuit Amsterdam, als een soort Columbo ogenschijnlijk op de tast dolend door de gangen van het Binnenhof. Intussen is er weinig wat hem ontgaat. Zodat hij telkens toch op het juiste moment op de juiste plek belandt om even vriendelijk als vasthoudend zijn slachtoffers de informatie te ontfutselen die hij nodig heeft.

De nestor van de politieke journalisten was hij, eerder nog vanwege zijn ervaring dan vanwege de leeftijd. Iedereen kende hem. Van Vrij Nederland, waar hij tot 2014 een wekelijkse politieke rubriek vulde. Of anders wel als presentator van vroeger Welingelichte Kringen en nu Met het oog op ­morgen. Late autoritten werden een plezier als je er dat uit duizenden herkenbare, lijzigwarme stemgeluid van Max van Weezel bij had. En dan liefst in gesprek met figuren als Hans Wiegel en Dries van Agt of andere (ex-)politici die hij door en door kende. Omdat die zich bij hem zo op hun gemak voelden dat ze zich soms iets lieten ontvallen dat ze liever voor zich hadden willen houden. Donderdag overleed hij op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van alvleesklierkanker.

Sinds kabinet-Den Uyl: kort op de huid

Empathie, vasthoudendheid en dossierkennis, dat was de cocktail waarmee hij zijn gesprekspartners inpalmde. De tactiek van het meebewegen, in de hoop dat de geïnterviewde zodanig zal ontspannen dat hij de grenzen vergeet. In het Oog, maar ook in de eindeloze reeks debatten, fora en symposia die Van Weezel op en om het Binnenhof leidde, kon je live horen hoe dat in zijn werk gaat.

Vanaf 1976 was het Binnenhof zijn biotoop. Het waren de jaren van het kabinet-Den Uyl, een regering die aansloot bij zijn eigen politieke overtuigingen. Van Weezel had politicologie gestudeerd en was daar gesterkt in zijn marxistische overtuigingen. Het Binnenhof was de plek waar hij wilde zijn, dicht tegen de macht aan. Dat zou zijn leven lang zo blijven, naar een andere werkomgeving heeft hij nooit getaald.

Het waren de jaren dat de journalisten de politiek kort op de huid zaten. Een soort symbiose moet het geweest zijn. De ontzuiling was nog niet voltooid, bij elke politieke kleur hoorden uitverkoren media, iedere politicus had zijn favorieten. Van Weezel ontsteeg daaraan; hij kon met iedereen uit de voeten, won links en rechts vertrouwen. Hij was de jongere generatiegenoot van Lunshof van De Telegraaf, Bastianen van de Volkskrant en De Bok van de Gelderlander; mannen die alles leken te weten en veel daarvan met hun lezers deelden.

Amsterdam 1986, het roemruchte radioprogramma Welingelichte Kringen werd 22 jaar lang elke vrijdagmiddag tussen vier en vijf uur live uitgezonden op Radio I vanuit de kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae in Amsterdam. Max van Weezel, destijds redacteur bij Vrij Nederland, schoof geregeld aan. Hier zit hij links naast gespreksleider Joop van Tijn (midden). Rechts naast Van Tijn zitten columnist Hugo Brandt Corstius, oftewel Piet Grijs, en Harry van Wijnen van NRC Handelsblad. Beeld Bert Verhoeff / Hollandse Hoogte

Daar hoorde een bepaalde manier van werken bij. Er was sprake van een wederzijds vertrouwen, van een nauwe samenwerking ook tussen politiek en media. Het heeft Van Weezel veel moois gebracht. Aan het einde van Rutte II kwamen alle bewindspersonen om beurten naar Hilversum om in het Oog over hun ervaringen te vertellen. Vrienden tegen wil en dank heette het boek waarin hij – samen met collega Wilma Borgman – die gesprekken vastlegde.

Veel politici waren er bij toen dat boek vorig jaar mei in Nieuwspoort gepresenteerd werd. De sociëteit puilde uit, premier Rutte wierp zich op als ceremoniemeester. Daar werd nog eens zichtbaar hoe hij aan het Binnenhof gewaardeerd werd. Van Weezel zelf had zich er met veel moeite heen gesleept, de behandeling tegen alvleesklierkanker vroeg zijn tol. Nadien zou hij nog voldoende opknappen om zijn geliefde radioprogramma een tijdlang op ­zaterdagavond te presenteren.

Zijn nalatenschap: angst voor grote niets

Het metier van politiek verslaggever is in de periode-Van Weezel ingrijpend veranderd. De camera’s en microfoons en sociale media kwamen, politieke verslaggeving maakte een enorme versnelling door. Informatie komt al lang niet meer los tijdens nachtelijke sessies in Nieuwspoort waar drank de grenzen doet vervagen. Woordvoerders vormen een beschermende laag tussen media en parlementariërs. Politici krijgen training in omgang met journalisten, ze leren hoe om te gaan met open microfoons en draaiende camera’s. Via Twitter en Facebook verspreiden ze hun eigen berichten, politieke partijen ontwikkelen zich tot pr-machines met eigen communicatiekanalen.

Ook over die ontwikkelingen heeft Van Weezel geschreven, de opkomst van de spindocters en politiek assistenten volgde hij nauwgezet. In het boek Op tv of roemloos ten onder (2013) – met Margalith Kleywegt dit keer – beschrijft hij hoe het zwaartepunt in de politiek verschuift van de Haagse vergaderzalen naar de tafels van – toen nog – Pauw en Witteman en andere tv-coryfeeën.

Het laatste jaar werd Van Weezel zelf het onderwerp van beschouwingen en interviews. Hij vertelde over zijn angst voor het grote niets, zijn vrees dat die decennia van zwoegen in het Haagse nutteloos waren geweest, zijn liefde voor echtgenote Anet Bleich – ook journalist – en dochter Natascha, die documentairemaker werd. Hij toonde zijn archief, een werkkamer met overal stapels papier waaraan de digitale tijd voorbij was gegaan. En legde zijn ingewikkelde omgang met zijn afkomst uit: Van Weezel was een ongelovige Jood, die veel met zijn afkomst bezig was, maar niet naar de synagoge ging.

Veel ministers, partijleiders en andere Haagse prominenten hebben het afgelopen jaar aan zijn ziekbed gezeten. Ook dat maakt Max van Weezel uniek: een journalist die meer dan veertig jaar verslag deed vanaf het Binnenhof en zich daar niet alleen gerespecteerd maar ook geliefd maakte. Daarvan getuigt ook de Frans Banninck Cocqpenning van de gemeente Amsterdam, die hij 26 maart kreeg.

‘Als je oud-marxist bent, zoals ik, vind je het natuurlijk heel erg dat de arbeiders naar rechts zijn overgelopen’. Lees hier een interview met Max van Weezel uit 2018.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.