Maurice van Es fotografeert zaken die gaan verdwijnen

Interview Maurice van Es

Hij weet wat u ooit graag wil terugzien. Fotograaf Maurice van Es legt details uit uw leven vast en maakt er een boek van. Zijn werkwijze is bedrieglijk eenvoudig en onverwacht succesvol.

Hoe de opa van Van Es een trui uittrok. Beeld Maurice van Es

Omwille van de vlekken op de vaste vloerbedekking en de posters in de kinderkamers. Ter ere van de vergeelde kalenders aan de muur, de afgesleten deurknoppen, de tegels in de keuken. Vanwege de manier waarop schoenen staan te rusten in de gang, de familiefoto's op het kastje, de kussens op de bank, het gecraqueleerde schilderij van oma. Vanwege oude huizen, de dingen die voorbijgaan - dáárom komt Maurice van Es (32) graag bij de mensen thuis. 'Ik ben me altijd erg bewust van de zaken die gaan verdwijnen', zegt de fotograaf, 'en die fotografeer ik dan.'

Rooms of Now heet het project waarvoor hij sinds een paar jaar in opdracht en op eigen wijze andermans woningen vastlegt, van behang tot boekenkast, van de jassen aan de kapstok tot de spullen op het nachtkastje. Recht-voor-z'n-raapfoto's zijn het, zonder romantische gekkigheid en met een harde flits genomen. Al die foto's, soms wel driehonderd, brengt Van Es samen in afzonderlijke boeken in een oplage van twee: een voor de bewoner en een voor hemzelf. Of hij soms gek was geworden, vroegen mensen uit het boekenvak hem aanvankelijk. Maar Rooms of Now begon te lopen en blééf lopen. Tot nu toe maakte hij 25 boeken, onder meer van het huis van reclameman en fotoverzamelaar Erik Kessels, en dat van de moeder van schrijver Arnon Grunberg na haar overlijden.

Het is een manier van geld verdienen - hij kan er zelfs bescheiden en zonder kunstenaarssubsidies van leven - maar terugkijkend moet je concluderen dat het altijd méér is geweest dan alleen een verdienmodel. Rooms of Now past naadloos in een oeuvre dat, hoewel nog jong, al bewonderenswaardig consistent is. De fotograaf is een chroniqueur van die kleine, alledaagse dingen en gebeurtenissen die de meeste mensen vandaag voor lief nemen, maar die over een paar jaar wegens acute nostalgie in waarde zullen zijn verdubbeld.

'Fotografie is van oudsher een melancholiek medium', schreef Van Es in 2012 in zijn afstudeerscriptie Voor ik vergeet. 'Ze gaat over willen vasthouden, bewaren' en is bedoeld 'om stil te zetten waar anders aan voorbij wordt gegaan.' Zo denkt hij er nog steeds over, zegt hij, knipperend tegen de felle zon in het café van het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar een aantal van zijn Rooms of Now-boeken is uitgestald in een vitrine van de boekwinkel. Wie ze wil inkijken, vrage de sleutel bij de kassa. 'De conclusie van mijn scriptie is supersimpel, maar wáár: als je kijkt naar een foto waar je persoonlijk iets mee hebt, dan krijgt die foto automatisch meer waarde.' Vandaar dat Van Es zijn camera voortdurend richt op de dingen waarvan hij denkt: díé zou ik over tien of twintig jaar nog eens willen zien.

New Life

Twee jaar lang fotografeerde Maurice van Es zijn tien jaar jongere broer, terwijl die de hoek van het huis omging. Dat was het laatste wat de fotograaf mocht en kon zien, omdat zijn destijds 16-jarige broer niet meer wilde vertellen waarmee hij bezig was en al helemaal niet meer gefotografeerd wilde worden. De serie New Life toont steeds zijn rug of alleen een been. 'Het was niet dramatisch, hoor', zegt Van Es. 'Gewoon pubergedrag, dat ik herkende. Maar ik vond het wel een mooie manier om te laten zien hoe onmogelijk het soms is om iemand te benaderen.'

De manier waarop zijn inmiddels overleden opa een trui uittrok bijvoorbeeld. Hoe de oude man die trui bij de hals vastpakte, hem over zijn hoofd omhoog hees en daarna zijn witte haren weer fatsoeneerde - dat is iets waar zijn kleinzoon nu nog vertederd naar kan kijken, omdat hij het documenteerde. Nog zoiets: de 'onbedoelde installaties' die zijn opruimerige moeder door het hele huis achterlaat: perfect gestapelde handdoeken, gevouwen was op de trap, zelfs de diverse afstandsbedieningen worden netjes op elkaar gelegd. Van Es, fotograaf en zoon tegelijk, legde ze vast en maakte uitvouwposters van zijn foto's, als een klein eerbetoon aan zijn moeder. Hij fotografeerde details van al zijn kledingstukken, de huizen van vrienden en de sporen van het dagelijks leven in zijn ouderlijk huis (vlekken, butsen, afgebladderde verf). Al die projecten bundelde hij in een boek met de toepasselijke titel Now Will Not Be With us Forever.

'Mijn familie begrijpt nog steeds niet helemaal wat ik aan het doen ben', lacht Van Es. 'Ze zijn supertrots op me, maar ik heb mijn moeder wel eens betrapt terwijl ze dit deed (zijn wijsvinger tekent een rondje in de lucht vlak bij zijn slaap) naar mijn vader.' Ook op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag was het niet altijd makkelijk. Hij herinnert zich een studiereis naar Berlijn. 'We moesten een serie maken die iets over de stad vertelde. Ineens bleken sommige mensen heel erg geïnteresseerd in de Berlijns-Turkse gemeenschap, terwijl ik nog nooit wat van die interesse had gemerkt. Dat vond ik een beetje raar. Zelf heb ik toen een serie gemaakt over het feit dat ik op reis was met een groep medestudenten. Dat vond ik eigenlijk al ingewikkeld genoeg. Ik maakte nooit foto's van Grote Verhalen. Mijn leraren vroegen: 'Waar zit het conflict?' Maar dat was er niet, ik werd gewoon blij van de dingen die ik om me heen zag. Die wilde ik bewaren.'

Maurice van Es.

Zoals gezegd, het was geen grote stap van daar naar Rooms of Now. Tijdens de financiële crisis zag het er even naar uit dat zijn ouders hun huis in Rijnsburg moesten verkopen. Van Es begon meteen alles waaraan een herinnering vastzat te fotograferen. Dat was een persoonlijke reflex, maar waarom zouden niet meer mensen die hebben? Hij herinnerde zich een verhaal van Harry Mulisch, die na zoveel jaar weer zijn ouderlijk huis betrad en stilstond bij het terugzien van de trapleuning. 'Dat soort objecten draagt de schijn van eeuwige herhaling in zich mee. Zo'n trapleuning - je hebt hem waarschijnlijk duizenden keren aangeraakt zonder erbij na te denken, maar wanneer je hem een paar jaar niet gezien hebt zou het zomaar kunnen dat er meteen herinneringen naar boven komen. Ik ga ervan uit dat dit soort gevoelens universeel zijn.'

Elk huizenboek begint op dezelfde manier: aan de binnenkant van het omslag (waarop, uitzonderingen daargelaten, alleen het adres is weergegeven) een foto van een 'karakteristiek textuurtje', een bloemenbehang of streepjesgordijn. Daarna het huisnummer. Maurice van Es betreedt de huizen van zijn opdrachtgevers volgens een vast stramien en met een lijstje van onderwerpen die hij sowieso wil fotograferen. Familiefoto's bijvoorbeeld, en altijd die trapleuning. 'In het begin moet je het een beetje simpel houden. Ik introduceer eerst de bewoners en laat de herkenbare dingen zien. Dat bouw ik dan langzaam uit. Een huis tóónt iets, dat wil ik laten zien.'

Hij portretteerde het huis van een voormalige paprikateler uit Pijnacker en zijn vrouw, beiden in de tachtig, maar nog erg actief. Die activiteit werd het uitgangspunt van het boek; Van Es fotografeerde haar diverse interieurknutselprojecten en zijn zelfgemaakte fitnessapparaten in de kas in de tuin. Hij raakte vertrouwd met de bewoners, keek er naar Feyenoord-wedstrijden ('Ajax stop ik expres niet in mijn boeken, daar fotografeer ik omheen') en kreeg een zak met groente en fruit mee naar huis. Ook fotografeerde hij het Haagse huis van een Spaanse diplomatenfamilie, die na dertig jaar weer terug ging naar Spanje. Wat zouden die mensen willen terugzien van hun verblijf? In elk geval de plattegrond van Den Haag in de garage, bedacht Van Es, evenals een rondslingerende Albert Heijn-tas, een verhuisdoos van de HEMA. De ontvangers waren tot tranen toe geroerd, ze stuurden hem een emotionele e-mail.

'Het kleine bereik dat ik met Rooms of Now heb vind ik juist fijn', zegt Van Es. 'Het is een tegenreactie tegen dat grote publiek waar iedereen steeds maar achteraan jaagt. Ik weet tenminste waar mijn boeken terechtkomen en dat ze intens worden beleefd.'

Esthetiek - ook zoiets. Hij is er niet op uit. 'Ik weet precies welke foto's je moet maken om Instagramlikes te krijgen of om bij iemand boven de bank te komen hangen', zegt hij. 'Maar dat boeit mij niet zoveel. In deze boeken kan ik technisch slechte foto's maken, maar dat geeft niet, want er staat iets op wat de moeite waard is, wat niet vergeten mag worden. Dáár gaat het om, dát is wat zo'n foto waardevol maakt.' Niet voor niets gebruikt hij een externe, niet op de camera bevestigde flits: 'Ik wil zo min mogelijk schaduw. Schaduw maakt alles dramatischer. Daarom shop ik soms spinnenwebben weg, als het er te veel zijn. Verder verander ik niets. Het allemaal zo simpel mogelijk houden, dat is iets wat echt wordt onderschat in de fotografie.'

Uit de serie New Life, over de broer van Maurice van Es. Beeld Maurice van Es

Hij refereert graag aan de begintijd van de fotografie, de periode voordat het medium werd omarmd door de massa. 'Een foto was iets magisch. Mensen vielen flauw wanneer ze een foto van een overleden familielid zagen of ze gingen een half uur met een portret op een rustige plek zitten. Men stond stil bij de dingen die eigenlijk alomtegenwoordig en vanzelfsprekend waren.' Om die reden maakt Maurice van Es elke keer dat zijn vader hem oppikt met de auto een foto met zijn mobieltje. 'Ik doe dat niet om mooie foto's te maken, maar omdat het me raakt. Als hij er niet meer is, is dat wat ik ga missen.'

Maurice van Es: Rooms of Now. T/m 31/12 in de boekwinkel van Stedelijk Museum Amsterdam. Werk is te zien op de groepstentoonstellingen Théâtre de l'absurde, t/m 14/1 bij galerie Gabriel Rolt, Amsterdam en Give Me Yesterday, 21/12 t/m 12/3 in Fondazione Prada, Milaan.

Uit de serie Pick Ups By Dad. Beeld Maurice van Es
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.