Matthijs van Nieuwkerk kiestStephen Fry

Matthijs van Nieuwkerk leest Stephen Fry en waadt door kilo’s junkieverdriet

Matthijs van Nieuwkerk maakt wekelijks een keuze uit de stapel net verschenen boeken. Vandaag is dat Een tomeloze tijd van Stephen Fry, net in Nederlandse vertaling verschenen: ‘Dit logboek van zijn verslaving kent een eentonige horreur. Maar fraaie bijvangst is er ook.’ 

Beeld Claudie de Cleen

Van alle slechte boeken die ik ooit heb uitgelezen, is Een tomeloze tijd van Stephen Fry het beste. Toen zes jaar geleden dit nu in het Nederlands vertaalde derde deel van zijn memoires verscheen, onder de titel More Fool Me, was ik er als de kippen bij. Doodeenvoudig omdat mijn boekenplanken zeer hebberig zijn als het gaat om alle verhalen die mij ook maar iets (meer) kunnen vertellen over de Gouden As van de Engelse comedy, aka: de grappigste humor ter wereld.

Eenvoudige test. Twee kannibalen eten een clown op, zegt de ene kannibaal tegen de ander: Do you think he tastes funny?

Als je hier niet om moet lachen, haak je nu rustig af.

Ter leringh over vermaeck: die Britse Gouden As begint bij de theatershow Beyond the Fringe, Londen begin jaren zestig, met Peter Cook en Dudley Moore als grote sterren. En loopt dan via de krachtpatsers van Monty Python naar de los-vast-bent uit de jaren tachtig en negentig van Stephen Fry, Hugh Laurie, Rowan Atkinson, Emma Thompson, Griff Rhys Jones en anderen.

Allemaal familie. Allemaal even dol op militairen trouwens. Dat valt mij weer eens op na een vrolijk etmaal youtuben. Er schreeuwde in de afgelopen vier decennia altijd wel ergens een adjudant keihard in het gezicht van een soldaat: ‘I didn’t see you at the camouflage practice today!’ Waarop de soldaat antwoordt: ‘Thank you, sir.’

Van deze generaties bijna zonder uitzondering Cambridge-absurdisten, was ik het nieuwsgierigst naar de veelzijdigste van het gilde, Stephen Fry.

Tweedy Stephen, klassieke slimmerik. Toen hij de hoofdrol speelde in de verfilming van De ontdekking van de hemel zat hij op een ochtend koffie te drinken op een Amsterdams terras en antwoordde hij Martin Bril op de vraag hoe het kon dat hij de Nederlandse Volkskrant zat te lezen: ‘Well… actually I’ve been here for already two weeks now.’

De bipolaire, manisch-depressieve, briljante Fry was lang een enigma, maar inmiddels weten we dankzij een, ik denk, door therapieën gestuwde openhartigheid veel meer.

Daar heeft Een tomeloze tijd zeker bij geholpen.

Maar zijn beste boek is het niet. Niet in de laatste plaats omdat al na een hoofdstuk of twee een zeecontainer met cocaïne aanmeert, waarvan de vracht vervolgens keurig over alle pagina’s wordt verdeeld.

We waden door kilo’s junkieverdriet.

Eigenlijk stomvervelende lectuur.

Daar helpt zelfs het decor van de koninklijke toiletten niet aan. Of de plee van het Lagerhuis. Daar, dan heb je een beetje een idee, lunchte hij met een MP toen hij weer eens snakte naar een opfrisser. Het poeder brandde samen met de kortgeknipte rietjes van de McDonald’s (de allerbeste volgens Fry) in zijn binnenzak. Op de Heren bleek er alleen een pisbak te hangen. Goede raad was duur. Met de wanhoop van de ware snuiver veegde Fry met de achterkant van zijn das het aanhangende vocht van de rand en kon het lijntje worden gelegd. Iets door de knieën en hopsakee!

En verder maar weer. Op naar de Groucho Club of een andere tent waar hij een paar pagina’s later de wedstrijd wie de langste lijn kan leggen wint met een monster van tweeënhalve meter. De winnaar moest – ‘dat was de grap’ – vervolgens in één keer alles opsnuiven, waarna wij lezen: ‘Ik stofzuigde alles op en toen ik aan het eind kwam, deed ik mijn mond open en kotste liters helderrood braaksel uit.’ Dank u.

Dit logboek van zijn verslaving kent een eentonige horreur.

Gelukkig is er een fraaie bijvangst. Om te beginnen zorgt Fry’s olympische eruditie ervoor dat veel in deze herinneringen een bed van sprankelende literaire voetnoten krijgt. Dan is er Fry’s volstrekte incontinentie als het om namedroppen gaat. Dat maakt Een tomeloze tijd ook een zeer vermakelijke en vileine who’s who van famous England, eind vorige eeuw. En vervolgens zit er tussen de slopende bedrijven door een zeer uitnodigende restaurantgids van fancy Londen in het boek verborgen. Want Fry gaat veel uit eten. Maar als je dan misschien ooit bij bijvoorbeeld L’Escargot terechtkomt, zul je waarschijnlijk, net als ik, toch vooral op de wc pas denken: Stephen Fry was here.

Beeld Thomas Rap

Een tomeloze tijd

Stephen Fry

Uit het Engels vertaald door Henny Corver

Thomas Rap; 352 pagina’s

€ 22,99

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden