InterviewMati Diop

Mati Diops inspiratie voor Atlantique: ‘Ik begon Dakar als een spookstad te zien’

Amadou Mbow als Issa.Beeld Filmbeeld

In Mati Diops debuut Atlantique wordt Dakar bezocht door de geesten van op zee gestorven jongens. Om de film te kunnen maken, verdiepte Diop zich in het land van haar vader.

Voodoorealisme. Een bovennatuurlijke documentaire. Atlantique, het speelfilmdebuut van de Frans-Senegalese Mati Diop, is met weinig andere films te vergelijken, bleek vorig jaar onder meer uit de eerste reacties van de internationale filmpers op het filmfestival van Cannes. De 37-jarige Franse filmmaker filmt fictie die smaakt als documentaire, al verandert dat gevoel direct wanneer de eerste geestverschijningen hun entree maken.

Atlantique gaat over de talloze groepjes uitgebuite jongemannen die vanuit de Senegalese hoofd- en havenstad Dakar in een gammele bootjes stappen in de hoop Spanje te bereiken. Hun werk aan een futuristisch ogende wolkenkrabber aan de kust wordt al drie maanden niet betaald en ze zien geen andere mogelijkheid. Toch is dit geen immigrantendrama. De kalverliefde tussen het zelfverzekerde meisje Ada en de arme bouwvakker Souleiman speelt evengoed een belangrijke rol. Ze zoenen stiekem, want Ada wordt geacht te trouwen met de rijke, conservatieve Omar. Wanneer Souleiman zonder aankondiging ook in zo’n bootje stapt, komt het perspectief bij Ada en de andere achterblijvers te liggen, die ziek van verdriet en onzekerheid hun dagen slijten.

En dan zijn er dus die djinns, de naar huis teruggekeerde rusteloze geesten van op zee overleden jongens uit Dakar, die bezit nemen van de lichamen van hun achtergebleven geliefden. Ze maken Atlantique tot een zeldzaam eigenzinnig debuut.

Het eerste zaadje voor haar film werd geplant in 2009, zegt ze daags na de première van Atlantique in Cannes. Eigenlijk was ze op dat moment nog maar net doorgebroken als actrice, met een subtiel gespeelde hoofdrol in het fraaie familiedrama 35 Rhums (2008) van de vermaarde regisseur Claire Denis, maar het voelde te vroeg om zich volledig op een acteercarrière te storten. Ze regisseerde eerst de korte documentaire Atlantiques (‘met een s’, verschenen in 2009), waarin ze portretjes schetst van jongens uit Dakar die h un levens riskeerden in een bootje naar Spanje.

Diop: ‘Het verhaal van één jongen bleef hangen, ook toen die documentaire al lang klaar was. Hij was na de overtocht teruggekeerd naar Dakar en vertelde heel feitelijk over de financiële zorgen die hem destijds in dat bootje dwongen. Maar wanneer ik naar het verloop van zijn reis vroeg, werd zijn verhaal dromerig en abstract. Het Wolof, de meest gesproken taal in Senegal, is van nature vrij poëtisch, maar ik raakte toch bijzonder geïntrigeerd toen hij vertelde hoe sommige medereizigers onderweg in zee verdwenen en tot vissen transformeerden.’

Diop nam het verhaal van de jongen die mensen in vissen zag veranderen serieus. En zo raakte het bovennatuurlijke vanaf het begin onlosmakelijk verbonden met het verhaal van de film. ‘Ik dacht: waarom zou ik niet mijn best doen om de werkelijkheid uit te beelden zoals hij die heeft beleefd? Natuurlijk kan ik hier heel rationeel over nadenken. Na afloop van zo’n gesprek constateren dat mensen niet in vissen kunnen transformeren. Dat dit zijn manier was om te vertellen dat er onderweg mensen waren verdronken. Maar dat vind ik veel minder interessant. En als ik hem voor mijn camera laat vertellen over zijn ervaringen, ben ik verplicht hem serieus te nemen.’

Mati Diop.Beeld Getty

Angstaanjagend, noemt ze het straatbeeld in Dakar, tijdens de opnamen van haar documentaire in 2009. Graffiti op de muren met de tekst: BARCELONA OR DEATH. Ze sprak tijdens het researchen van de documentaire jongens die zó obsessief bezig waren met een mogelijk vertrek naar Spanje dat ze bij wijze van spreken al waren vertrokken. ‘Ik begon Dakar als een soort spookstad te zien. Het voelde er heel duister en naargeestig.’

Ook indrukwekkend vond ze de verhalen van jongens die gewoon met zo’n bootje waren vertrokken, zonder hun familie, vrienden of geliefden iets te vertellen, met de bedoeling om pas na aankomst naar huis te bellen. ‘Ik moest meteen aan alle achterblijvers denken: stel je voor dat je het ene moment naast je vriendje slaapt en hij het volgende moment niet meer naast je ligt. Het moment waarop je beseft dat het te laat is om hem op andere gedachten te brengen. De paniek die je dan moet voelen.’

Ze besloot het verhaal over de vertrokken jongens opnieuw vertellen in een speelfilm, maar ditmaal uitgebreider en door de ogen van de achtergebleven meisjes. ‘De Odyssee van Homeros, maar dan zonder Odysseus en volledig verteld vanuit het perspectief van zijn achtergebleven echtgenote Penelope.’ Met nadrukkelijk magische ondertoon. ‘Ik zag het voor me dat de geesten van de jongens terug zouden reizen naar Dakar. Ze zijn rusteloos, omdat ze op zee niet konden worden begraven. Ze nemen bezit van de lichamen van de meisjes, waarmee ik hun verdriet en gevoel van gemis probeer uit te beelden. Hun rouw is alomtegenwoordig.’

Ze vindt het interessant dat de geesten in de ogen van een westers publiek als allesbehalve gewoon worden gezien. ‘In de moslimcultuur zijn djinns een belangrijk onderdeel van het leven: mythische wezens, niet per se kwaadaardig, die bezit kunnen nemen van lichamen en de bezetene ontdoen van hun vrije wil. De geestverschijningen voelden als een volkomen logische stap, juist als je het gevoel hebt naar een documentaire te kijken.’

Hoewel de film grotendeels in haar hoofd zat, had ze in de jaren na die korte documentaire toch niet het gevoel dat ze klaar was voor de opnamen. ‘Ik kende Dakar van vakanties met mijn ouders, maar ik was er sinds eind jaren negentig niet meer geweest. Mijn terugkeer in 2009 voelde óók als een schok, dacht ik, omdat ik mijn Senegalese wortels een beetje dreigde te verkwanselen. In mijn zeer witte Parijse omgeving ben ik nou eenmaal niet zo Afrikaans. Ik woon, leef, denk en doe in het dagelijks leven op een manier die ver is verwijderd van het leven van Dakar.’

Diop is geboren, opgegroeid en nog altijd woonachtig in Parijs, maar ze is ook de nicht van de Senegalese filmmaker, acteur, componist en dichter Djibril Diop Mambéty (1945-1998). Een nationale legende en een van de iconen van de Afrikaanse filmgeschiedenis, die met zijn bekendste film Touki Bouki (1973) een energiek portret schetste van het leven in Dakar, waar – ook 47 jaar geleden – de droom om naar Europa te vertrekken het doen en laten van de hoofdpersonages bepaalt.

Ibrahima Traoré als Soleiman.Beeld filmbeeld

Als ze een echt goede film in Dakar wilde maken, dacht ze, moest ze eerst de banden met het land van haar ouders aansnoeren. Dat deed ze in eerste instantie door de nalatenschap van oom Djibril ‘in de ogen te kijken’. In 2013 ging ze terug naar Dakar, ditmaal om af te spreken met Magaye Niang, de hoofdrolspeler van Touki Bouki. Eigenlijk hoopte ze van hem te horen hoe haar oom zijn vak uitoefende, eventueel ook hoe het Dakar van de jaren zeventig zich verhoudt tot de stad van nu. Maar ze zag vooral een man die was blijven steken in het verleden. Ondanks de aanmoedigingen van Djibril, die een Hollywoodacteur in zijn hoofdrolspeler ontwaarde, was hij altijd in Senegal gebleven, waar hij de scepter zwaaide over een handvol koeien.

Niang werd de hoofdpersoon van haar documentaire Mille soleils (2013), waarin Diop hem volgt naar een openluchtvertoning van Touki Bouki in het centrum van Dakar. Daar weigert een groepje jochies te geloven dat híj degene is die daar op het doek als hoofdpersonage van de film voortdurend droomt van een leven in Parijs, om daar uiteindelijk op het laatste moment toch vanaf te zien. Diop vangt op precies het juiste moment zijn melancholische blik wanneer de boot naar Europa op het doek vertrekt en zijn personage op de kade achterblijft. ‘Mille soleils wordt vaak een hommage aan mijn oom genoemd, maar dat zie ik zelf helemaal niet zo. Ik ga met Djibrils film in dialoog, dat zie je goed in deze scène.’

Met hernieuwde zelfverzekerdheid werkte ze sindsdien aan haar speelfilmdebuut. Ze praatte uitvoerig met jonge meisjes in Dakar, over trouwen, seks, liefde en religie, en verwerkte hun verhalen in de personages van de jonge vrouwen in de film. ‘Ik ontdekte dat ze door hun omgeving gedwongen worden om heel nadrukkelijk maskers te dragen: tegen je ouders doen alsof je wil trouwen met een jongen die voor je is uitgezocht, maar stiekem zoenen met de jongen op wie je verliefd op bent. Ik kreeg tijdens die gesprekken sterk het gevoel dat er een nieuwe generatie jonge vrouwen opstaat, in Dakar. Het is vrij normaal geworden om toe te geven dat zij mannen gebruiken voor hun eigen entertainment. Ze leiden een soort dubbellevens, maar dat doen ze zelfverzekerd, zonder schuldgevoel of schaamte. Ook dit heb ik in Atlantique een rol gegeven.’

En ze vond een muzikant voor haar soundtrack in wie ze haar eigen achtergrond herkende. Niet alleen past de melodieuze en sfeervolle ambient van Fatima Al Qadiri perfect bij het dromerige en mysterieuze karakter van haar film, zegt Diop. ‘Ze is geboren in Dakar, groeide op in Koeweit, studeerde in de Verenigde Staten en woont nu in Berlijn. Ze creëert een magische hybride tussen de Arabische muziek van onze voorouders en elektronische beats en synthesizers. Voor mij, als vrouw met een diverse culturele achtergrond, voelt die hybride haast als een persoonlijk manifest.’

Masterclasses

Het masterclassprogramma van het IFFR is de laatste jaren uitgegroeid tot de filmfestivalvariant van Zomergasten: lange, verdiepende publieksinterviews met makers, afgewisseld met talloze, soms zeer exclusieve filmfragmenten. Onder meer de Zuid-Koreaanse grootmeester Bong Joon Ho (die eerder deze week zes Oscarnominaties binnensleepte voor Parasite), de vooraanstaande cameraman Diego García (voor onder meer Carlos Reygadas, Apichatpong Weerasethakul en Nicolas Winding Refn) en Pedro Costa, met Vitalina Varela de meest recente winnaar van de Gouden Luipaard op het filmfestival van Locarno, geven acte de présence.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden