Mateloos in zang, in liefde, in alles

Dinsdag overleed Ramses Shaffy (76), die alleen al door zijn afkomst de meest onnederlandse artiest in het Nederlandse taalgebied was....

Patrick van den Hanenberg

amsterdam Twee jaar geleden verscheen het boekje De liefde met liefdesliedjes van Ramses Shaffy. Ofschoon de uitgave nog geen zeventig bladzijden telt, kan het worden gelezen als een mooie mini-biografie van de explosieve zanger-acteur-dichter-schilder. In plaats van het brave ‘ik hou van je’ roept Shaffy onstuimig ‘ik word overspoeld door jou’ of ‘ik word tierelirium dronken van jou’.

Shaffy ging in alles tot aan de rand en vaak eroverheen, of het nou zijn pianospel, alcoholconsumptie, zijn taalgebruik, of de liefde betrof. Mateloos is het kernwoord. Nu is hij uitgeraasd. Gisteren is Ramses Shaffy aan slokdarmkanker overleden.

Ramses Shaffy (1933, Neuilly-sur-Seine) was zonder twijfel de meest on-Nederlandse artiest van het Nederlandse taalgebied. Zijn moeder was een gevluchte Pools-Russische gravin, die in Parijs met een Egyptische diplomaat trouwde. Deze achtergrond bezorgde Ramses een voorsprong, die hij niet meer uit handen heeft gegeven. De levensgenieter werd nimmer getroffen door het calvinistische virus van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.

De dag na het huwelijk gingen de ouders van Shaffy uit elkaar. Zes jaar woonde Ramses met zijn moeder in Cannes. Zij werd echter ziek en zette haar zoon op de trein naar Nederland, waar hij terechtkwam in een liefdevol pleeggezin. Zijn pleegouders gaven hem een culturele opvoeding met pianolessen, tentoonstellingen en theatervoorstellingen. Na enige tijd was de opstandige jongen niet meer in het gareel te houden. De toneelschool verliet hij zonder diploma. Toch kon hij vanaf 1955 beginnen bij de Nederlandse Comedie.

Vanaf begin jaren zestig trad Shaffy op als zanger-pianist met eigen repertoire. Op 22 oktober 1964 stond een excentriek vijftal op het toneel van het Amsterdamse Miranda Paviljoen: naast Ramses Shaffy de gracieuze Liesbeth List, de koel-erotische mannequin Loesje Hamel, pianist Polo de Haas en acteur Joop Admiraal.

Shaffy Chantant was een literair, decadent en geestig programma met gedichten van Hans Lodeizen en muziek van Scarlatti. Ofschoon zijn werkelijke liefde Joop Admiraal heette, zong Shaffy ruig gepassioneerd over Marianne en Marije:

Mijn Marije in de hei,

in de klei zo moddervet

Mijn Marije in de wei,

mijn Marije in m’n bed.

Voor zijn volgende programma’s verzamelde Shaffy opnieuw een gemêleerd gezelschap om zich heen, met onder meer het trio Louis van Dijk, Thijs van Leer en Anneke Grönloh. De reacties waren nog wel gunstig, maar de glans van de eerste ronde was verdwenen en Shaffy ging eind jaren zestig op zoek naar iets anders, zoals de experimentele theatervoorstelling Sunkist, de opera Reconstructie of de volksmusical De Jantjes.

Het brede arbeidsterrein had niet alleen te maken met zijn nieuwsgierigheid. Hij moest wel veel verkassen, omdat vrijwel niemand bestand was tegen zijn gebrek aan discipline en zijn te veel aan drankzucht. ’s Ochtends een liter sherry, dan een fles wodka, want daarmee zing je zo lekker. Liesbeth List is hem altijd trouw gebleven. Toen hij in 1970 failliet ging (de rekeningen in de kroeg waren uit de hand gelopen), schreef Shaffy het exploderende Zonder bagage:

De weg is vrij

De weg is open

De weg is mateloos van mij.’

Leven was voor Shaffy zingen, vechten, huilen, bidden, lachen, werken en bewonderen. Natuurlijk het liefst alles tegelijk. Het Vlaamse tijdschrift Humo kopte eens boven een interview met hem: Zingt, drinkt, lacht, rookt, valt en loopt in het honderd. Hij onderbrak een voorstelling van Jasperina de Jong met de kreet ‘kouwe kikker’, en waggelde vervolgens demonstratief de zaal uit. Ook schoot hij met een pistool de lampen van zijn kleedkamer kapot, nadat een optreden met Liselore Gerritsen niet naar wens was verlopen.

In 1980 werd het stil rond Shaffy. Als sannyasin van Bhagwan vertrok hij naar Poona in India. Bij terugkomst was hij vooral als acteur te zien. Pas in 1985 koos hij weer voor een liedjesprogramma, maar dat mislukte faliekant. Ook een nieuw theaterprogramma met Liesbeth List en een nieuwe grammofoonplaat voldeden niet aan de verwachtingen. De platenmaatschappij had zelfs niet de moeite genomen om Sterven van geluk te distribueren en liet de oplage vernietigen.

Zijn comeback in 1993 was minstens zo verrassend als zijn debuut dertig jaar eerder. Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen vroeg hem voor de hoofdrol in de musical De man van La Mancha. Shaffy speelde de man die de onmogelijke droom koestert dat hij de wereld mooier kan kleuren dan zij is. Als er ooit sprake is geweest van samenvloeien van acteur en rol, dan is het wel Shaffy als Don Quichot.

Ook in het nieuwe millennium bleef de aandacht voor Ramses bestaan. In de documentaire Ramses van Pieter Fleury, die op het Nederlands Film Festival in 2002 een Gouden Kalf won, is weliswaar een man te zien die vanwege geheugenverlies zijn woning moet verruilen voor een verzorgingstehuis, maar die de toeschouwer nog steeds kan ontroeren en vrolijk maken. In datzelfde jaar kreeg hij de Blijvend Applaus Prijs, in 2003 gevolgd door de Radio 2 Zendtijd Prijs, en in 2006 de eerste Edison Oeuvre Prijs voor Kleinkunst.

Maar misschien nog belangrijker was dat hij muzikaal levend werd gehouden door schatplichtige artiesten, zoals Maarten van Roozendaal, Huub van der Lubbe en de band Alderliefste, die in 2005 Shaffy’s lijflied Laat me (uit 1978) weer naar de hitparade zong.

Elke feestelijke gelegenheid greep Shaffy aan om weer even het podium op te klimmen. Zelfs toen zijn stem de kracht van de jaren zeventig niet meer had, klonk zijn ‘oooh, aaaaah, joohoo’ nog overweldigend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden