Masterclass voor de casual man: Arno Kantelberg over de beste feestkledij

Betaalbaar en praktisch, dat zouden de pijlers onder een stijl-ehbo moeten zijn

Stijlpastoor Arno Kantelberg ziet de Nederlandse man vaak voorbijkomen in foute feestkledij. Les één: kies blauw.

Beeld Eva Roefs

In mijn wekelijkse cursiefje op de bijna laatste pagina van dit magazine opperde ik een aantal weken terug om stijlsurvivalkits uit te delen onder de volwassen mannen in Nederland. Die maken er op de rode loper namelijk een potje van, dus ingrijpen van hogerhand leek mij geboden.

Die gedachte kwam niet uit de lucht vallen. In Den Haag wil de gemeente mobiele telefoons distribueren onder kinderen uit arme gezinnen, zodat ze niet in een sociaal isolement belanden. Uit hoofde van mijn functie als stijlpastoor meende ik eenzelfde sociaal-maatschappelijke nooddruft te constateren onder heren die zich met de ziel onder hun in een veel te wijde mouw gestoken arm over de rode loper slepen. Hebben we als samenleving niet de morele plicht hier de helpende hand te reiken? Om hen een hart onder de vaak te brede, met een puberale gesp geëtaleerde riem te steken?

De vraag stellen is hem beantwoorden - al is het antwoord zo makkelijk nog niet. Want hoe financieren we dat? En waar zou zo'n survivalkit dan uit moeten bestaan? Betaalbaar en praktisch, dat zouden de pijlers onder zo'n stijl-ehbo moeten zijn. Om daar te komen, moeten we eerst even terug in de tijd.

Italië wordt tegenwoordig gezien als de bakermat van de mannenmode, maar ik vrees dat de Italianen het toch ook gewoon afgekeken hebben. En wel van de Engelsen. Veel van wat er aan onze kapstok hangt, hebben we te danken aan het Britse rijk. Trenchcoat, desert boots, cardigan, het vindt allemaal zijn oorsprong in het Britse leger. De term cardigan is bijvoorbeeld afgeleid van de zevende graaf van Cardigan, de Britse generaal-majoor die de rampzalig verlopen Charge van de lichte Brigade tijdens de Krimoorlog in 1854 leidde, waar Tennyson zijn beroemde gedicht over schreef. Die slag vindt je in de geschiedenisboeken terug als de Slag bij Balaklava, en u leest het goed, daar hebben we inderdaad de balaclava aan te danken, de bivakmuts die nog altijd populair is onder skiërs en krakers. De wijze waarop we onze kleding dragen, daar heeft die Britse adel dan ook weer een fikse hand in gehad. Kleermakers uit Napels (inmiddels het walhalla, althans op dit terrein) haalden rond de vorige eeuwwisseling hun kennis op in Savile Row in Londen, om die daarna te finetunen in de ateliers van Zuid-Italië.

Arno Kantelberg Beeld ANP Kippa

Prins Edward VIII

De naam die je vaak tegenkomt in deze context, is die van prins Edward VIII, beter bekend als de hertog van Windsor. U weet, dat is de kroonprins die in 1936 heel eventjes koning was, maar er met een gescheiden Amerikaanse socialite vantussen ging en zijn stotterende broer Albert met de brokstukken achterliet - de film The King's Speech won er in 2011 nog een Oscar mee. Daar het fascisme bij koningshuizen nooit ver weg is, had deze hertog van Windsor uitgesproken nazi-sympathieën. Maar hij had ook nog iets anders, namelijk een dwarse, über-originele smaak (bruine schoenen onder een marineblauw pak!). Hierin trad hij in de voetsporen van een van zijn voorouders, Edward VII, de oudste zoon van koningin Victoria die ook nog een buitenechtelijke relatie had met de moeder van Winston Churchill én met de beeldschone Alice Keppel, de oudtante van - bent u daar nog? - Camilla Parker-Bowles.

Het was nog tijdens zijn termijn als prins van Wales (een soort koninklijke stage) dat de latere Edward VII bij kleermaker Henry Poole & Co een smokingjacket met bijpassende broek bestelde. Tot die tijd bestond het avondkostuum uit een zogenaamde tail coat, wat wij in het Nederlands een rok noemen, een jas met een lang achterpand. Zo'n rokkostuum zie je tegenwoordig alleen nog op Prinsjesdag of bij de vrijmetselaars, maar in die dagen moest je daar als man een hele avond in doorbrengen. Edward had tabak van die sleep onder de bips, en bestelde aldus het eerste exemplaar zonder tail. De smoking zoals wij die nu kennen, was geboren.

Als de dresscode black tie luidt, wordt nu wereldwijd de smoking gedragen die Edward VII anderhalve eeuw geleden bedacht. Althans, dat zouden we moeten doen. Maar of het nu de uitreiking van de TelevizierRing betreft of een avond waarop alle, oef, radio-dj's van Nederland zich verzamelen om de RadioAward te overhandigen, de Nederlandse man vertikt het een smoking aan te trekken of überhaupt aan te schaffen. Daarom zou ik graag een brug willen slaan tussen droom en daad met een stijlsurvivalkit en de sleutel hiertoe luidt: blauw.

Kantelberg over Arno Kantelberg

Maatwerk van Orazio Luciano, meesterkleer-maker in Napels. De sluitknoop van het jasje had iets hoger mogen zitten voor een man met kippeborst, maar Italiaanse kleermakers zijn niet van hun gewoonten af te krijgen. Dus is ook het jasje lang, over de Brabantse bips vallend, en zijn de - niet zichtbare - pijpen relatief wijd, met omslag. Verder klopt hier natuurlijk alles aan: zwarte studs en manchetknopen, geen pochet, geen horloge (gezelligheid kent geen tijd), zelfstrikker om de nek en puntige revers oftewel peak lapels.

Midnight Blue

Een smoking hoort zwart van kleur te zijn. Edoch, de allereerste smoking, die van Edward VIII, was blauw. Midnight blue wordt getolereerd omdat het in het avondlicht zelfs zwarter oogt dan zwart. Dus mijn voorstel voor de vele heren die de smoking een brug te ver vinden: schaf een donkerblauw pak aan. Niet lichtblauw, ook niet cyaan - de kleur waarin ik Pieter Storms, de Grote Smurf van de breekijzer-tv, weleens heb betrapt - en ook niet turquoise, maar: middernachtblauw.

Het donkerblauwe pak is het duizenddingendoekje van je garderobe. De verdere aankleding laat je afhangen van de gelegenheid: een rode das voor op kantoor (de combinatie donkerblauw-rood straalt de meeste autoriteit uit, zie de Amerikaanse presidenten), grijs voor op de bruiloft van je nichtje en zwart voor op de rode loper. Kies wel een das gemaakt van zijde of in ieder geval deels van zijde. Dat stropt niet alleen het makkelijkst, de zachte glans suggereert ook een feestelijke inborst.

Je schoenen zijn ook zwart van kleur (ronde neus graag; puntschoenen zijn voor ouwe rockers). Mag eventueel met gaatjes (de brogue), maar effen leer ziet er gekleder uit en past overal onder, zelfs onder je doordeweekse spijkerbroek. Tip: met een spuugje en een veegje (bijvoorbeeld met je kousen) breng je je schoenen in de buurt van de lakschoen. Zoals het gezegde luidt: always buy a good pair of shoes and a good bed, if you're not in one you are in the other. Dus ga niet beknibbelen op schoenen. Investeer. Kousen: zwart. En lang genoeg om het lillend vlees van de klotsende kuiten buiten beeld te laten.

Pak, schoenen, stropdas, kousen - allemaal multi-inzetbaar. Wat missen we nog in onze stijlsurvivalkit? Juist, het overhemd. Daarover kunnen we kort zijn: hou het simpel. Wit, wit, en nog eens wit. De knopen zijn ook wit (parelmoer om precies te zijn) en weersta in hemelsnaam de verleiding van een gekleurd stikseltje bij het knoopsgat.

Ik weet dat er mannen zijn die menen dat het gepast is om met een overhemdboord als een neck brace rond te lopen, met gekleurde bloempatronen aan de binnenkant van de boord en knopen in de kleuren van de Catalaanse vlag. Ik ben van mening dat je op een bepaald moment de keus moet maken: ben je een man of ben je een kerstboom?


Zij doen het altijd goed

Kantelberg over Jules Deelder

Wie draagt er in hemelsnaam nog jasjes op zijn Italiaans, dus zonder split(ten) aan de achterzijde (twee splitten is Engels; één split is Amerikaans)? Zelfs in Milaan wagen de geparfumeerde heertjes zich er niet meer aan. Of een club collar, zo'n rond boordje, met een pin om 'm strak te trekken achter de - zoals het hoort bij een pin: kleine - strop? Enter Jules Deelder, de dichter die weet dat er geen hogere stijl is dan de eigen stijl.

Jules Deelder Beeld Hollandse Hoogte / VI Images

Kantelberg over Wilfried de Jong

Niemand heeft zulke mooie overjassen als Wilfried de Jong, maar je ziet ze niet omdat zijn optredens altijd binnen plaatsvinden. Zelfde met zijn schoenen; komen nooit in beeld, maar ze zijn om de vingers bij af te likken. Hij is overigens ook de enige man die tijdens het schrijven soms zijn hoed opzet, nadat hij deze boven het stoompijpje van zijn espresso-apparaat op maat heeft geboetseerd. Vakmanschap is meesterschap.

Wilfried de Jong Beeld Hollandse Hoogte / Anneke Janssen

Kantelberg over Benjamin Herman

Saxofonist Benjamin Herman is de koning van de gelaagdheid. Bij Herman zie je altijd het manchet van zijn overhemd onder de mouw van zijn doublebreasted jasje onder de mouw van zijn wollen overjas - in reepjes van maximaal 2 centimeter. Ontving dit jaar terecht een Oeuvre Award van Esquire, nadat hij in 2008 al eens werd uitgeroepen tot Best Geklede Man van het Jaar.

Benjamin Herman Beeld Hollandse Hoogte / Marcel Krijgsman Photography
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.