Massa zonder stem

Het is nog maar enkele jaren geleden dat het populisme een vliedende volksbeweging was.

Een paar weken geleden sprak de Duitse architectuursocioloog Werner Sewing tijdens de Premselalezing in de Beurs van Berlage over het succes van de Nederlandse architectuur en vormgeving en de gelijktijdige opkomst van het populisme. Zijn redenering was simpel. Tegenover het koele onmenselijke modernisme dat de Nederlandse architectuur in het kielzog van Rem Koolhaas wereldfaam had bezorgd, was onder het gewone publiek een tegenkracht ontstaan, die de voorkeur gaf aan een plaatsgebonden stijl van ontwerpen.

Sewings verhaal suggereerde dat Nederland eerst was volgebouwd met supermoderne hoogbouw rondom stations, waarna de populisten het heft in handen hadden genomen met ontwerpen die op alles lijken behalve de moderne tijd: een nieuwbouwwijk in de gedaante van een vooroorlogse Brabantse villawijk in Helmond, een dorpje bij Den Bosch in de gedaante van een grote burcht, inclusief slotgracht, en een kantoorwijk nabij Den Haag CS die het midden houdt tussen De Efteling en Gotham City.

Sewing verklaarde dat overal waar een elite de macht claimt en mensen forceert te leven onder een bepaald regime, de onderdrukte massa vroeg of laat de ruimte terugeist die men heeft ingeleverd. In het geval van het Nederlandse supermodernisme heeft de massa de 'normaliteit' opgeëist die men van huis uit gewend was. Men wil een thuis, een plek in de wereld, in plaats van een onderkomen dat in diezelfde vorm overal ter wereld kan staan (en ook staat, dankzij Koolhaas).

Het venijn van de lezing zat in de staart. Bij beelden van de begrafenis van de paus beweerde Sewing dat het hedendaags populisme in een nieuwe fase is aanbeland als er zo'n vijf miljoen mensen een man eren die er tijdens zijn leven een ronduit fundamentalistisch gedachtegoed op na heeft gehouden. Vijf miljoen mensen die naar Rome afreizen om hulde te brengen aan iemand die rigoureus elke vorm van modernisering heeft afgewezen. Dat is nog eens iets anders dan een discussie over de keuze tussen strakke glazen puien en gezellige puntdaken. Populisme gaat hier over in lijnrecht fundamentalisme, dat in zijn doctrinaire geloof geen enkel greintje relativering, humor of ironie toestaat. In fundamentalistische tijden telt alleen de waarheid.

Als je bereid bent de analyse van Sewing te volgen kun je je afvragen of het moment van de tentoonstelling Po p u l i s m in het Stedelijk Museum in Amsterdam, onderdeel van een reeks van gelijktijdige tentoonstellingen en manifestaties in vier Europese landen, wel zo gelukkig gekozen is. De curatoren, Lars Bang Larsen, Cristina Ricupero en Nicolaus Schafhausen beweren met hun project het discours omtrent het populisme te willen voeden en verdiepen, maar komt die poging niet als mosterd na de maaltijd in een samenleving die inmiddels de buik vol heeft van populistische prietpraat van incapabele politieke partijen? Waarheid, echtheid en authenticiteit zijn gewenst, om met Sewing te spreken. Dat is geen populisme, dat is orthodoxie.

Ook in de kunst is het onderwerp van Po p u -lism niet echt wat je noemt 'vers'. Alweer drie jaar geleden, tijdens de opening van document a 11 in Kassel, vonden de eerste publieke debatten omtrent de opkomst van het populisme plaats, in een tijdelijke televisiestudio die de kunstenaar Thomas Hirschhorn in een Kasselse achterstandbuurt had neergezet. Er werd destijds enigszins paniekerig gesproken over de dreiging van censuur onder de snel opkomende populistische politieke partijen, die, kunnen we inmiddels vaststellen, hier en daar voor nare incidenten hebben gezorgd, maar niet op een schaal zoals toen werd gevreesd. Een grotere dreiging voor de vrije meningsuiting is vooralsnog het fundamentalisme gebleken, zoals Nederland inmiddels aan den lijve heeft ervaren.

Het ontbreken van uitspraken over de morele herbewapening van de wereld, maakt dat Po p u -lism je het gevoel geeft van een terugblik, een retrospectief op het voorland van de huidige ontwikkelingen in kunst en maatschappij. Voorspellend kun je de hier verzamelde kunst in elk geval niet noemen, met onder andere een reeks hilarische tekeningen van Erik van Lieshout over Pim Fortuyn (consequent een kale kop op een wellustig naakt vrouwenlijf) en een serie aquarellen met een portret van Aznar, de inmiddels afgetreden leider van de Spaanse Partido Popular, van de hand van Juan Pérez Agirregoikoa. Het zijn politieke pamfletten van een paar jaar geleden, waarvan de houdbaarheidsdatum inmiddels verstreken is. Ik vraag me af of veel mensen Aznar nog zullen herkennen.

Dat de tentoonstelling als politiek manifest aan de late kant is, wil niet zeggen dat ze overbodig is. Het is een legitieme studie naar een fenomeen dat de gemoederen jarenlang heeft beziggehouden en sommigen nog bezig houdt. Voor hen die met opiniepeiler Maurice de Hond nog elke dag de veenbrand onder het politieke bestel zien oplaaien, heeft de tentoonstelling iets prettig geruststellends. In Amsterdam wordt het heikele onderwerp op alle mogelijke manieren op afstand gezet, geïsoleerd, ontleed en vervolgens onschadelijk gemaakt. Het is de intellectuele kidnap van dat wat een paar jaar geleden nog een vliedende volksbeweging was, dreigend, gevaarlijk, ongrijpbaar. Hier, binnen veilige muren van het museum, is het monster van het populisme eindelijk getemd en gereduceerd tot een onschuldig plaatje. De kunstenaars spelen ermee als kat en muis.

Deze intellectuele inkapseling is natuurlijk zoete wraak van de intelligentsia op de massa die het even helemaal voor het zeggen meende te hebben in Europa. In Po p u l i s m wordt massa zijn stem ontnomen, onder meer doordat het populisme op typisch onpopulistische wijze wordt genuanceerd. Bij de tentoonstelling een Populism Reader verschenen waarin een groot aantal gerenommeerde cultuurbeschouwers en filosofen in wervelende essays hun gedachten laat gaan over het onderwerp. Het onvermijdelijke gevolg is dat er van het monster niets anders overblijft dan een versplinterde romp en wat uiteengeslagen losse ledematen.

Van een politiek en maatschappelijk verschijnsel, met een verrassend enkelvoudig politiek profiel, wordt het populisme in Po p u l i s een conglomeraat van politieke en sociale denkbeelden, zo veelzijdig en grillig dat we ons met terugwerkende kracht niet meer kunnen voorstellen dat er ooit reële macht aan is toegekend. Een echte verklaring voor het succes, die in de lezing van Sewing nog zo simpel klonk, blijft in Amsterdam achterwege.

De curatoren wensen geen moreel oordeel vellen over het populisme. Populisme is namelijk niet alleen maar slecht, zeggen de deskundigen. Er valt ook veel van te leren, over mensen bijvoorbeeld. Toch heeft een enthousiast populist helemaal niks te zoeken in Amsterdam. Tevergeefs zoek je er naar populistische kunst van het genre huilende zigeunerinnetjes, statige portretten, sociaal-realisme of ordinaire propaganda. Er is zelfs geen Ans Markus of Hans Helmantel ter vermaak van de massa's. De tentoonstelling biedt louter en alleen zogeheten maatschappijkritische kunst, die het fenomeen ondervraagt en liefst volkomen belachelijk maakt. Geen kunst dus die er als kunst uitziet. Of zoals de curatoren het zeggen, 'geen kunst die over schoonheid gaat', maar werk dat we inmiddels hebben leren kennen als de standaard van het hedendaagse internationale tentoonstellingscircuit: documentaire kunst, video, fotografie en slechts een enkel schilderij.

Behalve vanwege haar gebrek aan bevalligheid, is de tentoonstelling vooral antipopulistisch omdat ze verre van transparant is. Hier geen kunst die spreekt in de directe rede volgens Fortuyns eigen motto 'ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg'. Populism is een tentoonstelling vol leugentjes en dubbele bodems, spotziek en druipend van de ironie. Alleen wanneer je gevoel voor humor hebt, begrijp je dat de kunstenaars het allemaal niet zo serieus menen en wordt duidelijk hoe men eigenlijk over de tendensen denkt die worden beschreven. En dat is zonder uitzondering negatief.

Zo infiltreren in Danes for Bush van Jakob S. Boeskov twee geschminkte Denen in de republikeinse verkiezingscampagne van George W. Bush en luistert men ademloos naar de rechtse, xenofobe standpunten van lokale Amerikaanse partijgangers. Maar hun maskerade dient slechts een doel: het genadeloos publiceren de populistische agenda van rechts Amerika.

Wat in de tentoonstelling nog het meest opvalt, is de brede programmering, met werk over de dromen van asielzoekers tot aan de ouderwets rechtse retoriek van investment bankers. Meer dan in het onderwerp van handelen, wordt de essentie van het populisme gezocht in de wijze van handelen, in stijl en methodiek. Waarmee men wil uitdrukken dat het populisme overal in de maatschappij kan opduiken.

Het gevolg is dat wat een puntige verhandeling over het populisme had kunnen zijn uitmondt in een breed overzicht van maatschappijkritische kunst uit de periode waarin het volk de populisten hun grootste politieke successen gunde, de jaren rondom de eeuwwisseling. Er wordt een wereld getoond van de westerse maatschappij zoals die in de kunst van die jaren naar voren is gekomen. Een wereld van ongebreideld consumentisme, hebzucht en xenofobie, waar het spektakel en de gekunsteldheid vanaf stralen.

Het is een maatschappij die was en niet meer is. Want zoals gezegd is in dit wereldse consumptieparadijs, waar de klant koning is, een ethisch reveil in opkomst dat zijn normen en waarden heel ergens anders zoekt. In de kerk bijvoorbeeld of in een al decennia geleden verloren gewaande moraliteit.

Weemoed overvalt me als ik in de video G et Rid of Yourself van Bernadette Corp een verhaal hoor vertellen over de antiglobalist die buiten zichzelf treedt tijdens antiglobalistische rellen. Door god en iedereen verlaten, in een staat van ultieme desoriëntatie, gaat hij op in een van rook vervulde leegte, die langzaam zijn geest en individualiteit opslorpt. De relschopper presenteert zich als de arme postmoderne ziel, dolend in een richtingloos bestaan.

We schrijven hier G8, Genua 2001, maar hoe anders is het heden, waar in de maatschappij alom nieuwe funderingen worden gesmeed, die niets anders beogen dan deze dolende wezens weer een plek te geven. Plekken die niet zozeer zijn gebaseerd op populistische denkbeelden, maar op idealistisch gedachtegoed en soms regelrecht orthodoxe overtuigingen. In de kunst vertaalt die reconstructie van fundamenten zich bijvoorbeeld in de terugkeer van modernistische kunst, met alle letterlijk en figuurlijk idealistische abstracties van dien. Je ziet de heroriëntatie ook terug in historisch geïnspireerde figuratieve kunst, waar traditionele motieven en symboliek nieuw leven ingeblazen wordt, en kunstenaars onbeschaamd getuigen van hun lev e n s b e s ch o u w i n g e n .

Je kunt Po p u l i s m niet verwijten dat ze geen uitspraken doet over de opkomst van dit soort nieuw fundamentalisme. Maar misschien had men er wel iets duidelijker naar kunnen verwijzen. Want het hedendaagse fundamentalisme staat niet los van het populisme dat eraan vooraf gegaan is en soms nog altijd mee is verbonden. Nu moet de bezoeker het doen met wat uitspraken uit de campagne van Bush' herverkiezing. En mag men zelf verzinnen of deze opinies nu een voorbeeld zijn van hedendaags populisme of van nieuw fundamentalisme. n


Amsterdam, Stedelijk Museum, t/m 28/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden