MARY DRESSELHUYS

Heel lang mocht niemand weten hoe oud ze was, maar dat toneelstuk is voorbij. Op 22 januari wordt Mary Dresselhuys negentig jaar....

OP ZONDAGMIDDAG kun je haar aantreffen in de Amsterdamse discotheek Sinners in Heaven. Dan wordt daar ouwe soul- en funkmuziek gedraaid. Niet bepaald een locatie waar je iemand van bijna negentig verwacht. 'Als er een band speelt en het geluid is erg hard, verdwijnt ze wel eens naar boven', zegt Dirk Zeelenberg. De jonge acteur, initiatiefnemer van de zondagmiddagfeesten, is een goede vriend van Mary Dresselhuys. Reden van de vriendschap met de vrouw die zijn grootmoeder had kunnen zijn: 'Je kan veel met haar lachen en veel met haar drinken.'

Bovendien heeft Zeelenberg een inspirerende werkrelatie met Mary Dresselhuys. Nog steeds, want de koningin van de komedie heeft geen afscheid genomen van het theater. In februari staat ze in het Nieuwe de la Mar Theater in Amsterdam, waar ze herinneringen ophaalt aan haar toneelcarrière, bijgestaan door Paul Haenen. En afgelopen zomer werkte Zeelenberg met haar aan de televisie-registratie van Harold & Maude, het toneelstuk van Colin Higgens waarmee hij zes jaar geleden bekendheid verwierf.

Dresselhuys 'ontdekte' hem. Ze had de selfmade-acteur zien spelen, hij was toen 21, en vroeg hem voor de rol van de 21-jarige Harold. Tien jaar eerder was Huub Stapel haar tegenspeler in hetzelfde toneelstuk, maar die was intussen te oud. En in het theater van Mary Dresselhuys heeft een acteur zo ongeveer de leeftijd van zijn personage. Anders is het niet geloofwaardig.

Die overtuiging had Dresselhuys al toen ze als jong meisje uit Tiel bij haar oom in Den Haag naar het theater ging. Ze ging in d'r eentje, op de gratis kaart van haar oom, en ze zag oudere, dikke actrices die de jongemeisjesrollen speelden. Dat moet ik doen, dacht ze, en wist dat ze aan het toneel zou gaan.

Over haar eigen leeftijd zou ze decennia lang vaag blijven. Tussen haar dertigste en haar zestigste had ze een groot leeftijdsbereik in de rollen die ze speelde, en ze wilde de illusies die ze haar publiek voortoverde niet verstoren. Tegen de tijd dat ze 'ouwedamesrollen' zou spelen, mocht iedereen weten hoe oud ze was, beloofde ze in 1967. Ze hield zich aan haar woord.

De laatste twintig jaar speelt ze inderdaad van die 'ouwedamesrollen'. Het jongste zusje spelen in Tsjechovs Drie Zusters, zoals een bejaarde collega-actrice dat een paar jaar geleden deed bij de Amerikaanse Wooster Group, is niks voor Dresselhuys. De vrijheid die acteurs tegenwoordig wel eens nemen ten opzichte van hun personage is niet aan haar besteed.

Rollen moeten passen bij haar leeftijd en bij haar deftige uitstraling. Een Amsterdamse volksvrouw heeft ze nooit willen spelen. Regisseur Adrian Brine: 'Het schijnt dat Mary Dresselhuys met de Nederlandse Comedie ooit in een volksbuurt optrad, en er kwam maar geen lach uit de zaal. Toen bleek dat het publiek dacht: dat is een mevrouw, en om een mevrouw hoor je niet te lachen.'

Een 'absolute realist', wordt ze genoemd door regisseurs die met haar werkten. Ze zal zich nooit laten meeslepen door emoties of gekke invallen. Dresselhuys werkt lang en consciëntieus aan haar rollen, vanuit een beeld dat ze zich al voor de repetities van haar personages heeft gevormd. Ieder zinnetje is een stukje van de puzzel, die zij 'peuterend' aan haar rollen compleet maakt. De fee uit de musical En nu naar bed die Annie M. G. Schmidt in 1971 op haar lijf schreef, was een van haar moeilijkste rollen. Het was een schetsmatige verschijning, geen afgerond personage waarin Dresselhuys zich kon verdiepen. De musical beschouwt ze dan ook als een uitstapje, haar werkelijke vak is de (tragi-)komedie.

Die speelt ze licht, met een geweldig gevoel voor timing. Acteur Guus Hermus, die haar vanaf het prille begin heeft meegemaakt: 'Ze probeert het publiek nooit aan het lachen te krijgen, de humor is bij haar vanzelfsprekend. Het is ook geen platte humor, ze is echt geestig.' Adrian Brine: 'Om goed komedie te kunnen spelen moet je vrolijk van geest zijn, zoals Mary Dresselhuys. Je moet het absurde van het leven inzien, om dat op het toneel te kunnen zetten.'

Het spel van Dresselhuys is zo levendig omdat ze meer speelt dan alleen de tekst. Je ziet dat er van alles in haar hoofd omgaat. Dirk Zeelenberg: 'Nooit precies zeggen wat je bedoelt, dat heb ik van haar geleerd. In het gewone leven denk je ook altijd vijf dingen tegelijk. Je praat met iemand en intussen denk je ''wat zit z'n haar raar'', en ook nog ''heeft hij nou een of twee klontjes in de thee?''.'

De regisseur van een Dresselhuys-voorstelling moet geen al te groot artistiek ego hebben, zijn inbreng is niet onbeperkt. Adrian Brine, die haar in 1985 regisseerde in Leocadia van Jean Anouilh: 'Ze heeft een enorme aanwezigheid. Voor alles heeft ze oog, de affiches, de kostuums, de decors en de regie. Eigenlijk is ze de hele tijd aan het co-regisseren. ''Nee, dat zinnetje moet je zó zeggen'', roept ze dan.'

De toneeltekst, daar mag je van Dresselhuys niet aankomen. Ze staat ook nooit zomaar in een stuk. Het initiatief voor de voorstelling is meestal van haar uitgegaan, ze heeft het toneelstuk met de grootste zorgvuldigheid uitgekozen en zelfs vertaald. Toen ze in 1973 de komedie Slippers van Alan Ayckbourn als vrije productie bracht, verklaarde ze tevreden dat ze was teruggekeerd naar de oorspronkelijke tekst. Halverwege de jaren zestig speelde ze hetzelfde stuk namelijk bij Centrum. Toen waren er 'hippe' veranderingen in de tekst aangebracht, vooral in de jongensrol die gespeeld werd door Jeroen Krabbé. 'Die jongen is helemaal niet hip', merkte ze bij het herlezen van het stuk.

Al in de jaren dertig ging ze zelf op zoek naar nieuwe stukken, die ze zo nodig vertaalde. Toen was ze getrouwd met acteur/regisseur Cees Laseur, met wie ze jarenlang het Centraal Toneel leidde. Haar leven lang reist Mary Dresselhuys regelmatig naar Parijs of Londen om daar de nieuwste producties te zien. Ze heeft contact met oudere actrices in het buitenland, om tips uit te wisselen over geschikte rollen voor dames op leeftijd.

Dat die rollen dun gezaaid zijn, is de officiële reden dat Dresselhuys niet meer ieder jaar op de planken staat. Met een bijrol als omaatje neemt de actrice geen genoegen. Ze speelt alleen dragende rollen, in stukken met een kleine bezetting, want ze moet 'uit de kosten komen'.

Als een kleine ondernemer opereert ze al zo'n dertig jaar in het circuit van de vrije producties. Ze stopt eigen geld in haar voorstellingen, een reden te meer om ze als een leeuw te bewaken. Meubeltjes uit het decor die Dresselhuys bevallen, worden extra goed behandeld. Adrian Brine: 'Bij Leocadia mochten we geen champagne morsen op de tafel. In het stuk stond dat er champagne werd gedronken, maar Mary Dresselhuys vond de tafel zo mooi, dat ze hem na de tournee wilde overnemen.'

Net op tijd verruilde ze eind jaren zestig het verstarde toneelbestel voor het vrije circuit. Daardoor ontsnapte ze aan de Aktie Tomaat, het harde gevecht voor vernieuwing waaraan veel van haar leeftijdgenoten een flinke knauw overhielden. Dresselhuys was ongetwijfeld ook doelwit geworden van de tomatengooiers. In 1969 werd ze nog onder vuur genomen door een Kultureel Aktie Komitee, dat protesteerde tegen haar programma Kunst en Vliegwerk. Dat was een avond waarop Dresselhuys verhalen vertelde, samen met haar derde man, de vliegenier en schrijver Adriaan Viruly. Ze ging ermee op tournee door Zuid-Afrika. Tekenend voor de verrechtsing van het schouwburgenbeleid, vond de actiegroep.

In het vrije circuit kwam ze terecht onder de liefdevolle vleugels van Joop van den Ende, die haar als kleine jongen al bewonderde. Ze hoeft maar te roepen dat ze weer een stuk heeft gevonden, of hij staat nog altijd voor haar klaar. Bij Van den Ende kon ze blijven functioneren in het sterrensysteem dat haar groot maakte. 'Ze is echt een actrice van de oude stempel', zegt Jacob Bron, programmeur van de Schouwburg Velsen en een enorme fan van Dresselhuys.

'Ze komt uit een tijd dat de eerste acteur of actrice afrekende met de directeur van de schouwburg. Als ze het theater binnenkomt waar ze 's avonds moet optreden, speelt ze al een rol.' De rol is: 'Ik kom vanavond bij u spelen, dus wij hebben een afspraak.' Bij die afspraak hoort bijvoorbeeld dat ze zegt: 'Wat heeft u een mooie kleedkamers.'

De verantwoordelijkheid die Dresselhuys voelt ten opzichte van haar publiek is tekenend voor haar generatie. Bron: 'Ze heeft niet alleen een afspraak met het theater, maar ook met het publiek. Die afspraken zijn heilig. Dat is waarschijnlijk ook haar drive om door te gaan, als ze ermee stopt laat ze haar publiek in de steek.'

Op het toneel is Dresselhuys voortdurend bezig met het publiek. Of het wel reageert, of het alle subtiliteiten oppikt. Als een voorstelling niet loopt, zoekt ze het in eerste instantie bij zichzelf. Het is haar taak om het publiek inzicht te geven in de personages die ze speelt. Dat is geen makkelijke opgave, want haar voorkeur gaat uit naar gecompliceerde, onconventionele figuren.

Jacob Bron: 'Ze heeft altijd gezocht naar rollen van excentrieke vrouwen. Op het eerste gezicht waren die vrouwen vaak doodgewoon, zodat het publiek hen herkende. In tweede instantie bleken die vrouwen mallotige ideeën te hebben of vreemde gewoontes.' Hoeveel respect ze ook heeft voor haar publiek, Mary Dresselhuys rebelleert wel degelijk tegen de verwachtingen. Door de rollen die ze kiest, en door het leven dat ze leidt. Die twee dingen zijn bij Mary Dresselhuys moeilijk te scheiden.

'Door haar rollen heen ziet het publiek altijd het fenomeen Dresselhuys', zegt Jacob Bron. 'Naarmate ze ouder werd is de fascinatie voor haar persoonlijkheid alleen maar groter geworden. De vitaliteit waarmee ze op het toneel staat: in Harold & Maude ging ze nog op de grond liggen om een kaarsje te maken. Dat is dan een vrouw van tachtig.' In De Sprong was ze een vrouw die op haar 65ste haar man verlaat en een nieuw leven begint met Ramses Shaffy. In Hoog Tijd speelde ze met John Kraaykamp een bejaard echtpaar dat voor het eerst het plezier van seks ontdekt.

'Ik geloof, dat het een der nieuwe vrouwenkarakters van onzen tijd is', schreef een criticus over een van haar rollen. Dat was in 1933. 'Haar beheerschtheid is typisch. . . modern', schreef een ander in hetzelfde jaar. 'Een soort cerebraliseering die wel typeerend 20ste eeuws is.' Het stond in De Hollandse Lelie. Het gemoderniseerde weekblad voor de gedistingeerde vrouw. Toen al typisch Dresselhuys.

Harold & Maude: 25 januari, Nederland 1, 20.31 uur. Mary Dresselhuys/ Paul Haenen: Nieuwe de la Mar Theater, Amsterdam, 3 en 24 februari. Aanstaande zondag is Dresselhuys te zien in 30 Minuten, Nederland 3, 22.08 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden