postuumMartin Ros (1937-2020)

Martin Ros (1937-2020): onstuitbaar enthousiaste leeswolf

Martin Ros was een veelvraat. Van boeken had hij nooit genoeg. Maandag overleed hij op 83-jarige leeftijd.

Martin Ros in 1992. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Martin Ros in 1992.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Nimmer kon hij worden aangetroffen zonder het gezelschap van stapels en stapels boeken in uitpuilende plastic tassen. Nimmer kon hij stoppen met spreken óver boeken. Zijn enthousiasme was niet te stuiten in de verschillende rollen die hij gedurende zijn leven in de literatuur vol overgave vervulde: die van verzamelaar, schrijver, redacteur en boekbespreker voor de radio.

Martin Ros werd geboren op 2 januari 1937, op de rand van de Tweede Wereldoorlog, in de schaduw van de Hilversumse Vituskerk in een wijk die ‘Klein Rome’ werd genoemd. Hij was de zoon van een katholieke wever, die met 17 gulden per week negen kinderen onderhield. In de Openbare Leeszaal ontwikkelde zich bij de kleine Martin de liefde voor de literatuur. ‘De leeswolf overviel mij.’

Na een baantje als journalist bij Het Vrije Volk kwam Ros in 1964 terecht bij De Arbeiderspers. Die Amsterdamse uitgeverij gaf toen nog vooral populaire omnibussen uit. En Simon Carmiggelt en Annie M.G. Schmidt. Ros moest er voor nieuwe bestsellers zorgen. Zoals Juf, daar zit een weduwe in de boom van H. Hoving, een Groningse schoolmeester die uitspraken van kinderen had verzameld. Oplage: 800.000 exemplaren. Maar Martin Ros stond ook mede aan de wieg van de prachtige Privé-domeinreeks waarin de autobiografische geschriften van Salvador Dali, Paul Léautaud, Gustave Flaubert, Thomas Mann en Friedrich Nietzsche verschenen.

Tuinkabouters

Bij De Arbeiderspers vormde hoofdredacteur Ros vanaf 1972 een fameus duo met directeur-uitgever Theo Sontrop. In de Haagse Post werden zij getypeerd als ‘de tuinkabouters van de literatuur’. Maar hun geringe lengte mocht niet verhullen dat ze samen leidinggaven aan een uitgeverij die in de jaren zeventig en tachtig de toon zette met auteurs als Gerrit Komrij, Jeroen Brouwers, Cees Nooteboom en Maarten ’t Hart. Sontrop was de Stendhal van het duo, Ros de Balzac: de verfijning en de selectie versus de gulzige alleseter.

Aan het begin van de jaren negentig werd Sontrop ontslagen bij De Arbeiderspers, sterredacteur Emile Brugman vertrok met medeneming van de belangrijkste auteurs en de rol van Martin Ros werd kleiner en kleiner. Bij zijn afscheid in 2000, na te zijn getroffen door een hersenbloeding, bleek hij de laatste om dat te erkennen: ‘De Arbeiderspers, dat ben ik.’

Vanaf 1985 had Ros op zaterdagmorgen in de Tros Nieuwsshow op Radio 1 een legendarische boekenrubriek, waarin hij hyperventilerend van enthousiasme en zonder tussendoor adem te halen een kwartier lang een tsunami aan literaire anekdotes en aanvechtbare, zelfs tegenstrijdige meningen verkondigde. Hij had een voorkeur voor oorlog en wielrennen, onderwerpen waarover hij ook een hele stapel boeken schreef, zoals een biografie van Fausto Coppi.

Bovenal had Ros een groot hart voor scabreuze verhalen. Hij vertelde het liefst over ‘het héle erge’. Meermaals kondigde hij zijn erotische memoires aan, maar die verschenen nooit. Van de Tros Nieuwsshow nam hij in 2007 afscheid met tranen in zijn ogen: ‘Het is voorbij, het is geregeld, we gaan als vrienden uiteen.’

Martin Ros stelde zich altijd voor dat hij de boekendood zou sterven. Verpletterd te worden door de veertigduizend boeken waarmee hij zich omringde. Zijn huis ging zo verzakken dat het moest worden ontruimd. Zijn laatste jaren bracht hij door in een zorgcentrum in Soest, waar hij, na te zijn getroffen door corona, zijn laatste bladzijde omsloeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden