Martin Bril: de scherpste observator van zijn tijd of copywriter?

Achter de 'schelmenstreken' van Martin Bril, die vijf jaar geleden overleed, ging een gedesillusioneerd schrijver schuil. De grote roman waarvan hij droomde, is nooit geschreven. Was hij inderdaad 'de scherpste observator van zijn tijd'?

Schrijver van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal Martin Bril in 2006 Beeld ANP

Het leven gaat snel, maar de dood staat ook niet stil. Morgen is het vijf jaar geleden dat Martin Bril overleed. Columnist van de Volkskrant, DWDD-tafelheer, Volvorijder, theatervoorlezer, handelsreiziger in woorden onder het motto move the product. Hij had slokdarmkanker en was 49.

Hij was de geliefdste stukjesschrijver van Nederland, als je tenminste mag afgaan op de staat van nationale rouw waarin het land na zijn overlijden enige tijd verkeerde. Zijn werk wordt nog altijd goed verkocht. Na zijn dood verschenen er tot dusver achttien compilaties van zijn stukken en met die boeken verbleef Bril vaker in de top-60 van bestsellers dan met het werk dat tijdens zijn leven verscheen.

Martin Bril was erg goed in populair worden. Zijn dagelijkse column in de Volkskrant en die in Volkskrant Magazine, zijn feuilleton in Vrij Nederland en zijn bijdragen aan andere periodieken die wilden betalen (én de bundelingen daarvan) maakten dat hij van alle schrijvers van Nederland het dichtst bij zijn lezers - en vooral lezeressen - stond. Bril gunde zijn lezers onverbloemd voyeurisme. Hij liet ze delen in zijn leven en dat van zijn naasten, hij liet ze zijn tuin zien en reed met ze door Nederland. Hij nam ze mee naar het ziekenhuis, het Binnenhof en het popconcert. De scènes uit het leven van Martin Bril bevielen de lezers - hij werd een vriend, een broer, een geliefde in inkt.

Je kon hem dus overal lezen, je kon hem zien en horen als sidekick bij De Wereld Draait Door en je kon naar de theatershow waarmee hij met Ronald Giphart en Bart Chabot door het land toerde en waarvan hij de grootste publiekstrekker was.

Martin Bril overleed aan kanker, maar misschien had hij zichzelf ook opgebrand. Een leven dat de laatste twaalf jaar bestond uit bezeten werken en de twintig jaar daarvoor uit het gedreven uitoefenen van andere bezetenheden, was ten einde gekomen.

En niet bepaald gemakkelijk: het was een verschrikkelijke dood. Wie gedurende zijn laatste dagen langs het huis in de Derde Helmersstraat in Amsterdam fietste, kon soms Brils angst en woede horen. 'Het verzet is luid', schrijft Astrid Theunissen in de biografie van Bril die afgelopen week verscheen, De schelmenjaren van Martin Bril. Het is het pijnlijkste zinnetje in het boek, omdat de tragiek van het leven van Bril erin is samengebald. Het is verzet tegen het einde, maar ook tegen de nederlaag en mislukking die nu onvermijdelijk zijn geworden.

Foto van voorpagina van de Volkskrant nadat Martin Bril is overleden Beeld -

Het Parool
Het eerste stuk in de recentste verzameling van Martin Brils columns, De zon schijnt, heet 'Ouder worden'. Het is een van de eerste columns die Bril na zijn overstap van Het Parool schreef in de Volkskrant, in oktober 2001. 'De zon scheen. Ik denk dat er geen mooiere zin is om op te schrijven. De zon scheen. Misschien dat de volgende zin nog mooier is: de zon schijnt. Je ziet het voor je.'

Het is meteen helemaal Martin Bril, de lezers van de Volkskrant weten wat ze de komende jaren kunnen verwachten. Ze moeten nog even wennen aan de stijl, de korte zinnen, de éénwoord-alinea's, het licht-filosofisch gemijmer dat niet per se ergens heen gaat, de schijnbaar willekeurige observatie en de afronder, 'En de zon maar schijnen', in dit geval. Maar het duurt niet lang of de column heeft Bril gebracht waar hij wil wezen, in het helle schijnsel van de landelijke roem, onder de warme deken van erkenning en bewondering.

Het Parool heeft hem op het spoor gezet en gered. Op een dag in december 1996 gaat medewerker Bril op bezoek bij Matthijs van Nieuwkerk, de kersverse hoofdredacteur. Bril is er slecht aan toe: hij is alcoholist, hij zit diep in de schulden, hij heeft er een puinhoop van gemaakt. 'Gijs, het zip schinkt', heeft hij daarvoor behoorlijk in de lorum de situatie treffend samengevat tegenover zijn vriend Gijs van de Westelaken.

Hij vraagt Van Nieuwkerk een tijd vrijaf om orde op zaken te stellen. De hoofdredacteur neemt het verzoek in overweging. Buiten komt Bril Bart Middelburg tegen, de misdaadverslaggever van Het Parool. 'Gebeurt er nog wat?', vraagt Bril lichtelijk verveeld - op de toon van een van zijn Amerikaanse voorbeelden, Jimmy Breslin: 'So, what's doin?' Middelburg zegt dat de volgende maandag het proces tegen Johan V., 'de Hakkelaar' begint. Het is alsof iemand het licht aandoet. Opeens weet Bril wat hem te doen staat. Hij keert om en loopt linea recta terug naar Van Nieuwkerk: mag hij een dagelijkse rubriek uit de rechtszaal schrijven, een beetje zoals Breslin in 1978 deed tijdens het beroemde proces tegen de maffiabaas Anthony Provenzano?

Als Van Nieuwkerk akkoord gaat, heeft het leven van Martin Bril een beslissende wending genomen, juist op tijd, vlak voor de afgrond. Van Nieuwkerk (en Brils vrouw Anneke) eisen dat hij gaat afkicken van drank en dope - en dat doet hij ook. Niet voorgoed, wel voor geruime tijd. Hij is 38. Uit de rechtbankrubriek komt in september 1997 zijn stadsrubriek voort en die lanceert hem richting de Volkskrant, later naar De Wereld Draait Door, naar geld en mooie auto's en - misschien wel het belangrijkste voor Bril - de status van beroemdheid.

Hoofdredacteur Matthijs van Nieuwkerk van het Parool in 1997 Beeld ANP

'Alles verkeerd gedaan'
Was Martin Bril een schelm, zoals de titel van de aan hem gewijde 'biografische schets' doet geloven? Kijkt je vanaf de cover een schelm aan? Is het een schelm die uit de pagina's opstaat? Helemaal niet. Het is een gekweld wezen dat door fotograaf Harry Cock is vastgelegd, met ogen waarin wantrouwen en angst zijn te lezen. In Martin Brils leven voerden tragiek en onmacht de boventoon, hoe de hoofdpersoon ook zijn best doet dat te verhullen. Er vallen weinig schelmenstreken in te ontdekken. Zelfs wanneer Brils zegetocht als succesrijk columnist begint, is er de voortdurende ondertoon van verlies en frustratie.

Er stierf geen schelm maar een man toen Martin Bril overleed, een terneergeslagen, gedesillusioneerde man. Dat kwam door het voortijdige, wrede van zijn dood, maar niet alleen daardoor. Het had ook te maken met de mislukte zoektocht naar wat onvindbaar bleek, namelijk de grote kunstenaar in zichzelf. Met het feit dat hij de lat steeds lager was gaan leggen en genoegen had genomen met iets dat uiteindelijk nooit de bedoeling was geweest.

Eind februari 2009, schrijft Theunissen, zit Bril met Barbara van Beukering, hoofdredacteur van Het Parool en de vriendin die hij uit de tijdschriftenwereld naar die van de krant heeft geholpen, in Café Wester in de Nieuwe Leliestraat. Bril weet dat zijn leven bijna voorbij is, en wat rest is 'schuld en schaamte'. De grote roman waarvan hij droomde, is ongeschreven gebleven, hij heeft zijn huwelijk verkloot en zijn twee dochters amper zien opgroeien: te druk met zichzelf, met het jagen op geld, roem en vrouwen, met het bezeten inhalen van verloren tijd. 'Ik ga dood en ik heb alles verkeerd gedaan', zegt hij huilend.

De schelmenjaren van Martin Bril, biografie van Bril door Astrid Theunissen Beeld Meulenhoff

Het Tekort
Samen met zijn vriend - uiteindelijk misschien wel de enige echte vriend uit zijn leven - Dirk van Weelden streefde de Groningse filosofiestudent Martin Bril naar een 'schrijvend leven'. Aanvankelijk leek de roman daarvoor de meest aangewezen vorm, maar na twee jammerlijk mislukte pogingen, Voordewind uit 1991 en Altijd zomer, altijd zondag uit 1994, wist Bril dat daar zijn kracht niet lag. Al eerder had hij, samen met Van Weelden, in 1987 Arbeidsvitaminen - Het ABC van Bril & Van Weelden geschreven, en dat was wél positief ontvangen. Dat boek bestaat uit korte stukken over van alles en nog wat. Toen Van Weelden een vervolg wilde maken, haakte Bril af. Het voorschot was te laag, vond hij. Maar vermoedelijk beviel ook het delen van de schijnwerper hem niet meer.

'Als Martin meer dan 900 woorden moest schrijven, had hij geen idee meer over de vorm', zegt Van Weelden in De schelmenjaren. Dat is een ontluisterende opmerking over iemand wiens ambities ver boven de 900 woorden uitstegen. Het beperkte ook de mogelijkheden een 'schrijvend leven' vorm te geven. Dat moest op de korte baan gebeuren.

De verhalenbundel Het tekort, uit 1998, geldt als zijn beste werk. Het tekort is ook zijn beste titel en het boek komt nog het dichtst bij wat Bril ambieerde. Hij staat op zijn tenen en kijkt hoe ver zijn talent reikt. Het lamlendige gezuip en gesnuif ('snuipen') is tijdelijk stopgezet, de blik is helder, de pen doelgericht. Maar het tekort blijft, zelfs hier. Ook in Het tekort vindt hij niet de grote schrijver die de droom van een groot kunstenaarschap kan waarmaken. Hij is geen Hunter Thompson, geen AJ Liebling, E.B. White, geen Joseph Mitchell. Zijn beste boek vormde de definitieve nederlaag, zijn eigen Boulevard of Broken Dreams

Boekcover Het Tekort Beeld bol

Columns
De columns werden zijn ding. Volgens Dirk van Weelden wilde Bril zo, 'vermomd als journalist' alsnog tot een 'roman fleuve' komen, samengesteld uit de talloze stukjes die hij aan de werkelijkheid ontleende. Maar als dat idee ooit al serieus was geweest raakte het op de achtergrond toen de columns met Bril aan de haal gingen en doel op zichzelf werden.

Geen romanschrijver, geen als journalist vermomde romanschrijver en als dichter vooral bekend van de zinnen uit 'Credo': Je mist meer/ Dan je meemaakt// Helemaal/ Niet erg

Tja.

Enfin.

Was Martin Bril een goede columnist, een goede rubriekschrijver? Was hij inderdaad 'de scherpste observator van zijn tijd', zoals op de achterflap van de biografie staat? Schuilt in de ogenschijnlijke eenvoud van zijn columns soms een touch of genius? Door Brils pen, schrijft Joost Zwagerman in een lang verhaal over Brils oeuvre in Vrij Nederland uit 2008, raken 'de kleinste futiliteiten bezield'. Bril rijdt naar een dorp ergens in Nederland, en 'de Brilliaanse blik ontsluiert het verhaal dat die stukjes Nederland in zich dragen'. Heeft hij daarin de 'hogere moeiteloosheid' bereikt, zoals Zwagerman het omschrijft?
Het antwoord op die vraag hangt af van de welwillendheid van de lezer jegens de auteur. Als de columns van Bril één kwaliteit hadden, dan is het dat ze de perceptie van de lezer alle ruimte geven. De kwaliteit ervan zit tussen de regels. En daar valt voor iedereen het zijne te vinden.

Of was Martin Bril gewoon een handige copywriter die eindeloos een trucje herhaalde? Ook daarop is geen objectief antwoord mogelijk. En overigens kunnen ook handige copywriters mooie dingen schrijven.

'Tot mijn 35ste heb ik geen spat uitgevoerd', zei Bril in maart 2006 tegen Mischa Cohen van VN. Dat was dus niet helemaal waar: hij had Het ABC geschreven en twee romans, hij was writer in residence geweest in Ann Arbor en hij had twee dochters gekregen.

Maar dat stelde dus allemaal weinig voor. Wat hij in eigen ogen had gedaan, was 'dromen van een betere wereld respectievelijk een grote carrière als kunstenaar.' Als schrijver had hij naar eigen zeggen op een dwaalspoor gezeten, dat van 'groots en meeslepend'. 'Daarna ben ik naar klein en puntig gegaan. Ik streef elegantie en mooie zinnen na. Stijl. Precisie.'

Spreekt daar de kunstenaar die na lang zwoegen zijn vorm heeft gevonden, of de schrijver die zijn laatste uitdrukkingsvorm van een kunstzinnige lading voorziet? Je weet het nooit bij Martin Bril: consistentie in de omschrijving van zijn drijfveren is niet zijn belangrijkste streven. Hij kan ook gewoon verklaren dat het louter om de poen gaat. Het is vaak moeilijk vast te stellen waar de ware Bril (de verlegen jongen uit de provincie) eindigt en de poseur (de waanwijze Amsterdammer) begint.

Handelsreiziger
Martin Bril leek vermoedelijk meer op de handelsreiziger die zijn vader was dan hij ooit had willen toegeven. De handelsreiziger in woorden: toen Bril zijn faam zag toenemen, begon hij zijn columns uit te baten als ruilmiddel. Hij reed in de nieuwste Volvo in ruil voor het regelmatig noemen van dat merk in zijn stukjes. Zo ging het ook met kleding van Hans Ubbink, vliegen met de KLM, lunchen bij restaurant Wilhelminapark, een mooie Eamesstoel of andere producten die gratis te verkrijgen waren met een vermelding in de meestgelezen rubriek van de krant.

Het verlegen jongetje, dat zo snakte naar de erkenning van de grote wereld dat daarvoor alles moest wijken. Tegen Mischa Cohen: 'In mijn hart zou ik het liefste een vinexman zijn met een Renault Espace die om vijf uur de stekker eruit trekt en blijmoedig huiswaarts keert' - misschien wás hij die vinexman wel en streed hij een leven lang onder de duim te houden.

Martin Bril in 2001 Beeld ANP

'Het leek in zijn beste stukjes wel of de woorden zelf ook niet wisten wat hen overkwam', zei Matthijs van Nieuwkerk over het werk van Bril. Maar in Brils mindere stukjes zie je ook de gemakzucht, de herhaling, de haast - er moet nog meer worden getikt, er moest een stukjesfabriek draaiende worden gehouden. Joost Zwagerman rekende in 2008 uit dat Brils productie in de voorgaande jaren neerkwam op 800 boekpagina's per jaar.

Aan het eind van zijn leven kijkt hij terug, verbitterd. Dirk van Weelden, vorig jaar in Volkskrant Magazine: 'Hij vond dat hij er niet goed in was, het leven. (...) hij vond dat niets was geworden wat hij ervan had gehoopt. Hij vond dat hij zijn tijd verspild had aan bullshit, dat hij er een puinhoop van had gemaakt als man en als vader en dat hij nooit toegekomen was aan zijn beste werk.'

Hij heeft zich, zegt hij tegen Van Weelden, onttrokken aan alles wat belangrijk is. Hij is voortdurend weggelopen, van zijn gezin, van zijn vrienden en vooral van zichzelf. Hij moest werken, geld verdienen, carrière maken - en wat heeft dat hem gebracht? Van Weelden: 'Martin moest knokken tegen het duistere idee dat hij alles voor de snelle bevestiging had gedaan. Hij zag de waarde niet meer van wat hij had gepresteerd.'

Wellicht zag hij de waarde wel en stemde juist dat hem zo immens bedroefd.

Vorige week dinsdag ging tijdens een Martin Bril-avond in Paradiso in Amsterdam de documentaire Martin Bril - Enfin in première. Maker Coen Verbraak sprak met onder anderen Ronald Giphart, Bart Chabot en Matthijs van Nieuwkerk. De documentaire is vanavond (21 april) om 22.30 uur te zien op Ned. 2 (VARA/BNN).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.