BOEKRECENSIEDe wraak van Diponegoro

Martin Bossenbroek houdt afstand in zijn geschiedenis van Nederlands-Indië ★★★★☆

Beeld Olivier Heiligers

Historicus Martin Bossenbroek vertelt de geschiedenis van Nederlands-Indië aan de hand van vier intrigerende sleutelfiguren. Zijn enige oordeel bewaart hij tot de epiloog.

Wanhopig zet de tijger zijn nagels in het vlees van de buffel. Hij wil niet in de afgrond storten, maar je ziet zo dat het niet lang zal duren voordat zowel de tijger (Nederland) als de buffel (Indonesië) over de rand zullen rollen. Je voelt de hitte van een naderend vuur en ziet dat er maar één uitweg is: de afgrond. De symboliek van het schilderij dat historicus Martin Bossenbroek heeft gekozen als omslag van zijn boek is niet te missen. Dit kan niet goed aflopen.

De wraak van Diponegoro Begin en einde van Nederlands-Indië verschijnt vrijwel gelijktijdig met het vorige week besproken Revolusi van David Van Reybrouck. Beide boeken beschrijven dezelfde geschiedenis, en beide auteurs benadrukken dat ze dat verhaal van alle kanten en onbevooroordeeld willen vertellen. Van Reybrouck als Belg, Bossenbroek als iemand die eveneens ‘niets met Indië’ heeft. In zijn stamboom zit noch iets Indisch, noch iets koloniaals. ‘Ik heb geen grote grijze hutkoffer op zolder’ (zoals Geert Mak). Martin Bossenbroek heeft alleen de ‘puur intellectuele fascinatie voor die bizarre anomalie’ die de Nederlandse kolonie is geweest.

De centrale gebeurtenis waarmee bij Bossenbroek Nederlands-Indië als kolonie een feit wordt, is de arrestatie van prins Diponegoro door Hendrik Merkus de Kock, de daad waarmee een einde komt aan de Javaanse oorlog.

Voordat we daar arriveren, heeft Bossenbroek de wonderlijke levensloop van De Kock in beeld gebracht, en die van Diponegoro, met wie zijn lot onlosmakelijk verbonden zal blijven.

Pas de deux

De tweede helft van het boek vertelt het verhaal van de neergang, aan de hand van Huib van Mook en Soekarno, als een opvallend moderne spiegelversie van de pas de deux van De Kock en Diponegoro. Uit archieven, notities, inventarislijsten, dagboeken en andere puzzelstukjes bouwt hij historische mensen van vlees en bloed en hij volgt die hoofdpersonen door alle treurnis, frustratie en glorie tot aan hun eigen historische moment suprême.

Bij De Kock is dat ‘het verraad’ van Diponegoro, waarmee zijn nagedachtenis onlosmakelijk verbonden zal blijven. Van Mook zal worden herinnerd door zijn roemloze aftocht en ‘het verlies’ van de kolonie. Hij is van een idealistische jongeman, vol begrip voor de Indonesische zaak, langzaam veranderd in de gouverneur-generaal die zelfs de wandaden van kapitein Raymond Westerling accepteert, omdat ze blijken te werken. Zoals ook de invoelende De Kock meer dan honderd jaar eerder al droogjes constateerde: ‘Desa’s in brand steken en tegenstanders onthoofden deden de muitelingen ook, wist De Kock, het hoorde er in Indië nu eenmaal bij als je niet voor zwak wilde worden aangezien.’

De Kocks tegenstrever is Diponegoro, een prins uit Yogya en een door en door tragische figuur, die keer op keer wordt gepasseerd als sultan – eerst door zijn 10-jarige broertje, later zelfs door een neefje van 2. Een mystiek bevlogen tobber die in opstand komt omdat hij het koloniale onrecht niet langer kan aanzien, en die in zijn wapperende witte kleren een mythische heldenstatus verwerft. Diponegoro wordt er ten slotte ingeluisd: De Kock belooft hem een vrijgeleide, maar slaat hem in plaats daarvan in de boeien. De Kock gaat de geschiedenis in als een verrader, Diponegoro’s naam ligt voortaan ‘op ieders lippen’. Dat is zijn wraak.

Soekarno

De prins die in opstand kwam wordt een voorbeeld voor Soekarno, de ‘Diponegoro’ van Van Mook. Ook Soekarno wordt neergezet in al zijn kwetsbaarheid. Zijn eerste gevangenschap in een cel, klein ‘als een graf’, boezemt hem zo veel angst in dat hij na zijn tweede arrestatie in 1933 ‘breekt’. ‘Hij beloofde beterschap, betuigde spijt, boog dieper en dieper’ en beloofde zich nooit meer met politiek in te laten als de Nederlanders hem maar zouden vrijlaten.

Soekarno komt terug en bewijst zich opnieuw als een groot redenaar en als een tacticus met een perfect gevoel voor timing. Van Mook wordt gouverneur-generaal. Hij blijft nog lang dromen van een land waar blank en bruin eensgezind samenleven, maar net als De Kock 150 jaar eerder moet ook hij opboksen tegen Den Haag, waar zelfs progressieve politici ‘vastzaten in een knellend Hollands denkraam’. Van Mook voelt zich niet begrepen: ‘Niemand wist wat hij wist, begreep waarmee hij in Indonesië allemaal te maken had.’ De Kock had het geschreven kunnen hebben – wat lijken die twee op elkaar.

Martin Bossenbroek benadrukt dat hij ‘niets met Indië’ heeft, behalve een intellectuele fascinatie.Beeld Koos Breukel

Rondom de hoofdfiguren ontwikkelt zich de geschiedenis. Natuurlijk vloeit er veel bloed, maar de politionele acties waarin dat bijvoorbeeld gebeurt worden van grote afstand beschreven. Dichterbij komt het verhaal heel even met Poncke Princen, de soldaat die naar de Indonesische kant zou overlopen. Op een avond ziet Poncke Asmoena, het meisje met wie hij net nog heeft zitten zoenen, dood liggen in een plas bloed. Een bewaker wilde ‘alleen maar tietjes zien en kutje voelen’ en toen zij niet wilde heeft hij haar gedood. Daar stopt het.

Over Ponckes desertie en wat er daarna met hem gebeurt, schrijft Bossenbroek niet. Zo ontkomt de historicus aan een oordeel, want Bossenbroek wil wetenschap bedrijven, niet oordelen, zegt hij. ‘Noem het old school, maar ik denk dat geschiedschrijving beter af is zonder rechtvaardiging of veroordeling achteraf.’

Zijn enige oordeel bewaart Bossenbroek voor de epiloog, waarin hij uithaalt naar de excuses die Nederland aan Indonesië blijft maken. Hij ziet daarin niet zozeer een rechtzetting van de geschiedenis, als wel koloniaal paternalisme in een ander jasje. Terwijl de Indonesiërs zichzelf als overwinnaars beschouwen, stellen de Nederlanders dat ze ‘onherstelbaar gekwetst en tot in de derde generatie getraumatiseerd’ zijn. ‘Jullie zijn slachtoffers en daarom móéten jullie onze excuses aanvaarden.’ Volgens Bossenbroek is dat niet eens meer postkoloniaal, ‘dat is simpelweg neokoloniaal 2.0’.

Martin Bossenbroek: De wraak van Diponegoro – Begin en einde van Nederlands-Indië. Athenaeum; 800 pagina’s; € 39,99.

Beeld Athenaeum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden