recensie klassiek

Martha Argerich is een van die musici voor wie het woord fenomeen niet toereikend is (vier sterren)

De Argentijnse concertpianiste Martha Argerich in concert met het Rotterdam Philharmonisch Orkest in De Doelen, Rotterdam. Beeld Simon Lenskens

Het eerste deel van Prokofjevs Derde pianoconcert is afgelopen en de hele zaal is muisstil. Normaal gesproken kun je in de decembermaand tussen de delen van klassieke concerten door kuchsalvo’s verwachten, maar de bezoekers van De Doelen zijn vrijdagavond uiterst geconcentreerd. Maar één iemand kun je horen hoesten vandaag – de solist zelf. Martha Argerich.

Wat een stunt was het van het Rotterdams Philharmonisch. In de loop van het jubileumseizoen (het orkest bestaat  honderd jaar) bleek dat Martha Argerich interesse had om samen te werken met de kersverse chef-dirigent Lahav Shani (28). De link was Daniel Barenboim, die de mentor is van Shani en Argerich (net als Barenboim Argentijn van geboorte) al zijn hele leven kent. Seizoenen worden normaal gesproken een paar jaar van tevoren ingevuld, maar de Rotterdammers vroegen of Argerich misschien al in december kon.

Ja dus. En al is Argerich verkouden en heeft ze een reputatie op het laatste moment af te zeggen, om 18.20 uur loopt ze de zaal in. Laatste check van de pianokruk, kuchje, knikje. Daar gaan we.

Argerich is een van die musici voor wie het woord fenomeen niet toereikend is. Ze is het grootste enigma uit de klassieke muziek, iemand van wie je nooit echt hoogte krijgt (waarom keek ze zo bozig bij haar opkomst?), een vrouw met wilde grijze haren van wie ook op 77-jarige leeftijd niemand zijn ogen af kan houden. Ze staat al sinds halverwege de jaren zestig aan de top en heeft een schare bewonderaars die haar overal volgt.

Waarom, wordt bij haar eerste slagen duidelijk. Ze fladdert over het klavier en wanneer de noten erom vragen, bonkt ze op de bastoetsen, maar ook dan is de balans in haar akkoorden nog voorbeeldig. Ze zet sterke ritmische accenten: haar articulatie heeft zeker in het tweede deel een jazzy grilligheid, maar haar klank behoudt finesse en haar spel een klassieke flonkering.

Is ze aan de snelle kant? Vast, maar wie heeft daar erg in? Voor de meeste luisteraars zullen Argerichs eigen opnamen het voornaamste referentiekader zijn: dit is een van haar lijfstukken; ze mompelt haar partij mee. Er is eigenlijk maar één probleem. Argerich is zo charismatisch, dat je ook in de pianoloze passages ‘bij’ haar bent. Je ziet haar staren naar het technisch plafond, je vraagt je af wat er in godsnaam in haar omgaat en wie weet heb je wel een van de mooiste maten van het concert gemist.

Na afloop laat de zaal zich wel horen en dat klinkt ongeveer zo: wuuuuuuooohooeeeoooooooooooo.

Nog voor ze zich kan omdraaien naar het publiek, staat zo’n beetje iedereen op de paarse stoelen. Dit is een échte ovatie – en niet een die is gebaseerd op eerder behaalde resultaten. Als toegift spelen Argerich én Shani (naast dirigent ook pianist) nog drie deeltjes uit Maurice Ravels Ma mère l’oye. Ze lacht.

Dan moet het oorspronkelijke concert nog beginnen, want het Argerich-Prokofjev-programma is later vastgeplakt aan een concert met Bachs Magnificat en het Klavierconcert in d-klein (BWV 1052) waarin Shani piano speelt. De eerste twee delen zijn bewerkingen van Cantate 146, en in het tweede duiken er ineens zestien zangers op van het Laurens Collegium. Goed idee, maar de solist/dirigent laat de zangers aan hun lot over: er kan met meer overtuiging worden gezongen. Het orkest(je) klinkt iets te gesuikerd en laat zich vaak door de piano overstemmen.

Ook in het Magnificat (met 35 zangers) bewijst Shani zich nog niet als vocaal dirigent. Te vaak zingt het koor lettergrepen waar je zinnen wilt horen, en dan ook nog zinnen waardoor je doordrongen raakt van de betekenis.

Maar ach. Martha.

Argerich speelt Prokofjev (vier sterren)

Kerst met Bach (drie sterren)

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani. Met Martha Argerich (piano), het Laurens Collegium en diverse solisten. 21/12, De Doelen, Rotterdam. Het concert met Argerich is terug te zien op medici.tv.

Comeback Bach

De muziek van Bach maakt een comeback bij de grote symfonieorkesten. Vooral vanaf eind jaren zeventig ontstonden er in Nederland veel gespecialiseerde orkesten en ensembles die zich alleen met oude muziek bezighielden; een modern symfonieorkest dat zich over Bach boog, dat kon niet meer (voor Matthäus-Passions werd een uitzondering gemaakt). In het geval van het Rotterdams Philharmonisch was er ook een beleidsmatige reden. De Raad voor Cultuur adviseerde in 2012 dat het RPhO en het Residentie Orkest (Den Haag) hun repertoire zouden afstemmen: het Residentie zou zich op het kleinschaligere werk moeten storten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.