Interview

'Marsmens zal superieur aan aardmens zijn'

We gaan naar Mars, en ook die planeet zullen we verpesten, meent T.C. Boyle. Joris van Casteren (die Mensen op Mars schreef) spreekt Boyle over De Terranauten, de roman waarin hij het bestaande experiment Biosphere 2 gruwelijk uit de hand laat lopen.

T.C. Boyle.Beeld Getty Images

T.C. Boyle herinnert zich een platgetrapte kakkerlak. 'Op het pad dat door de jungle kronkelt.' Ik herinner mij een man met een vettige staart en Mercedes-Benz-pet die in het oceaangedeelte luide boeren liet. 'He can't help it', sprak zijn echtgenote, er was iets met zijn maagklep.

Omstreeks dezelfde tijd, zo'n anderhalf jaar geleden, zijn we in Biosphere 2 geweest, het reusachtige terrarium in de woestijn van Arizona, waarin begin jaren negentig acht mensen werden opgesloten. Boyle om inspiratie op te doen voor The Terranauts, onlangs in het Nederlands vertaald, ik om het een na laatste hoofdstuk van mijn boek Mensen op Mars te kunnen schrijven.

Als we elkaar spreken aan de telefoon is het bij hem in Santa Barbara, Californië, waar hij woont in een door architect Frank Lloyd Wright ontworpen zomerhuis, negen uur in de ochtend; bij mij in Amsterdam is het vijf uur 's middags.

Santa Barbara, zegt T.C. Boyle (69), is geheel in mist gehuld. 'De bomen in mijn tuin zijn niet te zien.' Ik kan hem nauwelijks verstaan, er blaft een hond doorheen. Niet zijn eigen hond, die van een kennis, verklaart de auteur op luide toon: 'A very barky kind of mutt.'

Experiment Biosphere 1

Time Magazine concludeerde in 1999 dat het een van de '50 Worst Ideas of the Twentieth Century' is geweest. Terwijl het aan het begin van dat decennium zo hoopvol was begonnen, nadat de Texaanse oliemiljardair Ed Bass in de ban was geraakt van de charismatische John P. Allen die in New Mexico met straffe hand de new age-commune Synergia Ranch leidde.

Allen - tegenstanders noemden hem 'hippiefascist' - hield zijn volgelingen voor dat de aarde in een terminaal stadium verkeerde; ecologische en nucleaire rampen waren aanstaande, uitwijken naar Mars was de enige optie. Op Mars kunnen mensen vanwege kosmische straling alleen in een afgesloten habitat overleven, daarom moest daar alvast mee worden geëxperimenteerd.

Met het geld van Bass - uiteindelijk zou het project hem 200 miljoen dollar kosten - werd tussen 1987 en 1991 in de buurt van het plaatsje Oracle van beton, staal en kogelvrijglas de immense kas gebouwd, 1,3 hectare groot.

Het hermetisch van de buitenwereld (biosfeer 1) afgesloten gevaarte werd in afzonderlijke compartimenten verdeeld, waarin aardse ecosystemen werden nagebootst: er was een regenwoud, een moeras, een woestijn, een savanne en zelfs een oceaan, compleet met golfslagmachine. Om de luchtdruk te regelen, installeerde men onder de compartimenten twee reusachtige blaasbalgen, die als longen fungeerden.

Mensen op Mars - Relaas van een manmoedige poging

Non-fictie
Joris van Casteren
Prometheus; 336 pagina's; euro 19,95.

Maar liefst vierduizend planten- en diersoorten werden aangevoerd, waaronder geiten, varkens en zelfs wilde apen, die op Mars toch nauwelijks praktisch konden zijn. Op 26 september 1991 traden onder overweldigende mediabelangstelling acht door Allen gerekruteerde terranauten de kas binnen voor een tweejarig verblijf: vijf Amerikanen, twee Britten en een Belg - evenveel mannen als vrouwen - die zelf hun voedsel moesten zien te verbouwen.

Spoedig liep het mis: na een mislukte oogst, gevolg van een spinmijtplaag, begonnen de terranauten voedsel van elkaar te stelen. Door uit het beton ontsnappende sporengassen ontstonden hoge concentraties koolstofdioxide, het zuurstofgehalte zakte naar een voor mens en dier riskant niveau, waarop besloten werd buitenlucht de kas in te pompen - wat op Mars natuurlijk niet zou kunnen.

Bij een ongeval met een dorsmachine verloor terranaut Jane Poynter een vingertop. Allen besloot haar naar het ziekenhuis van Tucson te laten vervoeren, waarmee de geloofwaardigheid van het project verder afnam, ook omdat een journalist beweerde dat Poynter bij haar rentree hamburgers naar binnen zou hebben gesmokkeld.

'Jouw vingertopje heeft de missie verpest', beet Mark Van Thillo, de Belgische terranaut, haar toe. Vanaf dat moment was het oorlog; de groep viel in facties uiteen, om niets vloog men elkaar in de haren. Na twee jaar kwamen ze vermoeid en sterk vermagerd maar eendrachtig paraderend in hun rode pakjes de kas uit, om vervolgens in talloze publicaties en op televisie genadeloos met elkaar af te rekenen.

Een tweede missie, met acht nieuwe terranauten, werd voortijdig afgebroken nadat Allen door ontevreden bestuursleden uit zijn project was gezet en Bass zich terugtrok als financierder. Van Thillo was hierover zo ontstemd dat hij en Abigail Alling, medeterranaut met wie hij tijdens de eerste missie een relatie kreeg, de kas openbraken en binnen vernielingen aanrichtten.

Biosphere 2 kwam in handen van de Universiteit van Arizona, die er wetenschappelijk onderzoek verricht en tegenwoordig, om de hoge onderhoudskosten te drukken, rondleidingen organiseert.

Fictie en werkelijkheid

T.C. Boyle is met de telefoon naar zijn werkkamer gelopen. Daar vertelt hij dat het experiment hem destijds al fascineerde: hij las erover in de kranten, knipte stukken uit en deed die in een map.

Pas een paar jaar geleden dacht hij er weer aan, toen de planeet Mars in de belangstelling kwam te staan, dankzij het onstuimige plan van de Nederlandse organisatie Mars One om vier mensen die niet zouden kunnen terugkeren naar de planeet te sturen. En vanwege het daarop volgende, beter doordachte programma van internetmiljardair Elon Musk - bekend van Tesla en SpaceX - die stelt dat er omstreeks het jaar 2060 een miljoen mensen op Mars zou kunnen wonen.

Het besluit er een roman van te maken nam Boyle na lezing van een stuk van Elizabeth Kolbert, journalist van The New Yorker, over het HI-SEAS-experiment van ruimtevaartorganisatie NASA, waarbij onderzoekers een jaar lang in afzondering doorbrachten op een vulkaanhelling te Hawaï.

'Wij mensen zijn gedoemde wezens, levend op een gedoemde planeet', zegt Boyle, die zich ook in eerder werk, zoals in zijn bekendste boeken Drop City (2003) en World's End (1987), weinig hoopvol uitliet over de aarde en haar bewoners. 'We hebben het ecologisch systeem waar we zelf uit zijn voortgekomen, volledig verstoord, al bijna vernietigd.'

Op dit moment - met splijtzwammen als Trump, Poetin, Assad en Erdogan aan de macht - is de situatie hopelozer dan ooit. 'We hebben te maken met gangs die landen overnemen, zichzelf verrijken, vluchtelingenstromen veroorzaken en klimaatverdragen volkomen aan hun laars lappen.' Compassie komt in hun vocabulaire niet voor: après nous le déluge!

Het zou zelfs kunnen, zegt Boyle, dat nog voor die aanstaande zondvloed een meteoriet voortijdig een einde maakt aan alles, iets wat je Musk en de oprichters van Mars One ook geregeld hoort verkondigen. We are living a very fragile existence, daar komt het op neer.

Verwonderlijk is het dus niet dat visionair ingestelde figuren als Allen en Musk naar uitwijkmogelijkheden zoeken. Omwille van hen nam Boyle als motto een bemoedigend citaat van antropoloog Margaret Mead in De Terranauten op: 'Het is een feit dat een kleine groep van toegewijde, bedachtzame mensen de wereld kan veranderen.'

De vraag is evenwel, als de techniek zover is, of de mens in langdurige afzondering wel in staat is tot fatsoenlijk functioneren. Met een tweede, veel somberder motto, een overbekende van Sartre, geeft Boyle daarop het antwoord: 'L'enfer, c'est les autres.'

In het boek, om het leesplezier niet te vergallen verzwijg ik de details, gaat zo'n beetje alles mis wat mis kan gaan: er ontstaan twee kampen die elkaar naar het leven staan. Maar - en dat is het grote verschil met wat er in werkelijkheid gebeurde - de sluisdeuren blijven bij Boyle gesloten. De missie wordt niet voortijdig afgebroken, en het stokje kan, zoals Allens bedoeling was, worden overgenomen door volgende missies, net zolang tot het systeem perfect genoeg is om op Mars te kunnen worden toegepast.

Boyle zegt dat hij de sluis in zijn boek gesloten hield om dramatische spanning te creëren. Niet omdat hij voor voortzetting van het Biosphere 2-experiment zou willen pleiten; hoewel hij nieuwsgierig naar de uitkomsten was geweest. 'Misschien dat er op lange termijn compleet nieuwe diersoorten waren ontstaan.'

Hij is er niet van overtuigd dat uitwijken naar Mars, dat volgens hem hoe dan ook gaat gebeuren, de mensheid naar een hoger plan zal tillen. 'Als we er eenmaal zitten, zullen we de boel daar evengoed vernietigen.'

Wat hem zorgen baart, is het uitermate selectieve karakter waarmee initiatieven als die van Musk en Allen gepaard gaan. 'Het gaat telkens om een besloten club van bevoorrechte westerlingen die zich afzondert van de rest van de mensheid.' Deze uitverkorenen bouwen een dure ark om de rest voor dood achter te laten. De soorten aan boord moeten aan hoge kwaliteitsstandaarden voldoen; in de eerste plaats om de kolonie kundig op te zetten maar vooral ook om hoogwaardig nageslacht te kunnen produceren; waarmee we bij de eugenetica zijn aanbeland. 'De Marsmens zal superieur aan de aardmens zijn', voorspelt Boyle.

Wachten op rampen

In wetenschappelijk opzicht geldt Biosphere 2 als een flop, wel veroorzaakte het een ander, onverwacht effect. Door de overweldigende media-aandacht en de publieke belangstelling voor het experiment - dagelijks probeerden duizenden fans aan het raam een glimp op te vangen van hun favoriete terranaut - zou het onbedoeld aan de basis komen te staan van wat realitytelevisie is gaan heten.

Voor mijn boek sprak ik in Hilversum met NTR-baas Paul Römer, die het Mars One-initiatief van harte steunt. Römer was degene die oprichters Bas Lansdorp en Arno Wielders op het idee bracht hun omstreden one way-missie te financieren aan de hand van een realityshow.

De lancering, de reis, de aankomst: iedereen zal naar zo'n spektakelstuk willen kijken, voorspelde Römer. 'Gaat het goed, gaat het mis? Je zit te wachten op rampen', zei hij tegen mij. De uitzending zou altijd moeten doorgaan, zelfs als de kolonisten elkaar onderweg of op Mars de hersens inslaan.

Römer is bedenker van het televisieprogramma Big Brother, waarbij een groep mensen voor langere tijd in een met camera's volgehangen huis wordt opgesloten. Biosphere 2, vertelde hij mij, bracht hem destijds op het idee.

Boyle wist dit niet. 'Een zeer interessant verband', zegt hij. Ik op mijn beurt ben verrast als hij vertelt dat Steve Bannon, chef-strateeg van president Trump, waarnemend directeur van Biosphere 2 is geweest. Bannon kreeg het aan de stok met terranaut Abigail Alling en schold haar onder meer uit voor 'bimbo'.

In een bespreking van The Terranauts in The New York Times schreef Jonathan Miles dat Biosphere 2 en Big Brother indirect hebben bijgedragen aan de opkomst van een 'reality-tv ster' als Donald Trump. Boyle: 'Ik vrees dat hij daarin gelijk heeft.'

Het is uiterst cynisch, welhaast pervers, dat voyeurisme de brandstof is waarmee we ons naar een andere planeet zouden begeven. Wat dat betreft heeft Boyle meer respect voor Elon Musk, hoewel die in de ban is van het transhumanisme zoals filosoof Nick Bostrom dat predikt: de wereld waarin we leven, meent Musk, is waarschijnlijk een game; wie Mars bereikt, komt in een volgend level. Boyle: 'Je reinste kolder natuurlijk!'

Mensen op Mars - Relaas van een manmoedige poging

Fictie
T.C. Boyle
Uit het Engels vertaald door Anne Jongeling
Atlas Contact; 512 pagina's; euro 24,99

Überkakkerlak

Aan het einde van ons gesprek wil Boyle graag nog wat zeggen over de platgetrapte kakkerlak. Hij wist niet beter dan dat kakkerlakken in Biosphere 2 waren uitgestorven. Destijds waren twee soorten, omwille van hun reinigend vermogen, toegelaten in de kas. Maar ook een derde soort, die waarschijnlijk meeliftte op bouwmateriaal, wist binnen te dringen. Hij vermenigvuldigde zich razendsnel, nog voor de terranauten arriveerden waren de andere twee soorten vernietigd.

Toen de eerste missie van start ging waren er miljoenen exemplaren van de derde soort, in de privévertrekken van de terranauten kropen ze over de muren. Uiteindelijk zouden deze kakkerlakken zijn verslagen door een agressieve mierensoort, zogenoemde crazy ants, die een nog veel grotere plaag vormden.

Alle andere diersoorten, net als veel planten en gewassen, hadden reeds het loodje gelegd. Als gevolg van het zuurstofprobleem of omdat ze door elkaar of de terranauten waren opgegeten.

Boyle denkt dat de kakkerlakken de crazy ants toch te slim zijn af geweest. 'Dit is een hoogst intelligente levensvorm die zich razendknap heeft weten aan te passen.' Dankzij Biosphere 2 zal deze überkakkerlak, als de mensheid zichzelf om zeep heeft geholpen, blijven bestaan. 'Een uitermate geruststellende gedachte', noemt hij dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden