Tv-recensie Frank Heinen

Marnix Rueb in docu Kap Nâh!!: tevreden, bescheiden, en droef en gelukkig tegelijk

Pas na drie kwartier kwam het probleem ter tafel waar de documentairemakers al die tijd omheen hadden gecirkeld. 

Het zit in een blik, soms. Ik kende Marnix Rueb niet. Wel eens van gehoord natuurlijk, maar verder niet. Van Haagse Harry, de door Hagenaar Rueb verzonnen oer-Hagenees die spreekt in een taal zo plat dat het meer een dialect is dan een accent, wist ik eigenlijk ook weinig. Altijd buiten mijn gezichtsveld gebleven.

Dinsdagavond laat werd Kap Nâh!! (NTR) uitgezonden, op NPO2, nadat de film eerder al werd vertoond in Haagse filmhuizen en, in verkorte versie, op Omroep West. Het begon met archiefbeeld van een zorgvuldig formulerende man achter een schrijftafel. Een magere man, sigaret tussen de vingers, met zachte ogen en het langwerpige gezicht waarin Carmiggelt vast de ‘slordig uitgewiste sporen van een vrolijk leven’ zou hebben ontwaard. Kwam ook uit Den Haag trouwens, Carmiggelt. Hij had vast wel raad geweten met Marnix Rueb.

Lang leek Kap Nâh!!, van documentairemakers Bart Grimbergen en Roel Wijngaards-de Meij, braaf het klassieke biodocuparkoers af te leggen. Ruebs jeugd in het keurige Benoordenhout. Haagse kak: hockey, gymnasium, vader kinderrechter, broer naar Minerva. Dan de puberteit: het zich afzetten, schoolagenda’s vol schetsjes van een talent dat zijn vorm zoekt. De doorbraak (met de tekening voor de jaarlijks terugkerende Wij gaan weer naar school-campagne) en het succes. Met een broer bezochten de makers het ouderlijk huis, veel talking heads, mooi archiefbeeld, een soundtrack vol Springsteen en, natuurlijk, tekeningen. Véél tekeningen.

Zoals het hoort in het genre, kortom.

Maar er was nog iets. Pas na drie kwartier kwam het ter tafel, nadat Kap Nâh!! er in almaar kleiner wordende kringetjes omheen gecirkeld had. Het ging over Ruebs vader, die in een roman van Yvonne Keuls werd opgevoerd als kindermisbruiker.

Pas na zijn vaders dood gaf Rueb het toe. Ook hij was, zoals zijn broer het omschreef, ‘aangeraakt. Stelselmatig’.

Pats. Vandaar dus die melancholische blik, dat verontschuldigende lachje, alsof vrolijkheid hem niet toekwam. Vandaar die drollen overal in zijn werk, als symbool voor de schijt die je aan de dingen moet proberen te hebben. En ik kon niet nalaten te denken: vandaar dus, dat universum vol cynische humor van beton.

Op het laatst was het moeilijk lachen met Marnix Rueb. Bij elke lachbui moest hij zo hard hoesten dat hij de kamer uit moest. De rokersziekte, noemde hij het zelf.

Hij kon zijn idool Springsteen nog eens zien.

Van dat optreden zijn beelden gemaakt, die in Kap Nâh!! zitten. Springsteen op het podium, hij speelt Thunder Road.

So you’re scared and you’re thinking that maybe we ain’t that young anymore.

Bijna helemaal vooraan staat een magere man, hij oogt een kop groter dan de mensen om hem heen. Het gaat erom hoe die man kijkt wanneer hij meezingt. Kijk, kijk dan. Hoe tevreden, en bescheiden tegelijk en droef en gelukkig.

Soms zit het allemaal in een blik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden