TV-recensie zomergasten

Marleen Stikker toont zich een onverbeterlijk mogelijkheidsmens bij Zomergasten

Foto de Volkskrant

Kijk, we moeten accepteren dat er waarschijnlijk nooit een betere opening van Zomergasten komt dan die van vorige week waarin Louis van Gaal (Louis van Gaal he) aan de hand van een fragment uit Titanic de egoïstische aard van de mensheid illustreerde. Maar het eerste fragment van Marleen Stikker mocht er ook wezen. Ze koos voor de beroemde scène uit The Matrix, met de keuze tussen de rode en de blauwe pil. ‘Ik zou die rode pil wel nemen’, zei Stikker, waarmee ze bedoelde dat ze onder de motorkap van de digitale wereld wil kijken; wil weten wat er schuil gaat achter de fraaie façades van Apple, Facebook, Google. 

Stikker is medeoprichter en directeur van Waag, een onderzoeksinstituut voor kunst, technologie en samenleving. Ze was de oprichter van De Digitale Stad (DDS), het eerste sociale mediaplatform van Europa en mede-oprichter van Fairphone (een eerlijke smartphone). Als burgemeester van Amsterdam noemde Job Cohen haar ooit ‘moeder van de creatieve industrie’.

Na de introductie legde Stikker uit dat er voor haar twee soorten mensen bestaan: werkelijkheidsmensen, mensen die denken binnen de kaders van wat er al is; en mogelijkheidsmensen, mensen die verder dan de lijnen van de werkelijkheid denken. Nederland zit vol werkelijkheidsmensen, zei Stikker, maar zelf is ze meer een mogelijkheidmensenmens. You may say that I’m a dreamer, but I’m not the only one.

Veruit het grootste gedeelte van de eerste helft van haar televisieavond vulde Stikker met fragmenten uit documentaires over het internet. Bijvoorbeeld uit de documentaire We Live In Public, over een buitengewoon onaangenaam experiment in een minimaatschappij in een kelder in New York, waarin alles gratis voor handen was (eten, drinken, wapens, drugs) maar de prijs was dat je geen rechten meer had. Daarmee trok Stikker een interessante parallel met de manier waarop wij sociale media gebruiken.

Een ander veelzeggend fragment was het interview met een monnik uit de docu Google And The World Brain, waarin de arme man gevraagd werd wat hij ervan vond dat Google niet betaalde voor alle scans die het maakte van boeken uit zijn bibliotheek en dat ze er mee konden doen wat ze wilden. Hij moest het antwoord, na lang zwijgen, schuldig blijven. Wat Stikker liet zien: wij, met zijn allen, zijn die monnik die zich de pleuris schrikt omdat hij zich realiseert dat hij al zijn mooie schatten heeft weggegeven. Voor niets.

Zo liet Stikker de kijker op een andere verfrissende manier kijken naar ons eigen internetgebruik. Dat was niet alleen informatief, maar ook vrij alarmerend. Ja, het internet heeft ons eindeloos veel goeds gebracht, maar het brengt ook eindeloos veel slechts. Het is aan ons, probeerde Stikker te onderwijzen, wat prevaleert. En het is hoog tijd er naar te gaan handelen. En niet alles maar voor lief te nemen. ‘Het is niet inherent aan het internet dat we alles prijs hoeven te geven. Dat is inherent aan de verdienmodellen, niet aan computernetwerken.’

Al vroeg in het programma trok Stikker de conclusie dat het internet stuk is. Janine Abbring had dat opgeschreven en kwam er even later op terug. Hoe vind je zelf dat het met je strijd gaat? ‘Het is mijn enige keuze om semi-optimistisch te zijn’ antwoordde Stikker, onverbeterlijk mogelijkheidmens dat het is. 

Ze toonde zich een geduldig en helder verteller; zelden hoefde Abbring (in tegenstelling tot vorige week) in te breken om nadere uitleg te vragen of het gesprek bij te sturen. Soms stak de presentator een helpende hand uit, zoals toen Stikker het over spiegelneuronen had en Abbring vroeg of dat zoiets was als zij zou gapen, Stikker dat ook zou doen.

Stikker vertelde dat ze van haar vader had geleerd agnostisch te zijn; ‘dat je je oordeel uitstelt. Dat je niet zegt of er wel of niet een god is.’ Dat agnostische wereldbeeld, vertelde Stikker, houdt haar nieuwsgierig.

Even later volgde nog een geweldig fragment uit de komedieserie The Good Place, waarin het trolleyprobleem aan de kaak werd gesteld en wat Stikker als overtuigend argument tegen de zelfrijdende auto gebruikte. Als de zelfrijdende auto moet kiezen of hij 1 of 5 mensen dood rijdt, wat kiest hij dan en hoe moeten we dat programmeren? Dat er technologische vooruitgang mogelijk is, hoeft niet te betekenen dat je dat moet nastreven. ‘Alles wat kan, hoeft niet.’

Het laatste uur werd het digitale netwerk even ingeruild voor het natuurlijke netwerk van het Wood Wide Web, waarin werd getoond hoe ondergrondse netwerken van bomen en planten met elkaar in contact staan en informatie en voedingsstoffen met elkaar delen. Zegt dat ook niet iets over de mens? Misschien wel, zei Stikker. ‘We overleven doordat we samenwerken.’ De natuur is altruïstisch, dus misschien zijn we het zelf ook.

Even de aandacht laten verslappen was nauwelijks een optie in deze aflevering van Zomergasten, want dan was de kans groot dat je weer iets interessants had gemist. Zoals bijvoorbeeld het hartverschreurende fragment uit de Tegenlicht, van een jongetje dat aan de lopende band staat in een kledingfabriek en steeds bijna in slaap valt. ‘Wat doet dat met zijn geest en leven?’ vroeg econoom Kate Raworth zich in het fragment af. We weten heus wel wat er aan de hand is, maar toch kopen we nog steeds goedkope t-shirts en broeken. Les: het is tijd om de manier waarop we over onze economie van voortdurende vooruitgang denken te veranderen.

Het kan anders, wilde Stikker maar zeggen. Dat gold ook voor het fragment Ada Colau, een activiste die uiteindelijk burgemeester van Barcelona werd. ‘Als je de spelregels niet kunt veranderen, verandert er niets’ zegt Colau aan het eind van het fragment. Moest Stikker dan eigenlijk niet zelf de politiek in? Minister zou ze wel willen worden, gaf ze toe, maar de weg er naar toe niet. Een baan bij Google dan? Nee, ook niets voor haar. Laat Sikker maar knutselen, de komende 25 jaar, aan het internet, dat stuk is. Maar we kunnen het repareren. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.