Marja Pruis schrijft zeldzaam niet-narcistisch ik-boek

De nieuwe essaybundel van Marja Pruis is een zeldzaam niet-narcistisch ik-boek. Ferm en twijfelend tegelijk analyseert ze haar eigenaardigheden en emoties.

Marja Pruis: 'Achter een schrijvend ik is het goed schuilen.' Beeld Bob Bronshoff

Kun je een boek schrijven vol stukken over jezelf, je angsten, complexen, voorliefdes, obsessies en idolen, zonder vervuld te zijn van een grote eigenliefde, geldingsdrang of eigenwaan? Dat kan, maar vaak komt het niet voor. De nieuwe essaybundel van Marja Pruis is zo'n niet-narcistisch ik-boek.

Dat deze persoonlijke essays toch niet al te particulier zijn, komt doordat het analyses zijn van eigenaardigheden en emoties waarvan we dagelijks getuige zijn, bij onszelf en bij anderen: schaamte, ongemak, het 'gastvrouwcomplex', jezelf kleineren, zelfhaat, hoogmoed, wraaklust. En het meest van deze de schaamte.

In de titel en ondertitel is de paradoxale kern van deze essays mooi samengebald. Tegen je lezer zeggen: 'Genoeg over mij', terwijl die nog aan je boek moet beginnen, is grappig, net als de ervaren schamer uit de ondertitel die niettemin confessies doet, in een boek nog wel.

Het is wat Marja Pruis telkens doet: een gedachte, inval of obsessies geven en ze terugnemen. Alles uitrekken, laten stuiteren, binnenstebuiten keren en op breekbaarheid of houdbaarheid beproeven. Het essay is daar een prachtig genre voor: Pruis denkt, beproeft en herneemt al schrijvend. 'In het echt zijn vrouwen nooit zo grappig', schrijft ze, naar aanleiding van de grappige film Bridesmaids, en noemt dan vrouwen die ze erg grappig vindt, zoals Maria Goos en Nora Ephron. Ze stelt pijnlijke vragen: of moederschap, zorgzaamheid en humor wel samengaan, of seks-appeal en humor verenigbaar zijn, of vrouwen wel bereid zijn zich als een 'debiel' of lelijkerd voor schut te zetten. Of waarom ze juist koketteren met onnozelheid en onhandigheid. Maar jonge vrouwen als Amy Schumer en Caitlin Moran durven zichzelf én anderen wél keihard te bespotten. Hebben vrouwen minder humor? De wedstrijd eindigt onbeslist. Maar intussen zijn we toch een stuk verder.

Genoeg over mij - Confessies van een ervaren schamer

Essays
Marja Pruis
Nijgh & Van Ditmar; 278 pagina's; euro 21,99.

Pruis heeft geen in lood geklonken oordelen; alles is herroepbaar, zelfs, in de allerlaatste zin, haar voornemen om 'nooit' meer over mannen en vrouwen te schrijven.

Dat is zo prettig aan de stukken van Marja Pruis, behalve schrijver ook literair recensent: ze put moeiteloos uit een groot aantal romans, foto's en films. Geen vertoon van eruditie, maar citaten die echt iets verhelderen. In één essay, 'De spiegels in mijn huis', draven op: Sylvia Plath, The Great Gatsby, Madonna, Gladiator, Harry Mulisch (die een spiegel op zijn werktafel had staan), Graham Swift, Tjitske Reidinga, Jenny Diski, Marilyn Monroe (van wie een foto boven Pruis' bureau hangt), Conny Vink en Rineke Dijkstra ('Je weet nooit precies van jezelf hoe je eruit ziet'), Martinus Nijhoff, Gerrit Krol, Virgina Woolf, Napoleon, Mussolini, Gustav Flaubert (die madame Bovary ziet als hij in de spiegel kijkt). Die moeten verrast zijn elkaar hier aan te treffen, maar verdomd, ze dragen allemaal bij aan het thema 'zelfbeeld', dat Pruis hier tot in de meest genante uithoeken verkent.

Schaamte is een gebrek aan empathie met jezelf, zei psychiater Louis Tas tegen Pruis toen ze hem jaren geleden interviewde. Erger nog, het is 'een vorm van zelfminachting, een soort ziekte'. Nu ze weer hierover schrijft, durft ze het schaamteloos toe te geven: ze heeft haar twee biografische boeken, over A.H. Nijhoff en Patricia de Martelaere, gewijd 'aan schrijfsters die mij intimideerden'. 'Jíj?', zouden de schrijfsters hebben gezegd als ze haar hadden gekend. Dat grenst toch weer aan zelfhaat.

Die neiging wordt in een ander essay dan weer hard aangepakt. Alleen bij de amateurs, schrijft Pruis, is 'ik' ook echt ik. 'Waar het om gaat is dat het literaire essay ontstaat waar persoonlijk en artificieel hand in hand gaan. Het 'ik' in deze essays is een gecreëerd persoon.' Zo is het, dat is literatuur: oprechte kunstmatigheid, een gestileerd ik. Weg dus met die schaamte.

Maar in andere essays kruipt die toch weer tevoorschijn: 'Achter een schrijvend ik is het goed schuilen', schrijft Pruis. En: 'Kijkend naar mezelf denk ik dat het soms ook wel iets makkelijks heeft om gewoon je mond te houden, te schrijven tot je erbij neervalt (...).' De schuldbewuste metafoor van het veilige schuttersputje, veel schrijvers hebben er last van. Nee, schrijven is niet veilig en makkelijk. Je hebt in de wereld deelnemers en beschouwers. Van die laatste categorie zijn er minder nodig, maar wel goede, ferm en twijfelend tegelijk, zoals Marja Pruis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden