BoekrecensieBittere tijden

Mario Vargas Llosa speelt een spannend spel met fictie en werkelijkheid ★★★★☆

Wie dacht dat Mario Vargas Llosa een lichtvoetige versie van zichzelf was geworden, heeft het mis. Bittere tijden is een spannende, door en door politieke roman over hoe een Amerikaan de geschiedenis van Guatemala bepaalde.

Beeld Avalon Nuovo

‘Goede propaganda is een onzichtbare vorm van regeren’, schreef de Amerikaanse immigrantenzoon Edward Bernays in 1928. Voortbordurend op de ideeën van zijn oom Sigmund Freud stelde hij dat propaganda de massa stuurt zoals het onbewuste dat bij het individu doet. De politiek en het bedrijfsleven moesten hun voordeel doen met dit inzicht, dat zou de economie en ook de democratie ten goede komen. Want, zo stelde Bernays zonder blikken of blozen, ‘het bewust en intelligent manipuleren van de georganiseerde gewoonten en meningen van de massa is een belangrijk element in een democratische samenleving’.

Bernays’ opvattingen hadden een enorme impact in Amerika en daarbuiten. Ze kwamen Goebbels goed van pas bij het opzetten van de propagandamachine van de nazi’s. En zonder de bemoeienissen van Bernays zou de recente geschiedenis van Guatemala er heel anders hebben uitgezien. Dat is de stelling die Mario Vargas Llosa met verve uitwerkt in Bittere tijden, een door en door politieke roman die iedereen die meende dat de Peruaanse schrijver na Het feest van de Bok (2000) een lichtvoetige versie van zichzelf is geworden, in het ongelijk stelt.

Bittere tijden begint met een kleine gebeurtenis die grote gevolgen zou hebben: de ontmoeting in 1948 van Bernays met Sam Zemurray, hoofd van de United Fruit Company, het bedrijf dat van de banaan een populair product had gemaakt in de Verenigde Staten en dat in veel Latijns-Amerikaanse landen een monopoliepositie had die, zo weten we uit Honderd jaar eenzaamheid, desastreus was voor de lokale bevolking.

Zemurray nodigde Bernays uit om pr-adviseur te worden voor zijn bedrijf vanwege reputatieproblemen binnen en buiten de Verenigde Staten. Bernays wist daar wel raad mee dankzij zijn connecties in de hoogste kringen van de Amerikaanse politiek en zakenwereld. Die kwamen goed van pas toen het monopolie van United Fruit in Guatemala in het geding kwam vanwege de nieuwe politieke wind die daar was gaan waaien. De presidenten Arévalo (die regeerde van 1945 tot 1951) en Árbenz (1951-1954) wilden Guatemala omsmeden tot een moderne, kapitalistische democratie, naar voorbeeld van de Verenigde Staten. Met name Árbenz pakte dat voortvarend aan. Speerpunt van zijn beleid waren de landbouwhervormingen, die de positie en de levensomstandigheden van de arbeiders fundamenteel moesten veranderen en die een einde zouden maken aan de monopoliepositie van United Fruit en het bedrijf zouden verplichten om netjes belasting te betalen. 

Sinister plan

Wat Árbenz betreft mocht United Fruit in Guatemala blijven – graag zelfs –, maar dan moest het zich wel houden aan de spelregels van het moderne kapitalisme zoals die in de Verenigde Staten golden. Bernays bedacht een sinister plan om de hervormingen te fnuiken: de democraat Árbenz moest in de pers – vooral in de progressieve pers van de VS – worden afgeschilderd als een communist die van Guatemala een satellietstaat van de Sovjet-Unie wilde maken, de eerste op het Amerikaanse continent. Dat beeld zou Árbenz’ positie onmogelijk maken en draagvlak creëren voor militair ingrijpen.

Het plan slaagde wonderwel. Time Magazine, Newsweek, The New York Times, The Washington Post, Chicago Tribune, allemaal tuinden ze erin en zagen wat Bernays wilde dat ze zagen: de dreigende komst van de rode horden in de achtertuin van de VS. Hoe dit precies in zijn werk ging, legt Vargas Llosa verder nauwelijks uit. Wat hij in Bittere tijden vooral laat zien is wat er in Guatemala zelf gebeurde: het pragmatisch idealistische presidentschap van Árbenz, de sinistere wijze waarop de Amerikaanse regering deze om zeep hielp met behulp van de CIA en een bij elkaar gesprokkeld bevrijdingsleger, de politieke chaos die daarop volgde (mede vanwege de verdeeldheid onder de Guatemalteekse militairen) en het belangrijke aandeel van communistenhater Trujillo, de president van de Dominicaanse Republiek die we al kenden uit Vargas Llosa’s genadeloze dictatorroman Het feest van de Bok.

Volgens beproefd recept wisselt Vargas Llosa deze en andere verhaallijnen in aparte hoofdstukken op onvoorspelbare wijze met elkaar af en dat maakt Bittere tijden extra spannend. Ook in deze roman blijft de schrijver het citaat van Balzac trouw dat hij als motto gebruikte in een van zijn eerste romans, Gesprek in De Kathedraal: ‘le roman est l’histoire privée des nations.’ De historische gebeurtenissen vormen het grote kader, maar het gaat vooral om wat er zich in de hoofden van de personages en achter de schermen afspeelt (te beginnen met de ontmoeting tussen Bernays en Zemurray). Dat is niet het enige wat de schrijver heeft verzonnen, want ook sommige personages zijn verzinsels van de auteur of losjes gebaseerd op bestaande personen.

Fictie en werkelijkheid

Geldt dit laatste ook voor don Mario, de schrijver zonder achternaam die in het laatste deel van de roman (‘Nadien’) een bezoek brengt aan Marta Borrero Parra, een van de belangrijkste personages? Je zou inderdaad denken dat don Mario een mengeling van fictie en werkelijkheid is, zeker nadat je hebt ontdekt dat Marta Borrero Parra een verzonnen naam is voor een personage dat is gemodelleerd naar een vrouw die echt heeft bestaan (Gloria Bolaños Pons). Maar op de laatste pagina’s verdwijnt deze indruk als sneeuw voor de zon. Daarin wordt uitgelegd dat het Amerikaanse ingrijpen in Guatemala het anti-amerikanisme in heel Latijns-Amerika enorm heeft doen oplaaien en precies veroorzaakte wat de Amerikanen wilden voorkomen: de populariteit van het communisme, dat decennialang de geschiedenis van Latijns-Amerika en met name die van Cuba zou gaan bepalen. 

‘De geschiedenis van Cuba’, zo staat er, ‘had anders kunnen verlopen als de Verenigde Staten de poging van Arévalo en Árbenz tot modernisering en democratisering van Guatemala hadden geaccepteerd. Die democratisering en modernisering was wat Fidel Castro voor de Cubaanse samenleving zei te willen toen hij op 26 juli 1953 in Santiago de Cuba de Moncadakazerne bestormde. Dat stond ver af van de dictatoriale en collectivistische uitersten die Cuba tot op de dag van vandaag zouden doen verstenen en in een anachronistische en tegen elk sprankje vrijheid dichtgemetselde dictatuur zouden doen veranderen.’ Het kan niet anders of hier is de auteur zelf aan het woord, die met dit didactische slotakkoord impliciet duidelijk maakt dat zijn spel met fictie en werkelijkheid niet, zoals bij Bernays, in dienst staat van een flagrante leugen maar van een bevlogen waarheid.

Beeld Meulenhoff

Mario Vargas Llosa: Bittere tijdenUit het Spaans vertaald door Eugenie Schoolderman en Arie van der Wal. Meulenhoff; 351 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden