Recensie Mario

Mario is een scherpe ontleding van de voetbalwereld, waarin middeleeuwse krampen over mannelijkheid regeren ★★★☆☆

Als portret van een voetballer die overhoop ligt met zijn ­publieke persona, is de film minder geslaagd. 

Mario; drama
Regie Marcel Gisler.
Met Max Hubacher, Aaron Altaras, Doro Müggler
119 min., in 16 zalen.

Aaron Altaras and Max Hubacher in Mario.

Toenmalig Ajax-trainer Frank de Boer sprak in 2012 in een tv-programma het vermoeden uit dat homo’s niet sportief genoeg zijn voor een carrière in het profvoetbal – iets met de verkeerde motoriek. 52-voudig Duits international Thomas Hitzlsperger maakte in 2014 bekend op mannen te vallen, maar hij was toen al gestopt met voetballen. Vorig jaar nog stelde de huidige Frankrijk-spits Olivier Giroud dat het onmogelijk is om als profvoetballer openlijk gay te zijn. Voor al deze mensen, en iedereen die homofobie in het voetbal direct of indirect mogelijk maakt of er direct of indirect onder lijdt, heeft de Zwitserse regisseur Marcel Gisler de film Mario gemaakt.

Het onderwerp wordt doelgericht aangepakt, als ware dit een Carry Slee-verfilming met volwassenen. Maar die doelgerichtheid, waarbij de personages helaas zonder uitzondering dienen als schaakstukken in een verdacht overzichtelijk speelveld, zorgt in ieder geval voor een scherpe ontleding van het systeem waarin middeleeuwse krampen over mannelijkheid en seksualiteit regeren.

Het titelpersonage Mario (een rol van Max Hubacher) is de talentvolle aanvaller van het hoogste jeugdelftal van de Zwitserse topclub BSC Young Boys. Hij krijgt directe concurrentie van de knappe en minstens even getalenteerde Duitse spits Leon (Aaron Altaras), met wie hij tevens een appartement deelt. Wat voor de kijker onmiddellijk duidelijk is, toont regisseur Gisler na zo’n half uur dralen: Mario en Leon, op het veld al vlot een behendig duo, vallen ook buiten het team als een blok voor elkaar. Daarop volgt de interessantste sequentie van de film, waarin iedereen (van clubdirecteur tot advocaten tot ouders tot Mario en Leon zelf) na een aanzwellende reeks geruchten noodgedwongen meewerkt aan een gestroomlijnde dekmanteloperatie – er worden zelfs nepvriendinnen aangesteld.

Mario biedt inzichten wanneer Gisler toont hoe verstrekkend de invloed van een privésituatie kan zijn, van kleedkamerdynamiek tot clubimago. Het is best aardig hoe de film op detailniveau de illusie wekt dat dit alles zich afspeelt in de echte wereld – Mario breekt uiteindelijk door bij St. Pauli, een Duitse profclub met een activistisch en min of meer homovriendelijk imago. Maar als portret van een voetballer die overhoop ligt met zijn publieke persona, is Mario minder geslaagd. Opbouw, dialoog en spel blijven op stroeve wijze in dienst staan van het te maken punt.

Mario is een belangrijke film, maar de liefde verdient beter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden