Marinus van der Goes van Naters: een onconventionele salonsocialist in een bewogen eeuw


Anne-Marie Mreijen: De rode jonker – De eeuw van Marinus van der Goes van Naters 1900-2005

Boom; 374 pagina’s; €24,50.

‘Kleurrijk’ is wel de veiligst denkbare kwalificatie van Marinus van der Goes van Naters (1900-2005). Hij was meer dan een getuige van een bewogen eeuw. Als telg van een familie die in 1913 bij de Nederlandse adel werd ingelijfd, koos hij voor het socialisme. Voor hem was dat een dictaat van ‘het gevoel’. Hij was in de wolken na de eerste ontmoeting in zijn leven met een echte arbeidersvrouw. Later ging hij een – door zijn vrouw Anneke min of meer gedoogde – relatie aan met een vrouw wier voornaamste verdienste het was dat zij tot de eerbiedwaardige arbeidersklasse behoorde. Daarnaast bedreef hij met mannen ‘de Griekse liefde’. Van der Goes achtte zich, met andere woorden, niet gebonden door de conventies van zijn tijd en zijn milieu.

Tezelfdertijd liet hij het niet aankomen op een breuk met zijn peer group. Als jong meester in de rechten mocht hij werken op het Nijmeegse advocatenkantoor van zijn vader op voorwaarde dat hij ‘niet op de markt op een ton toespraken ging houden’. In Heerlen, waar hij zich later vestigde, onderhield hij warme relaties met de Limburgse adel, ofschoon het houtwerk van zijn huis – ‘een nogal kapitalistisch pand’, volgens de hoofdbewoner – bij wijze van politiek manifest rood was geschilderd. Hij brak alleen met zijn broer Willem, die carrière maakte in de NSB. ‘Ik raad je aan héél, héél voorzichtig te zijn’, schreef hij Willem in 1934. ‘Meld me als je er weer ‘af’ bent.’ Dat zou nooit gebeuren. Willem zou tot zijn dood in 1944 het nationaal-socialisme trouw blijven.

In de SDAP, en later de PvdA, zou Marinus van der Goes van Naters altijd een buitenbeentje blijven. Hij bepleitte de vestiging van een ‘aristo-democratie’, een hybride van meritocratie en democratie. Anders dan voor sommige partijgenoten, was een verenigd Europa voor hem niet het synoniem van een socialistisch Europa. En hij verdedigde, als fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, tot het bittere einde het militair ingrijpen in Indonesië. ‘Van der Smoes van Flaters’, werd hij genoemd. Of anders wel salonsocialist. Met die laatste kwalificatie was Van der Goes het zelf overigens van harte eens. ‘Wat moet ik anders?’, vroeg hij zich af in een interview. ‘Quasi-proletarisch doen? Liever bepleit ik woest hoge belastingen voor lieden als ik.’

Anne-Marie Mreijen Beeld RV - JK Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.