Marinier of operazanger: alles draait om hard werken

Het lijkt een enorm verschil, het front of het podium. Maar ex-marinier en operazanger Bastiaan Everink, komende maand als Parsifal in het theater, ziet veel parallellen.

Beeld Ivo van der Bent

Het was een totale overgave. 'Vanaf de eerste noot raakte ik helemaal in de war. Deze muziek ging over pijn en lijden en over het ontstijgen daaraan. Deze muziek ging over mij. Het maakte emoties los die ik diep had weggestopt.'

Was het toeval dat Bastiaan Everink, lid van het Korps Mariniers, uitgerekend Wagners opera Parsifal uit de kast plukte, een kwarteeuw geleden? Hij was net terug uit de Eerste Golfoorlog. Een vriend bij wie hij op bezoek was, vroeg hem muziek op te zetten en op goed geluk pikte hij een elpee uit de kast. Parsifal.

Die Zeit ist da

'Ik was er duidelijk rijp voor, na Irak.' Om met het personage Klingsor uit Parsifal te spreken: Die Zeit ist da. 'Wagner wilde dat iedereen die deze opera hoorde een soort transformatie doormaakte en als een nieuw persoon geboren zou worden. Hij was er heilig van overtuigd dat zo'n machtig stuk dat kon bewerkstelligen. Gevaarlijk uiteraard - Wagner zag zich als een supercomponist met haast goddelijke eigenschappen, maar voor mij werkte het. Parsifal voelde als een bevrijding.'

Dinsdag staat bariton Bastiaan Everink (47) tussen de graalridders op het podium van De Nationale Opera, als Klingsor. Het jongetje dat ridder wilde worden, de tiener die marinier werd en via een lange omweg door de woestijn van Irak zijn graal, zijn verlossing, vond in Parsifal. Drie weken na die openbaring in Wagners muziek nam Everink zijn eerste zangles. 'Ik voelde me volkomen vrij tijdens die les. Het was een ultieme gelukservaring.'

Hij was een standvastige marinier. 'Stabiliteitsfactor één, oftewel S1, de hoogste score in de test, zo stabiel als maar kan. In 1991 werden we naar Irak gestuurd voor een zogeheten wederopbouwmissie. Eenmaal daar voelde het niet als wederopbouw maar als oorlog. Ter plekke nadenken over wat er om je heen gebeurt, is onmogelijk, dan kun je niet functioneren. Daarom leer je als marinier een knop in jezelf om te zetten. Pas wanneer je terugbent, gaat de ellende bezinken.'

Van marinier in Irak tot heerser over Irak

Bastiaan Everink, in 1969 geboren in het Twentse Lonneker, werd aangenomen bij het Korps Mariniers in 1988. Na zijn missie in Irak in 1991 koos hij voor een muziekcarrière en studeerde achtereenvolgens aan de conservatoria van Enschede en Amsterdam en The Studio in Vocal Arts van James McCray.

In 2002 debuteerde hij bij de opera in Bonn en vervolgde zijn weg langs Duitse operahuizen. Tot nu toe zong hij in ruim dertig opera's, waaronder Tosca (in de rol van Scarpia), Aida (Amonasro), Salomé (Jochanaan) en Eugen Onegin (titelrol). In Mexico maakte hij zijn debuut als Der fliegende Holländer.

Vorig jaar debuteerde hij met succes in Italië als Nabucco in Verdi's gelijknamige opera. Nabucco oftewel Nebucadnezar was een machtige bijbelse koning wiens rijk zich eens uitstrekte over het huidige Irak.

Strijdtoneel

Het was Richard Wagner die het bezinksel losroerde. Natuurlijk, iedere militair kent Wagner. Van de Walkürenrit, de muziek die kolonel Kilgore draait tijdens een helikopteraanval in Vietnamfilm Apocalypse Now. 'It scares the hell out of the slopes', zegt Kilgore, het jaagt de spleetogen de stuipen op het lijf. 'My boys love it.' Maar de ervaringen van veel boys die terugkwamen uit Irak bleven als granaatscherven door hun ziel snijden. Stervende Koerdische vluchtelingen, het eerste dode kindje, een onverwachte kogel die bijna raak was, voor anderen de keuze maken tussen leven en dood.

Eerder dit jaar verscheen Everinks boek Strijdtoneel. Hij schrijft: 'Nog 300 meter moesten we afleggen naar de heuveltop. De laatste meters van een jarenlange weg. Zo meteen zouden we de grens oversteken - geen landsgrens, maar een grens in onszelf. We gingen doden of sterven.'

Zijn Irakervaringen riepen grote levensvragen op, vertelt Everink na een repetitie in het muziektheater van Amsterdam. 'Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Ben ik op de goede weg? Ik was een jongeman van 22 toen ik terugkwam uit Irak. Voor mijn vertrek dacht ik daar nooit over na.'

Heldenbariton

Parsifal werd zijn breekijzer, hij begon te lezen en te duiden. 'Ik kreeg steeds meer honger naar intellectuele bevrediging.' Na verloop van tijd schoof hij zijn plunjebaal voorgoed aan de kant en meldde zich bij het conservatorium in Enschede.

Hij wist dat hij het in zich had. Zong hij Hazes in de kroeg met zijn legermaten, stond de boel op zijn kop. Ook als jongen zong hij veel, in het kerkkoor en in schoolmusicals. 'Ik vond het heerlijk een microfoon in mijn hand te hebben. Dat ik zanginstinct had, bleek op het conservatorium.' Daar merkte hij ook dat je er als zanger nog lang niet bent als je de kroonluchters van het plafond kunt zingen. Hij moest van nul af aan beginnen: harmonieleer, noten en akkoorden herkennen - vaak had hij de laagste cijfers. De ervaring van die andere opleiding sleepte hem erdoor. 'Als marinier weet je dat je een achterstand kunt wegwerken door dubbel zo hard te werken.'

Voor een liederencyclus als Schuberts Winterreise of een geestelijk stuk als Bachs Weihnachtsoratorium is hij de man niet, wist hij al snel, ondanks zijn katholieke jeugd in een Twents dorp. 'Toen ik naar het conservatorium ging, had ik de lat hoog gelegd. Ik ben niet weggegaan bij de mariniers om - met alle respect, hoor - muziekdocent te worden of in een koor te zingen. Ik raakte verliefd op de stemmen van grote baritons als Piero Cappuccilli en George London. Dát wilde ik: grote rollen zingen, Rigoletto, Nabucco, Der fliegende Holländer.

Beeld Ivo van der Bent

'Maar op een conservatorium moet je voor je afstuderen een heel scala aan repertoire laten horen: opera-aria, musical-aria, enzovoorts. Heel vreemd eigenlijk. In de sport heb je marathonlopers en 100-meterlopers en je moet niet van de één de ander willen maken. Ik wist van mezelf dat ik een heldenbariton was, dus waarom zou ik me bezighouden met kamermuziek?! Mijn grote kracht zit in mijn stem, in mijn personality.'

Een paar maanden voor zijn eindexamen verliet hij het conservatorium om les te nemen bij James McCray in Den Haag, gelauwerd zangpedagoog én medeveteraan. De Amerikaan McCray, die ook sopraan Eva-Maria Westbroek en tenor Frank van Aken had geholpen hun stem te vinden, had in de Korea-oorlog gediend. Drie jaar later, in 2002, maakte Everink in Bonn zijn internationale debuut.

Ein starker Holländer

De hang naar fysieke inspanning blijft. 'Bastiaan Everink ist auch stimmlich ein starker Holländer', schreef een Duitse krant na een première van Der fliegende Holländer. Auch stimmlich, óók qua stem, want op het podium staat twintig jaar na zijn marinierstijd nog altijd één bonk spieren, 'al ben ik niet meer zo strak als toen'. 'In die Puccini's, die Verdi's en die Wagners zit ook dat fysieke. Als je dat zingt, hoor je bij de jongens die een potje rugbyen, bij wijze van spreken - heel anders dan de muziek van Schubert.'

Het kwam hem nog aardig van pas toen hij op het podium van een klein Duits operahuis de achterwand van het decor vervaarlijk naar voren zag hellen. Met één hand het decor stuttend zong hij zijn partij uit.

In de operawereld leerde hij een nieuw soort hardheid kennen. 'Je loopt niet alleen tegen je eigen grenzen aan, maar ook tegen die van een regisseur of een dirigent. Je moet jezelf, je ego, kunnen wegcijferen, net als bij de mariniers.' Ooit was hij bijna gemangeld in een conflict tussen partijen binnen een operahuis.

In Duitse operahuizen werkte hij zich op van stadstheaters naar het staatstheater, naar de Deutsche Oper in Berlijn en andere wereldpodia. 'In Nederland beginnen ze me nu een beetje te kennen, maar ik ben al twintig jaar bezig. Jarenlang verdiende ik bijna niets, ik was weg bij mijn vrienden in Nederland en had soms een eenzaam bestaan. Ik heb offers gebracht.'

Decors Anish Kapoor

'De strijd van lichaam en geest, verbeeld in vlezig rood en verheven koralen', kopte de Volkskrant in 2012 over Wagners Parsifal bij De Nationale Opera en gaf vier sterren. Het is deze Parsifal onder regie van Pierre Audi, die dinsdag in reprise wordt genomen met een nieuwe cast. Kunstenaar Anish Kapoor ontwierp voor de eerste acte een rots, die van houtachtig naar bloederig rood verandert. In de tweede en derde acte staat een metershoge, schotelvormige spiegel centraal.

Eén lichaam, één geest

Het mag voor sommigen raar klinken, zegt hij, maar hij ziet overeenkomsten tussen het leger en de operawereld. 'Het opereren als één lichaam, één geest, is belangrijk om tot het beste resultaat te komen. Hier in Amsterdam zit ik in een fantastisch team, heel solide. Er is een Duitse coach die nog even wijst op de juiste uitspraak, er zijn twee, drie pianisten voor de repetities, dirigent Marc Albrecht hielp me muzikaal de puntjes op de i te krijgen. Een goed team tilt je naar een hoger niveau. Kijk maar naar een Max Verstappen: al jong kon hij heel hard rijden, maar hij kon alleen zo ver komen door het team om hem heen.'

Gevoelig als hij is voor symboliek en diepere betekenislagen ziet Everink een parallel tussen het personage Parsifal en zijn eigen leven. 'Parsifal is in een tweestromenland op zoek naar de graal die verlossing kan brengen. Dat ding is iets mythisch, een symbool. Hij zoekt naar wie hij werkelijk is en kiest voor de avontuurlijkste weg, omdat hij dan het meeste leert. Door die levensweg en die wijsheid te kiezen weet hij dat hij een voldaan leven zal leiden. Het is kenmerkend voor mijn carrière dat alles duurzaam is. Alles gaat om investeren, om hard werken en veel uren maken. Dat heb ik altijd gedaan, ook in het leger.' Pijn is fijn, hielden de mariniers elkaar voor.

Beeld Ivo van der Bent

In Amsterdam komt alles bij elkaar. Regisseur Pierre Audi geeft de toeschouwer ruimte voor zijn eigen beleving van het verhaal, zegt hij. 'Je krijgt het niet letterlijk in je gezicht geduwd. Het is vervelend als een regisseur jou precies gaat vertellen wat je moet denken. Een ontmoeting met een kunstwerk kan alleen plaatsvinden bij de gratie van openheid van beide kanten. Hier vind ik die openheid zowel in de muziek, de regie als het decor. Ik heb nog nooit in een productie gestaan waarin al die elementen zo dicht bij elkaar komen.'

In de tweede acte hangt op het toneel een reusachtige spiegel van de Brits-Indiase kunstenaar Anish Kapoor. 'Fantastisch. Die spiegel staat voor zelfreflectie, voor nadenken over wie je bent en wat je wilt.'

Dinsdag staat hij voor die spiegel als Klingsor, 'een mengsel van woede en spijt, van moordzucht en verborgen heimwee naar het goede', schreef hij in zijn boek over dit personage. In het publiek zullen een paar vroegere buddy's aandachtig luisteren. Niet allemaal vonden ze verlossing. Enkelen draaiden door na Irak, posttraumatische stressstoornis (PTSS), zelfmoord. 'Ik heb vaak contact met de leiding van het Korps Mariniers en andere mensen van toen. Als zanger heb ik nu een podium om te vertellen over mijn ervaringen en wat die kunnen doen.'

Waar hij kan, vraagt hij aandacht voor PTSS. Voor een buddy die twee zelfmoordpogingen deed, wist hij gedaan te krijgen dat diens problemen werden onderkend als PTSS, waarna gerichte hulp kon worden geboden. Everink besluit er zijn boek mee: 'Hij noemt zichzelf weer veteraan. Zijn weg is lang, maar het leven keert terug in zijn ogen. De reis gaat door.'

Parsifal, Nationale Opera en Ballet, A'dam, 6, 9, 12, 15, 18, 21, 25 en 29/12.

Na de opvoering op 18/12 signeert Bastiaan Everink zijn biografie Strijdtoneel, die hij schreef met Joost Galema (uitgeverij Atlas, 19,99 euro).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden