Achter het boekMarijke Schermer

Marijke Schermer: ‘Je moet het je personages niet te comfortabel maken’

Heerlijk vindt Marijke Schermer het, schrijven zonder de beperkingen die ze kent van toneel. In haar roman Liefde, als dat het is, genomineerd voor de Libris Prijs, kruipt ze telkens in een ander hoofd. Soms zelfs binnen dezelfde zin. 

Marijke Schermer: ‘Er waren fases in het schrijven dat ik dacht: ben ik nou een draak of een soap aan het schrijven? Kan ik wel iets nieuws of betekenisvols doen met een zo uitgekauwd onderwerp?’Beeld Judith Jockel

Schrijven, dat kan Marijke Schermer (1975) drie tot vijf dagen per week. Ze werkt dan aan romans (drie in zes jaar) en toneelstukken (elk jaar een), in de gerieflijke werkruimte boven theater Frascati in de Nes in Amsterdam, die ze deelt met zes artistieke vrienden. De overige dagen zorgt ze voor haar zonen van 8 en 10 jaar, die ze de afgelopen weken uitgebreid heeft kunnen bestuderen. ‘Je ziet hoe ze leren. De oudste zit al best zelfstandig aan zijn les te werken, de jongste ligt onder zijn stoel van ellende. Als die zich eenmaal aan een opdracht zet, is hij heel snel klaar. Hij vermorst veel tijd met weerstand.’

Kijken naar mensen, naar de verschillen in hun karakter, en luisteren naar hun manier van praten, is Schermers tweede natuur. Dat blijkt ook uit Liefde, als dat het is, haar roman die vorig jaar verscheen en nu is genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. ‘Genomineerd zijn is tot een dans genodigd worden die je niet kunt weigeren. Het wachten – eerst of Nieuwsuur aanbelt op de dag dat de shortlist bekend wordt, en dan tot het eindelijk 22 juni is, als de winnaar bekend wordt, in de wetenschap dat vijf collega’s dat óók zitten te doen – heb ik soms enigszins kwellend gevonden. Maar het is voornamelijk eervol.’

Liefde, als dat het is volgt gedurende een jaar de echtscheidingsperikelen van een stel (David en Terri) dat een kwarteeuw samen is geweest, en hun dochters (Krista en Ally) die verschillend op de breuk reageren. De jonge Ally heeft haar ouders erg nodig, de puberende Krista is zelf verliefd en wil afstand nemen, met name van haar moeder.

Terri heeft een minnaar, de zelfzuchtige filosoof Lucas, vader David krijgt een minnares, de autonome Sev. Virtuoos springt Schermer van het ene personage naar het andere, zonder merkbare overgang én zonder verwarring te wekken. Zo krijgen we de liefde van alle kanten te zien: de verliefdheid, de ruzies, het zwijgen, het oplaaien, de heimelijkheid, de openheid, de gesprekken. De wankelende principes, de weerbarstige praktijk.

Het schrijven vergde twee jaar. In zo’n periode is Marijke Schermer nauwelijks met anderen bezig – heel anders dan wanneer ze een toneelstuk maakt. ‘Als toneelschrijver word je geleid door praktische beperkingen: de tekst moet in anderhalf uur kunnen worden uitgesproken. Je kunt niet eindeloos personages laten opkomen, als er maar geld is voor drie acteurs. Dat soort dingen is allemaal afwezig bij het romanschrijven. Heerlijk vind ik dat.’

Marijke Schermer: ‘Van toneel ben ik gewend mijn werk in onaffe staat aan anderen bloot te stellen. Dat scherpt me.’Beeld Judith Jockel

In sommige opzichten doet Liefde, als dat het is aan een toneelstuk denken: weinig personages, veel dialoog. Maar het gesprek en het commentaar of de gedachte kunnen moeiteloos in elkaar overlopen. Voorbeeld: ‘Die middag is ze begonnen aan de tweede brief aan Krista, die de genadeklap zal zijn, maar dat weet ze nog niet.’ Of deze passage: “Ben je boos op me?’ Na een lange stilte met iets van aarzeling zegt ze ja. En het is niet het begin van een gesprek, er is alleen maar een diepe kloof tussen hen waarin haar ja echoot.’

Schermer, knikkend: ‘In een roman kun je mee in iemands hoofd, of van buitenaf naar een pratend stel kijken. Het fijne van proza schrijven, dat je een ja kunt laten echoën in een kloof. Dit doet me trouwens denken aan de regieaanwijzingen van Tennessee Williams, in de trant van: ‘Ze zegt ja tegen hem alsof ze aan de ene kant van de Mississippi staat, en hem aan de overkant probeert te bereiken.’

‘In mijn eerste roman, Mensen in de zon uit 2013, wissel ik per hoofdstuk van personage, dat is de beproefde methode. Maar voor Liefde wilde ik een vloeibaar perspectief maken, zodat ik met alle personages kon meebewegen. Dat leek me de geschikte vorm voor dit onderwerp: ik wil dat de lezer midden in het gezelschap verkeert. Volgens mij is er maar één schrijver die dat kan, Virginia Woolf. Van haar heb ik bijvoorbeeld The Years gelezen, om te kijken naar haar techniek.

‘Het bleek voor mij een heel gepuzzel om de overgangen tussen personages zo ongemerkt mogelijk te laten verlopen. Het werd bijna een sport. Op een gegeven moment dacht ik: zou het ook in één zin kunnen? Dat heb ik in mijn boek één keer gedaan: een herinnering die bij Terri begint, wordt door David overgenomen. De lezer zit dan ineens in een ander hoofd, zonder dat hij een breuk heeft ervaren.’ Ze lacht: ‘Als me dat lukt, ben ik heel tevreden.

‘Het uiteenvallen van een huwelijk, dat wilde ik met die techniek beschrijven. En de thematische vraag behandelen: kun je je individualiteit bewaren binnen dit soort verbintenissen, waarin de romantiek soms overgaat in gewoonte, totdat de vonk verdwenen lijkt?’

Marijke Schermer: ‘Is liefde die romantische samensmelting, of is het een samenlevingsvorm die voor veel mensen werkbaar blijkt te zijn? De titel is de kortste samenvatting van het boek.’Beeld Judith Jockel

Als vraag, zonder moreel standpunt?

‘Ja, want ik ben daar zelf helemaal niet uit. Mensen die vergroeid zijn met elkaar, zozeer dat ze zichzelf zijn kwijtgeraakt, dat ken ik niet, maar ik heb het bij anderen wel vaak gezien. De vanzelfsprekendheid is dan het begin van een drama geworden. Is de versmelting een oerverlangen van iedereen, of is een beperkte relatie met een minnaar of minnares veel logischer? Ik heb daar geen standpunt in, maar wilde dat onderwerp van dichtbij bekijken. Van dichterbij dan we normaliter doen.’

Terwijl je zou zeggen: dit is niet het eerste boek dat liefde als onderwerp heeft.

‘Er waren fases in het schrijven dat ik dacht: ben ik nou een draak of een soap aan het schrijven? Kan ik wel iets nieuws of betekenisvols doen met een zo uitgekauwd onderwerp?’

Het huwelijk strandt. Maar er resteert voor alle personages toch enig perspectief, ná dit boek. Mag je dat een hoopvol einde noemen?

‘Dacht u dat? Ik vind het niet hoopvol. Alles houdt toch op, tegen het eind, en niemand weet hoe het moet. Ik heb me ook niet om zoiets als hoop bekommerd. Lange tijd wist ik niet waar ik zou uitkomen.’

Dus toen u nog aan het schrijven was, hadden David en Terri ook kunnen besluiten het weer samen te proberen?

‘Daar heb ik over nagedacht, ja.’

Maar dat gunde u hun niet.

Ze lacht: ‘Nee! Je moet het je personages niet te comfortabel maken. Daar schiet niemand iets mee op.’

Die kokkerellende David zou het wel willen: weer een bordje erbij aan tafel.

‘Hij wel. Dan had hij het vertrek van zijn vrouw naar een minnaar kunnen uitleggen als een tijdelijke verdwazing.’

Sommige dingen wist u tijdens het schrijven nog niet. Maar het kan geen toeval zijn dat Sev, die de minnares van David wordt en die schrijver is, een observator, het boek opent en afsluit. Daardoor krijgt haar stem meer gewicht dan die van de andere personages.

‘Dat klopt. Je zou kunnen zeggen dat het hele verhaal over het huwelijk van David en Terri háár versie is, het verhaal volgens Sev, een vrouw die getrouwd is geweest en een kind heeft. De illusieloze blik op de romantische liefde zou dan voor haar verantwoording komen. Ik zeg niet dat het zo is, maar het kán.’

De liefde is het onderwerp. Wat voor werk de personages hebben, blijft enigszins in het vage.

‘Daarover heb ik gediscussieerd met mijn redacteur, Menno Hartman van uitgeverij Van Oorschot. ‘Moeten die mensen niet naar hun werk, ofzo?’, vroeg hij zich af, toen ik halverwege het boek was en hem de tekst liet lezen. Na dat gesprek heb ik juist nog méér opmerkingen over hun werkzaamheden weggehaald. Ik dacht: er zijn momenten in je leven dat je in een tunnel verkeert: als je verliefd bent, of als je verdriet hebt.’

Beeld Judith Jockel

Dat schrappen was, dunkt mij, niet de bedoeling van uw redacteur.

‘Hij had er vrede mee. Of hij gaf het op. Maar ik vind het genoeg om te suggereren dat mijn personages redelijk goed opgeleid zijn, en behoorlijke banen hebben. Preciseringen zouden maar afleiden van de tunnel.’

Uw redacteur mag blijkbaar halverwege met u meekijken.

‘Ja, ik wil dan weten wat hij erin leest en hoe hij denkt dat het verdergaat.’

Om vervolgens het tegenovergestelde te gaan doen.

‘Soms wel, ja. Aan een goede vriendin laat ik de tekst nog wel vaker lezen. Dat ben ik gewend van toneel, om je werk in onaffe staat aan anderen bloot te stellen. Dat scherpt me. Ik dacht na dat gesprek met Menno: nee, die mensen moeten niet naar hun werk. Daarmee kon ik verder. ’

Liefde, als dat het is. Een pontificale titel, met onmiddellijk een voorbehoud.

‘Ook daarover heb ik gesprekken gevoerd met mijn redacteur. Het woord ‘liefde’ in de titel is, zacht uitgedrukt, niet origineel. De komma in de titel, dat was ook een punt: moet je zoiets wel doen? De titel is een zin die in het boek door Sev wordt gedacht. Is liefde die romantische samensmelting, of is het een samenlevingsvorm die voor veel mensen werkbaar blijkt te zijn? De titel is de kortste samenvatting van het boek.’

De eerste zin: ‘Het voltrekt zich altijd min of meer hetzelfde: ze zeggen een paar dingen tegen elkaar, ze drinken een glas bier of tonic of water, soms neemt hij een douche, en dan gaan ze naar bed.’ Daar is meteen de ontnuchtering aan de orde, het is samenleven zonder dat je de liefde kunt aanwijzen.

‘Die zin stond er meteen. Maar toen opende hij de tweede alinea. Ik heb hem naar voren gehaald. Zo wilde ik het verhaal meteen op scherp zetten. Dat gaat vaak zo, ja, ik ben veel aan het schaven en schuiven. Compact maken.’

Heeft u sympathie voor alle personages?

‘Ik probeer ze allemaal te begrijpen. Aan reacties van lezers merk ik dat er veel zijn die een spontane hekel hebben aan twee personages: Terri, de vrouw die het gezin verlaat en ruzie maakt met haar oudste dochter, én de kille Lucas, haar minnaar die geen echte relatie met haar hoeft en daar ook open over is. Hij wil zich helemaal niet met anderen verbinden. En Terri weet dat, maar dat is niet erg, want ze wordt vooral door begeerte gedreven, althans in het begin. Blijkbaar zijn die twee heel echte personages geworden, gezien de felheid van de reacties. Hoewel er ook lezers zijn die zich herkennen in Terri.’

Beeld Judith Jockel

Citaat: ‘‘Doe niet zo geslagenhondachtig.’ ‘Zeg je dit nou echt?’ ‘Ja. Sorry. Het is zo onaantrekkelijk.’ Dit is gemeen. En waar. Wat is belangrijker?’ Stellen met problemen wordt dikwijls aangeraden te gaan praten. Maar als je deze gesprekken ziet, rijst de vraag of je daar iets aan hebt.

‘Ze zijn 25 jaar samen en hebben zo’n gesprek nog nooit gevoerd. En nu is het te laat. Mensen die lang bij elkaar zijn, kijken soms niet meer echt naar elkaar. Dat begint pas op te vallen als het niet meer werkt. Dat vind ik ontluisterend. En het helpt niet, wat David nog hoopt, door dan te wijzen op die kwarteeuw dat het wél werkte, en dat die tijd door de verschijning van een derde persoon niet zomaar ongedaan kan worden gemaakt. In liefdeszaken is een beroep op de redelijkheid niet geldig.’

Het is Sev die Tolstojs beroemde openingszin van Anna Karenina, dat alle gelukkige gezinnen op elkaar lijken maar alle ongelukkige dat ieder op hun eigen wijze zijn, nuanceert door te stellen: ‘Zowel het ongeluk als het geluk lijkt overal hetzelfde. Totdat je beter kijkt.’

‘Die zin van Tolstoj wordt vaak aangehaald als een levenswaarheid, terwijl de schrijver wellicht bedoelde: voor de literatuur is een gelukkig gezin niet zo’n dankbaar onderwerp. Maar als je niet goed kijkt, lijkt altijd alles op elkaar. Tolstoj wordt zo vaak geciteerd dat je geneigd bent die spreuk voor waar aan te nemen, mede door de stelligheid van de formulering. Maar klopt het?’

Marijke Schermer: ‘Mensen die lang bij elkaar zijn, kijken soms niet meer echt naar elkaar. Dat begint pas op te vallen als het niet meer werkt. Dat vind ik ontluisterend.’ Beeld Judith Jockel

Door dit soort vragen, én door de vaart, voert u de lezer mee. Die móét weten hoe het afloopt. Ik las uw roman in één keer, en ik zal niet de enige zijn.

‘Dat hoor ik graag. Ooit zag ik een interview met W.F. Hermans, die de vraag kreeg: ‘Hoe schrijft men een roman?’ Hij antwoordde: ‘Men grijpt de lezer bij zijn oor en sleurt hem het verhaal door.’ Dat vond ik heel goed. Vandaar de zin op de achterflap van mijn boek, die ik zelf heb aangeleverd: ‘Schermer grijpt de lezer bij zijn oor en sleurt hem het verhaal door.’

‘Hermans had gelijk: je moet de lezer boeien, door voldoende spanning te bieden en niet te veel uit te weiden. Je kunt heel gedragen of wollig doen over het schrijverschap, maar in wezen gaat het hierom.’

Wie is Marijke Schermer?

1975 geboren in Amsterdam.

1998 afgestudeerd aan de Toneelschool in Arnhem.

2002 Klei (toneelstuk).

2003 richt toneelgroep Alaska op.

2008 Sic transit Gloria mundi (toneel).

2009 Charlotte Köhler Prijs voor haar toneelwerk.

2011 publiceert drie korte verhalen in tijdschrift Tirade

2013 Moeders (toneel).

2013 Mensen in de zon (roman).

2016 Noodweer (roman, shortlist ECI Literatuurprijs; werkt nu aan filmscenario naar het boek).

2018 Circus Reve (regie, toneelstuk van Arie Storm).

2019 Liefde, als dat het is (roman, shortlist Libris Literatuur Prijs).

Beeld Van Oorschot

Marijke Schermer: Liefde, als dat het isVan Oorschot; 203 pagina’s; € 22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden