Marie Bonaparte 1882-1962

De vrouw die Freud van de nazi's redde

Marie Bonaparte, schatrijke nazaat van keizer Napoleon, was een voorvechtster van de psychoanalyse in Frankrijk. Van haar grote ongeluk, frigiditeit, kon ook Sigmund Freud zelf haar helaas niet verlossen.

Op 22 maart 1938 zit prinses Marie Bonaparte op de trap van Berggasse 19 in Wenen om met haar eigen, onverschrokken persoon de Freuds te behoeden voor een nieuwe inval van de Gestapo. Die ochtend is Anna Freud gearresteerd en hoewel ze dezelfde avond weer thuis is, ziet Sigmund Freud eindelijk onder ogen wat de prinses hem al geruime tijd duidelijk probeert te maken: hij en zijn familie moeten zo snel mogelijk het land uit. Marie Bonaparte regelt met haar invloed en geld het vertrek van de Freuds. Op 4 juni reizen ze via Parijs, waar de 82-jarige Freud een paar uur kan rusten in een huis van Marie, naar Londen, waar hij het laatste jaar van zijn leven doorbrengt.

Buiten Frankrijk is Marie Bonaparte doorgaans om weinig meer bekend dan dit gegeven: ze ging bij Freud in analyse, werd een trouwe vriendin en redde hem uit handen van de nazi's.

Hanna Stouten, emeritus hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Sorbonne in Parijs, vond dat ze beter verdiende en schreef de fraaie biografische schets Marie Bonaparte 1882-1962.

Waarom Marie Bonaparte beter verdiende, hangt onvermijdelijk samen met haar indrukwekkende afkomst: ze was de steenrijke erfgename van het casino en de hotels in Monaco van haar moeders familie; ze behoorde tot de nazaten van Napoleon via haar vaders familie; en ze had banden met alle koningshuizen van Europa dankzij haar huwelijk met prins George van Griekenland.

Wat deze bijeengevoegde verbindingen tot een boeiende tragedie smeedt, is dat ze niet alleen rijkdom en aanzien brachten maar ook - en vooral - verdriet en frustratie. Ze verloor haar moeder toen ze een maand oud was. Ze had een vader naar wie ze als eenzaam kind hunkerde, maar die zijn tijd liever aan wetenschappelijk onderzoek dan aan haar besteedde. En haar Griekse prins bleek homoseksueel en verrichtte slechts met grote tegenzin de daad die haar de liefhebbende maar onhandige moeder maakte van twee kinderen.

Het gebrek aan echtelijke liefde en aan vaderlijke aandacht compenseerde ze met minnaars en met het gezelschap van mannen van de wetenschap die wel in haar geïnteresseerd waren. Dat laatste vond ze met name bij Freud, die, aldus Marie, 'een grote zachtheid' paarde aan ' veel overwicht en kracht'. Hij was de ideale vader, bij wie ze niet alleen in analyse ging om zelf psychoanalytica te worden, maar ook omdat ze hoopte van het grote probleem af te komen dat haar levenslang dwars zat: haar frigiditeit. Hoewel Freud er niet in slaagde haar van dit euvel te genezen, bleef haar grote vertrouwen in hem ongeschonden.

Marie Bonaparte 1862-1962 laat een eigenzinnige en onconventionele vrouw zien, die het psychoanalytisch gedachtengoed aantrok als een jas die speciaal voor haar gemaakt leek. Haar inzet de psychoanalyse in Frankrijk te verspreiden, ging gepaard met een zo grote allergie voor meningen die afweken van die van haar leermeester dat ze de bijnaam Freud m'a dit (Freud heeft me gezegd) kreeg.

Deze allergie zou in 1953 leiden tot een scheuring in de Société Psychoanalytique de Paris. Deze vereniging, in 1926 begonnen als een groepje van twaalf zonderlingen, groeide na de oorlog uit tot een serieuze groepering met een eigen opleidingsinstituut. Tot de nieuwe generatie psychoanalytici behoorde Jacques Lacan die met zijn eigen interpretatie van Freuds gedachtengoed geleidelijk aan invloed won.

Dat was tegen het zere been van Marie. Hoewel de antipathie tussen beiden van meet af aan groot was - Marie vond Lacan te burgerlijk, Lacan vond Marie te gemakkelijk varen op haar geld en aanzien - was het Marie's rancune die tot een breuk in de vereniging leidde.

Stouten heeft oog voor het blinde vertrouwen van Marie in Freuds woord, m

aar gaat een enkele keer wel heel kritiekloos mee in het psychoanalytisch jargon waarin Marie haar jeugdherinneringen optekende, wat dan leidt tot curieuze zinsneden als '... de biljartkamer waar zij met haar fallische oma de keu hanteerde'.

Wie dat voor lief neemt, wordt beloond met het rijkgeschakeerde portret van een vrouw die tot op hoge leeftijd energiek jongleerde met haar taken als moeder, prinses, psychoanalytica, schrijfster, weldoenster en vriendin, een vrouw die in Freuds woorden 'helemaal geen aristocrate' was, 'maar een echt mens. Er zijn er duidelijk niet veel van dit soort'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden