Maria houdt het huisje netjes aan kant

WIE HAD kunnen vermoeden dat Jezus Christus nog eens de hoofdrol in een liefdesgeschiedenis zou spelen? Marianne Fredriksson, die zoveel succes had met Anna, Hanna en Johanna, zag er wel brood in....

Het verhaal van die liefde wordt achteraf door Maria verteld. Ze heeft altijd gezwegen over haar verhouding met Jezus, maar als ze hoort dat Paulus en Petrus - 'die visser met die grote mond' - een nieuwe sekte beginnen op grond van een verwrongen beeld van Jezus' leer, neemt ze zich voor háár lezing van de gebeurtenissen te geven. Dat betekent een pijnlijke confrontatie met het verleden: 'Het had haar jaren gekost om te vergeten en ze kon zich niet meer herinneren hoe Zijn gezicht eruit had gezien of Zijn handen, zelfs Zijn ogen niet of Zijn mond, die die bijzondere woorden had geformuleerd. Ook de zoetheid van de nacht had ze uit haar gedachten verdrongen.'

Niettemin rakelt ze de hele geschiedenis weer op; hoe ze als joods kind ontkwam aan de Romeinen, die haar ouders en haar broertjes hadden vermoord, hoe ze in de bergen werd gevonden door de Griekse centurion Leonidas, die haar meenam en liet opgroeien in een bordeel.

Ook zij werd een hoer. In die hoedanigheid ontmoet ze op een dag in een bloemenwei bij een bruisende beek Jezus, die zich niets van haar 'onreinheid' aantrekt en haar een hand geeft: 'Die simpele aanraking ging als een schok door haar lichaam en in haar ogen ontvlamde begeerte.'

De twee leven daarna verder als man en vrouw, zodat de lezer een beeld krijgt van een huiselijke Jezus over wie Maria flink moedert. Ze wast zijn kleren, maakt zijn ontbijt klaar en spreekt hem streng toe als hij te hard werkt aan al zijn wonderen. De heiland zelf glimlacht alleen maar veel en bezigt bij tijd en wijle een van zijn beroemde uitspraken. Nadat hij zijn 'duistere dood heeft gekozen', wordt Maria door waanzin overvallen en zwerft zij rond tot Leonidas haar opnieuw vindt en huwt.

Afgezien van Jezus' tragische einde zou dit een gewone damesroman kunnen zijn. Maar Fredriksson pretendeert meer: haar boek wil niets minder zijn dan het evangelie volgens Maria Magdalena. Maria geeft háár visie op Jezus' woorden en daden, om zo tegenwicht te bieden aan de verzinsels van de apostelen. Die maken van Jezus' leven een mythe om daarmee het volk voor hun kerk te winnen. Uit hun overspannen fantasie komt het idee voort dat de moeder van de messias, een eenvoudige, afgetobde weduwe, een heilige maagd zou zijn geweest. Zulke leugens wil Maria Magdalena ontzenuwen.

Maar zij heeft meer te corrigeren. De dogmatische apostelen maken met hun valse interpretaties wetten van Jezus' woorden en dat druist volgens Maria tegen alles in wat hij was. Keer op keer citeert ze uitspraken van Jezus, die ze in visioenen heeft gehoord: 'Maakt u geen wetten van hetgeen ik u geopenbaard heb; doe niet zoals de wetschrijvers.' In tegenstelling tot Petrus en Paulus denkt Maria niet dat een nieuwe leer zich op één waarheid kan baseren. Zij predikt de veelduidigheid en hangt een mengsel van gnosis, boeddhisme en allerlei antieke religies aan, waarbij voorop staat dat Jezus vooral bijzonder was door de liefde die hij uitdroeg.

Maar Jezus is dood en de rigide apostelen zijn bezig de zeggenschap binnen de kerk te verwerven. Maria realiseert zich dat 'de grote Moeder haar macht over de wereld aan het verliezen is'. En niet alleen de moeder, alle vrouwen komen op het tweede plan in deze sekte die zo snel nieuwe aanhangers wint. Maria verzet zich tegen Petrus' opvatting van nederigheid, die inhoudt dat vrouwen onderdanig moeten zijn. Zo had Jezus het nooit bedoeld; die zag immers geen verschillen tussen de seksen: 'Hier is geen vrouw noch man', zei hij. De kern van die boodschap lijkt niet tot Fredriksson zelf te zijn doorgedrongen. Bij haar worden de verschillen tussen vrouwen en mannen juist breed uitgemeten. Vrouwen zijn, in tegenstelling tot mannen, tolerant, solidair en flexibel. Zij hebben de wijsheid in pacht. Het is niet toevallig dat de twee enige verstandige mannen in dit boek seksueel geen bedreiging voor vrouwen zijn: Jezus is 'als een kind' en Leonidas is van de herenliefde.

Fredriksson weet ook waarom vrouwen zoveel wijzer zijn dan mannen. Dat komt door hun verstandhouding met de bezielde natuur. Maria zwijmelt bij oude bomen die 'de tijd stil laten staan', en bij de bloemen die 'bedachtzaam van aard zijn'. Terloops doet Fredriksson verslag van een bevalling, zodat ze uiteen kan zetten hoe vrouwen nog in contact staan met hun oerinstincten: 'Bijna met eerbied zag ze hoe Mera het kind aan de borst legde. Alsof ze altijd had geweten hoe dat moest.'

Maria is hier een heel gewone vrouw die wel eens 'gut' zegt en die haar huisje gezellig aan kant houdt. Haar alledaagse beslommeringen komen uitgebreid aan de orde, en hoe ze voor haar man zorgt, bijvoorbeeld: 'Toen Leonidas kwam, rook het huis naar kruiden, bloemen en pasgebraden lamsvlees.' Of hoe ze te laat komt bij het ochtendgebed, doordat ze de klitten niet uit haar lange blonde haar kan krijgen. Fredriksson heeft een zo herkenbaar mogelijke Maria geschapen die verdacht veel weg heeft van het twintigste-eeuwse ideaalbeeld van de vrouw.

Dat betekent dat ze niet alleen slim is, maar ook mooi: 'Maria wordt niet ouder. Ze is nog net zo jong als op de dag dat ze kwam. Nog net zo blond. Donkerblauwe ogen, maar toch zo helder dat ze duidelijk het goede verstand weerspiegelen dat de goden haar geschonken hebben.'

Fredriksson gaat, niet alleen als het om Maria's uiterlijk gaat, clichés niet uit de weg. Zij schrijft het soort boeken waarin niemand een vogel kan zien zonder te denken: 'Wat zijn ze vrij.' Er kan geen maaltijd worden gebruikt zonder dat het woord 'voortreffelijk' valt. Bossen zijn altijd 'stil en plechtig'. Voor iemand die zegt dat Gods woorden niet in vaste formules gevangen kunnen worden, gebruikt Maria in haar evangelie schrikwekkend sleetse taal.

Maar erger dan die gemeenplaatsen, erger dan de zweverige symboliek, erger dan het erbarmelijke taalgebruik, en erger nog dan de a-historische personages, is de religieuze brij die de lezer krijgt opgediend. Het mysterie en het raadsel waarop Maria zo hamert, zijn in dit boek ver te zoeken. Het verhaal is, integendeel, een hapklare brok voor hedendaagse agnosten. Geloof is hier een eclectisch geheel met voor elk wat wils: een bezielde natuur, een moedercultus, de kracht van de liefde 'van mens tot mens', christendom, de torah, Indische wijsheden en antieke goden. En dat alles ook nog eens overgoten met een psycho-analytisch sausje.

Wanneer Maria heeft gedroomd, merkt Jezus als Freuds voorloper op, dat het een boodschap is uit haar 'innerlijkste wezen, dat meer wist dan zij'. Als Maria een kamer binnenkomt, is die 'als een baarmoeder'. Bovendien beschouwt ze het schrijven van haar evangelie als een vorm van therapie, die haar van haar liefdesverdriet om Jezus kan genezen.

In dit Maria-evangelie geeft Fredriksson handig vorm aan een mengsel van huis-, tuin- en keukenromantiek, psychologie, feminisme en een vage religie die erop neerkomt dat de 'kern van de mens' identiek is aan God.

Het is, kortom, een draak van een boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden