Interview Marco Mencoboni

Marco Mencoboni, artist in residence van het Festival Oude Muziek en Youtuber

Of hij nou muziek uit de Barok speelt of grote musici uit het verleden ‘channelt’ in zijn YouTubefilmpjes, klavecinist en dirigent Marco Mencoboni (58) brengt kleur in de oudemuziekscene en het Festival Oude Muziek (vanaf 23 augustus tot en met 1 september). 

Marco Mencoboni in een van zijn Youtubefilmpjes. Beeld Ilustratie Studio V

Voor de vaste bezoekers van het Festival Oude Muziek is Marco Mencoboni (58) een bekende verschijning. Ligt dat niet aan de succesvolle concerten die hij er de afgelopen jaren gaf, dan komt het wel door de tutorialfilmpjes die hij voor het Utrechtse festival maakt. Op YouTube zijn ze allemaal terug te zien, de lessen waarin hij uitlegt wat een madrigaal is of verklaart welk traktaat van Jean-Philippe Rameau het best werkt tegen slapeloosheid. Steeds eindigen ze met de George Clooney-parafrase: ‘Early music, what else?’

Het maakt Mencoboni tot een van de opvallendste gezichten in de wereld van de oude muziek, een wereld die wel (weer) wat boegbeelden kan gebruiken. De pioniers die vanaf de jaren zestig een groot publiek vertrouwd maakten met muziek van de Middeleeuwen tot Barok – zoals Nikolaus Harnoncourt (1929-2016), Gustav Leonhardt (1928-2012) en Frans Brüggen (1934-2014) –, zijn bijna allemaal overleden. Met zijn intellect, humor én speelsheid als musicus, voorziet Mencoboni de oude muziek van nieuw elan. Dit jaar is de klavecinist en dirigent artist in residence op het Festival Oude Muziek. Wie is hij?

Mencoboni als YouTubester

In zijn nieuwste serie YouTube-tutorials zien we Marco Mencoboni als presentator die een Napoli-supporter met woeste bakkebaarden (ook Mencoboni) interviewt die zegt dat hij namens de grote musici uit het verleden kan spreken. Zo gaan ze op zoek naar de beroemde castraatzanger Farinelli. Of de leek er echt veel van opsteekt is de vraag, hilarisch én cult zijn de filmpjes sowieso.

Eerst: wat gaat hij doen tijdens het festival? ‘Ik geef drie concerten’, zegt hij via Skype vanuit zijn woonplaats Pesaro, aan de Adriatische kust van Italië. ‘Het thema is dit jaar Napels, dus alle muziek heeft daarmee te maken. Met mijn ensemble Cantar Lontano doen we een dodenmis van Francesco Durante (1684-1755). Durante zie ik als de belangrijkste link tussen de barokke opera en Mozart. En we nemen vocale muziek mee van Diego Ortiz (ca. 1510-ca. 1576) die bijna niemand kent.’

Maar het spannendst voor hem is zijn solorecital met klavecimbelmuziek van Giovanni Maria Trabaci (circa 1575-1647). ‘Trabaci was een genie, maar ook een nerd. In zijn muziek is niets voorspelbaar, je weet nooit waar je je vingers nu weer naartoe moet bewegen, alle logica ontbreekt. Ik moest dus nogal hard studeren. Op een gegeven moment zei mijn vrouw dat ze van me zou scheiden als ik niet stopte.’

Marco Mencoboni groeide op in Macerata, een heuvelstad in de centraal-Italiaanse regio Le Marche. Zijn vader was operaliefhebber, zijn moeder hield vooral van piano. Toen Mencoboni 6 jaar was, werd er een piano ingevlogen zodat hij lessen kon volgen.

‘Op mijn 12de wilde ik stoppen. Ik vond die oefeningen saai. Dat ik toch doorging met de muziek, kwam door vrienden. Die hielden van progressieve rock. Iemand vroeg of ik een stukje wilde naspelen van Keith Emerson. Toen zeiden ze: wow, jij bent goed, kom bij ons in de band! We oefenden dagenlang in mijn ouderlijk huis, de buren kenden in no time al onze stukken.

‘Ik had de smaak te pakken en ging op mijn 15de naar het conservatorium in Pesaro. Tijdens de auditie speelde ik een eigen compositie, razendsnel. Na een paar minuten zei de commissie dat ik moest stoppen. Een man kwam op me af en bekeek mijn handen – die zijn nogal groot. Hij zei: eigenlijk zit onze pianoklas al vol, maar die handen van jou zijn geweldig voor orgel, is dat niets voor jou? Toen was ik ineens organist.’

Dat eerste jaar op het conservatorium zou bepalend blijken. Mencoboni werd verliefd op wat zijn hoofdinstrument zou worden: het klavecimbel. En hij kwam in aanraking met zijn eerste klavecimbelidool: Ton Koopman.

‘Mijn orgeldocent raadde me aan om veel concerten te bezoeken. In de kerk van Ancona zou een klavecinist optreden, Ralph Kirkpatrick. Het was winter, 5 uur geweest en dus donker buiten. Die man volgde een koord om naar het klavecimbel te komen, want hij was blind. Die klank was fantastisch, zó mooi. Tijdens een stuk van Bach ging het onweren, de stroom viel uit. Er was alleen nog kaarslicht en af en toe zag je een bliksemschicht door de vensters. Kirkpatrick had dat natuurlijk niet in de gaten, hij speelde onbewogen door. Een magische ervaring.

Marco Mencoboni in een van zijn Youtubefilmpjes. Beeld Ilustratie Studio V

‘Diezelfde leraar gaf me bladmuziek mee van Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621). In mijn platenwinkel ging ik op zoek naar elpees met zijn muziek. Er was er maar één, ingespeeld door Ton Koopman. Prachtig. Ik luisterde er iedere avond naar, ik kan nog steeds iedere noot dromen. Er was geen internet hè, dus ik had geen idee hoe hij eruitzag. Ik stelde me een elegante, aristocratische figuur voor met wit haar.

‘Toen zag ik een aankondiging dat hij in Bologna speelde. In de kerk wist ik niet wat ik zag. Ton had een heleboel haar, een gekke baard, bewoog heel wild over het podium. Na afloop verzamelde ik de moed om een handtekening te vragen. Het was alsof ik een oude vriend ontmoette, hij was zo verschrikkelijk aardig en geïnteresseerd. Iedere keer als hij in Italië speelde, nam ik de trein om te gaan luisteren. Op een gegeven moment gaf hij een masterclass en ik had me aangemeld. ‘Meneer Koopman’, vroeg ik na afloop, ‘hoe kan ik mijn spel verbeteren?’ ‘Kom naar Amsterdam!’, zei hij.’

Zo geschiedde. Van 1984 tot 1987 woonde Mencoboni in Amsterdam om te studeren aan het conservatorium. Eerst bij Koopman, later bij Gustav Leonhardt, een godheid in de wereld van de oude muziek. Mencoboni: ‘Als ik zeg dat ik in de jaren tachtig in Amsterdam heb gewoond, dan hoor ik: wat moet jij veel spannende verhalen hebben. Maar ik heb amper iets van de stad gezien! Als iemand me meevroeg naar een feestje, zei ik nee. Ik zat op mijn kamertje te studeren: Bach, Sweelinck en Frescobaldi, dat waren mijn vrienden.’

Waar die ijver vandaan kwam? ‘Toen ik voor het eerst mijn medestudenten hoorde, wilde ik vluchten. We hebben het over klavecinisten die nu heel succesvol zijn, zoals Andreas Staier en Siebe Henstra. Ik wilde terug naar Italië. Ik dacht: ik ben niet goed genoeg om hier te zijn. Gelukkig ben ik gebleven.

‘Van Koopman leerde ik hoe je je moest voorbereiden. Leonhardt zei in de eerste les: we spelen muziek, geen klavecimbel. In al die virtuoze stukken was hij niet geïnteresseerd. Tijdens de lessen bewoog ik mijn vingers nauwelijks, ik speelde alleen eenvoudige, oude dansstukken – sarabandes, courantes – om me die vormen eigen te maken. Iedere les was een soort meditatie. Ik hield er een haast religieus respect voor de componist aan over.

‘In 1987 ging ik weg uit Nederland. Leonhardt moedigde me aan om veel concerten te geven en ervaring op te doen, twee jaar later zou ik dan mijn examen doen. Ik kreeg een 9. Ze waren alleen vergeten dat er nog een eerstejaarsvak was waarvoor ik geen examen had afgelegd, het vak basso contino (begeleidend spelen, red.). Dat moest ik diezelfde middag dus nog even zien te doen. Geen probleem, leek me. Alleen had ik intussen ook in Basel les genomen, waar ze een heel andere, veel exuberantere speelstijl hadden. De examencommissie gaf me een nul. Ik vertrok zonder diploma.’

Marco Mencoboni in een van zijn Youtubefilmpjes. Beeld Ilustratie Studio V

Niet dat het zijn carrière in de weg zat. Mencoboni ontwikkelde zich niet alleen als speler, maar ook als dirigent en onderzoeker. Sinds 1993 buigt hij zich over de barokke praktijk van het cantar lontano, die inhoudt dat zangers zich voortdurend (bijvoorbeeld over de balkons van een kerk) voortbewegen, onzichtbaar voor de toehoorders. Hij vernoemde zijn ensemble ernaar. Hij specialiseerde zich in het ruimtelijk effect, hij had succes. Toch bleef de Amsterdamse episode knagen.

‘Het was een boek dat nog niet gesloten was. Tot een paar jaar geleden. Het was 2013, de periode dat mijn oudste dochter werd geboren. Ik mailde het conservatorium en zei: ik wil dat continuo-examen overdoen, zodat mijn diploma kan worden gevalideerd. Het mocht. Zat ik ineens als vijftiger tussen de 18-jarigen. Ik had muziek doorgekregen en speelde goed. Maar ook toen ging er iets mis. ‘Meneer Mencoboni’, zei de directeur, ‘het spijt me, maar de opleiding van uitvoerend musicus zoals u die hebt gevolgd, is opgeheven.’ Volkomen bureaucratisch.

‘Ze hebben me bij wijze van goedmaking een brief meegegeven waarin staat dat het hun fout is dat ik het diploma niet heb kunnen halen, haha. Ik ben er trots op. Dat boek is eindelijk dicht.’

Festival Oude Muziek,  23/8 t/m 1/9. Info: oudemuziek.nl.

Een korte introductie tot Festival Oude Muziek

Volgende week gaat het Festival Oude Muziek van start in Utrecht. Wat houdt ‘oude muziek’ in? En wie zijn de headliners op het festival? Een korte inleiding.

En dan ook maar direct wat aanraders: zeven tips voor op het festival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden