Drama

Mar adentro

Het zoet van de grande finale

Ramón Sampedro kan buiten zichzelf treden. De zwaar gehandicapte man - hij raakte op 26-jarige leeftijd grotendeels verlamd na een duik in de zee - staat op vanuit zijn bed, en maakt een sprong door het raam. Vervolgens vliegt hij over de velden en bossen naar de zee, die hij eens met een schip bevoer. Op het strand zoent Ramón met de vrouw die vecht voor zijn recht op de dood.

Mar adentro (De zee van binnen), dinsdag genomineerd voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film, is een reflectie op de vraag of het leven een plicht of een keuze is. De film, geregisseerd en geschreven door Alejandro Amenábar, begint dertig jaar na Sampedro's ongeluk. Hij slijt zijn dagen in een bed in het huis van zijn oudere, gelovige broer in Galicië. Vanuit die plek voert hij de man die alleen nog maar zijn hoofd kan bewegen zijn strijd voor een waardige dood.

De Oscar-nominatie voor Mar adentro is geen verrassing. Euthanasie ligt goed bij de keuzeheren en -dames van de Academy of Motion Picture Art and Science. Vorig jaar kreeg Les invasions barbares van Denys Arcand - eindigend met de zelfgekozen dood van een ernstig zieke hoogleraar Geschiedenis - de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. Clint Eastwoods One Million Dollar Baby, afgelopen dinsdag beloond met zeven nominaties, bereikt eveneens zijn climax in een scène waarin de dood als verlosser wordt binnengehaald. In Eddy Terstalls Simon, de Nederlandse Oscar-inzending die het niet haalde, heeft de dood de vorm van een uitdaging. Op het moment dat de hoofdpersoon het leven verlaat, toont Terstall de beelden van een kerngezonde Simon, die zich in Thailand aan een sprong van een klif waagt.

Films over euthanasie hebben een gemeenschappelijk uitgangspunt: in een fatsoenlijk maatschappelijk bestel houdt de individuele keuzevrijheid niet op bij de dood - een gedachte waar geen geloof of ideologie voor nodig is, maar louter een rotsvast vertrouwen in de vooruitgang. Onze samenleving is in deze films een systeem dat streeft naar een toekomst zonder belemmeringen. Een utopie waar de pijn van de dood is gekanteld naar het zoet van de grande finale, in de begeleidende beelden geschetst als een tussenstation op de weg naar een hoger plan waar pijn en verdriet niet bestaan. Een hemel inderdaad, al valt dat woord nooit. De dood is een plek waar het leven wordt stilgezet bij dat ene aardse moment van groot geluk: de sprong in het diepe (Simon), de eerste seksuele opwinding bij het zien van de ontblote bovenbenen van actrice Inès Orsini, (Les invasions barbares), die ene avond waarop alles leek te kloppen en iedereen je toejuichte (One Million Dollar Baby).

Alejandro Amenábar, de 33-jarige regisseur die faam verwierf met Abre los ojos (1997, in Hollywood overgemaakt als Vanilla Sky), laat Ramón op zijn sterfmoment razendsnel over de zee vliegen. Die oogstrelende metafoor ontbloot meteen de kracht en de zwakte van Mar adentro. De Spaanse productie, gebaseerd op het ware verhaal van euthanasie-activist Ramón Sampedro, kiest voor een overzichtelijke, extreme situatie: een weldenkende man ligt al bijna 30 jaar roerloos in bed, en heeft in die jaren zijn doodswens zorgvuldig gerationaliseerd. De personages die hem een bezoek brengen, hebben allemaal woorden in de aanbieding - voor of tegen de zelfgekozen dood.

Die woorden - geuit door religieuze, progressieve, hondstrouwe dan wel koppige personen - doen eigenlijk weinig terzake. Ze zijn door de regisseur ingebed in een context die er louter op is gericht de bioscoopbezoeker weemoedig te stemmen. Amenábar mengt impressies uit een vol en gelukkig leven met de wezenloosheid van Ramóns huidige situatie; op moeilijke momenten is meerdere malen een flashback te zien van de fatale duik, waarbij de nek in slow motion zijn knak maakt; dan is er ook nog cameraman Javier Aguirresarobe, die de camera gretig over landschappen en vergezichten laat g

den, daarmee de mobiliteit tastbaar makend waarover de invalide Ramón alleen maar kan dromen - een fraai, aanstekelijk maar ook vlak beeld omdat de bioscoopbezoeker bij het zien ervan niets anders dan sympathie kan voelen voor Ramóns doodsverlangen. Te meer omdat Puccini's Nessun dorma in volle lorie de vliegende camera begeleidt.

Mar adentro is het raderwerk van een filmmaker die precies weet waar hij zijn publiek emotioneel moet treffen. Hij wordt daarbij optimaal gesteund door het lichte, ironische spel van de 35-jarige Javier Bardem, voor wie het geen probleem is 26 jaar of 54 jaar oud te zijn. Maar voor reflectie of schrijnende scènes is geen ruimte - daarvoor gaat de film te vastberaden op zijn doel af.

Amenábars regie is als een welbespraakte gesprekspartner die net iets te soepel zijn gezelschap naar de mond praat. Jazeker: hij weet hoe te ontroeren - zeker als Ramón uiteindelijk, met uitzicht op zee, zijn gif slikt. Maar zodra die ontroering de kop opsteekt, voelt het alsof Amenábar tevreden toekijkt. Vanachter zijn montagetafel. Als de schepper die voldaan zijn eigen God speelt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden