ColumnDoof!

Manon Spierenburg wordt doof: ‘Na een kwartier op het feestje ben ik al uitgeput’

Auteur en scenarist Manon Spierenburg schrijft wekelijks een column over hoe het steeds stiller wordt om haar heen nu ze doof wordt.

null Beeld Douwe Dijkstra
Beeld Douwe Dijkstra

Vanwege een paar ervaringen, waar ik het liever niet over wil hebben, ben ik inmiddels als de dood voor feestjes. Dat komt omdat die erop neerkomen dat ik namen moet verstaan waarvan ik alleen de klinkers hoor, gesprekken moet voeren met mensen die ik onvoldoende ken om uit de context te kunnen afleiden wat ze zeggen, en die als gekken beginnen te dansen op muziek die ik in het beste geval zeer onvolledig meekrijg. Helaas kon ik er deze keer echt niet onderuit, omdat de jarige veelvuldig had benadrukt hoe fijn ze het zou vinden als ik toch kwam en ik niet opgewassen ben tegen vleierij waarvan ik ook wel weet dat die eigenlijk manipulatie is, maar die tóch precies de goede plek raakt. Nog voordat ik de deur achter me dichttrek, weet ik al dat ik dit eigenlijk niet had moeten doen. Ik wil niet naar dat enge feestje. Ik wil thuisblijven met mijn schrijflorren aan, en met mijn boeken en de honden.

De gastvrouw is zo blij om me te zien dat ik me meteen schaam voor mijn bokkige onwil. Ik moet ook niet zo zeuren altijd, dus duw haar een cadeau in handen en laat me meevoeren naar de kamer, waar ik word voorgesteld aan de mensen die ik nog niet ken.

‘Hallo, ik ben Melle.’ (Jelle? Selim? Elbe? Pelle?) Voordat ik het kan uitleggen van dat doof, noemt de volgende al zijn naam. En de volgende. Tussendoor zeg ik daar ook nog mijn eigen naam doorheen, zodat de kleine kans die ik had om dit tot een goed einde te brengen definitief verkeken is. Ik mompel een excuus en maak dat ik wegkom. Ze zullen wel denken, maar wat moet ik dan? Hopelijk is er ergens alcohol.

Terwijl ik buiten adem de pinot grigio door mijn keelgat giet, word ik aangesproken door een leuke man. Zo een die je alleen maar tegenkomt als je niet beschikbaar bent. ‘Naar mijn bed, ogen wennen maar niet’, versta ik. Dat is natuurlijk niet wat hij zegt, dus mijn hoofd slaat als een razende aan het vertalen. Het duurt te lang en ik wil het uitleggen, maar net op dat moment wordt de taart binnengebracht en barst iedereen in gezang uit. Ik moet denken aan een Parijse vriend, die de eerste tien jaar dat hij hier woonde ‘langzamer leven’ verstond en dat altijd keihard meezong. Voor dat soort spraakverwarringen hoef ik niet naar een ander land.

‘Ik voel een zware kont’, zegt de hunk als de laatste klanken wegsterven en de jarige de kaarsjes uitblaast. ‘Sorry, wat?’, vraag ik paniekerig. Zo te zien denkt hij dat ik een chromosoompje te veel heb, want hij maakt zich snel uit de voeten. Meer drank. Ik check mijn telefoon en zie dat ik pas een kwartier binnen ben, en nu al uitgeput en een tikje aangeschoten.

Langzamer leven, inderdaad. Tot hoe laat duurt dit feest?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden