Mannen in fladderende sierlijkheid

Pakken blijken niet geliefd in de Parijse mannenmodeshows voor de zomer van 2011. De grote modeontwerpers zijn duidelijk op zoek naar iets nieuws....

Parijs Een nieuw soort elegantie: losjes, sierlijk, soms gedurfd, maar altijd gekleed. Dat is het overheersende beeld dat oprees uit de mannenmodeweek in Parijs voor zomer 2011. Het tweedelige pak, al zo lang de geijkte weg naar mannelijke elegantie, speelde daarbij een opmerkelijk bescheiden rol. Veel modehuizen deden het helemaal zonder, andere toonden er maar een paar; ontwerpers waren duidelijk op zoek naar iets nieuws.

Bij de paar merken die wel veel pakken lieten zien, hadden die een nonchalante uitstraling. Bij Kenzo, waar de collectie een romantisch ‘Fransman in Japan’-thema had, waren de pakken gemaakt van rood, felblauw of hardgroen katoen, vaak versierd met opgestikte strepen.

In de chique, rustige collectie van Hermès waren de pak van wit of zachtgrijs katoen of naturelkleurig linnen en werden ze gedragen met sandalen. De jasjes waren vaak double-breasted, maar door de zomerse stoffen hadden ze niets van de klassieke bankierspakken die de laatste tijd zo in ongenade zijn gevallen. Blikvangers in de collectie waren een jasje, short en jack van soepele, smaragdgroene suède.

Dries van Noten wist, net als bij zijn laatste vrouwencollectie, voor najaar 2010, in zijn nieuwe mannencollectie een goede balans te vinden tussen klassieke stukken en straatmode. Jasjes – ook hier weer vaak double-breasted – en regenjassen werden gedragen met cargo-shorts en kistjes. Een camelkleurig gebreid vest sloot met een asymmetrisch geplaatste leren riem en werd gecombineerd met jeans en sandalen, op een bruinroze pantalon kwam een los gebreide, gestreepte blauwe trui met mouwen van denim.

Van Noten was dit seizoen een van de weinige ontwerpers die spijkerbroeken liet zien. Ze waren heel, maar zeer, en onregelmatig, gebleekt, alsof iemand had lopen zwaaien met een emmer bleekwater. Witte overhemden hadden het omgekeerde effect, daar leek weer verf overheen te zijn gespat.

Jean Paul Gaultier liet zien dat westerse kleding niet de enige weg is naar een modern-elegante look. In zijn broeierige show (bijna-naakte donkere mannen in een hammam-setting dienden als decor, en er liep een aantal modellen mee dat niets meer droeg dan een strak zwembroekje) combineerde hij klassieke mannenjasjes en broeken met lange blouses, die gebaseerd waren op de Marokkaanse djellaba en variaties op Yves Saint Laurents beroemde saharienne, de safariblouse met vetersluiting. Veel stukken waren versierd met hetzelfde verfspattendessin als bij Van Noten, of een 3D-print.

Ook bij de bijna geheel zwarte mannencollectie van Dior Homme heerste sierlijkheid: fladderende dunne capes en wijde mouwloze jassen en mouwloze, asymmetrische tops werden gedragen op soepele, vrij wijde broeken.

Lucas Ossendrijver, de Nederlander die verantwoordelijk is voor de mannenlijn van Lanvin, is een ontwerper die al een paar jaar streeft naar elegantie, en dat eigenlijk zelden doet via een pak (nu zaten er twee in de show).

Zijn collectie was een mengeling van formeel en sportief: keurige pantalons, double-breasted jasjes, al dan niet mouwloos en reikend tot net boven de knie, aangevuld met sportieve jacks, leggings, wielrenbroeken, zo chic uitgevoerd dat het met gewone sportkleren of straatmode niets meer te maken had.

Bijzonder waren de details: de ronde schouderlijn van een jasje dat werd onderbroken door een naar buiten gewerkt naadje aan de bovenkant van een mouw, de combinaties van kleuren – roestbruin met lila, hemelsblauw met beigebruin – de dramatische halssieraden , de naar buiten gekeerde naden van een soepele, zijden broek, de grove structuren van sommige stoffen.

De grootste verrassing van de Parijse modeweek kwam van de Belg Raf Simons, wiens mannenmerk 15 jaar bestaat. In zijn grotendeels wit gehouden collectie refereerde hij aan vroegere shows, maar hij wist toch een nieuw beeld neer te zetten, dat dramatisch en helder tegelijk was.

Op zeer wijde en lange broeken werden strakke, vrij lange en vaak mouwloze jasjes gedragen. Alle jasje en tops hadden aan de achterkant, en meestal ook aan de voorkant, brede ritsen die geplaatst waren tussen gekleurde banen stof. Aan de trekker van de ritsen waren langwerpige stukken stof in stropdasmotief gezet, die maakten dat je zin kreeg om er een ruk aan te geven.

Over eerder genoemde wijde broeken, en over wielrenbroekjes, kwamen soms strakke minirokjes. Opvallende parallel met Prada, waarvan de mannencollectie vorige week werd geshowd in Milaan, waren de over strenge witte overhemden gedragen ‘chirurgentops’.

Te extreem om aan te trekken? Simons’ zeer smal gesneden mannenpakken waren toen hij er in 1997 voor het eerst mee kwam ook radicaal.

Een kleine serie van die pakken, die inmiddels heel normaal zijn geworden, vormde het slot van de opwindende show.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden