Maniakken Stoppen Nooit

'Hoe riskanter de plek, hoe groter de roem.' De ware graffiteur hoopt ooit een piece te zetten in New York....

UTRECHT KRIJGT wellicht een Wall of Fame, een muur waar graffiti-schrijvers hun werk op legale wijze mogen exposeren. Een maagdelijk doek van 240 vierkante meter, onder een brug in de wijk Kanaleneiland, waar de schrijver op zijn gemak kan experimenteren met kleurstelling en compositie.

Maar zullen de echte schrijvers zo'n muur niet als een peuterspeelzaal beschouwen? 'Natuurlijk zijn er schrijvers die zeggen: illegal graff rules. Juist in het risico dat je gepakt wordt zit de kick', zegt Ilona Duijs, medewerkster van het Utrechtse Bureau Halt, dat zich bezig houdt met de uitvoering van alternatieve straffen.

Toch heeft de Wall of Fame ook aantrekkelijke kanten. Je kunt er rustig en droog werken, zonder dat je steeds over je schouder hoeft te kijken. Bovendien is er genoeg licht. Anders moet je, als je 's nachts aan het schrijven bent, maar afwachten hoe het resultaat er 's ochtends uitziet. En de gemeente treft ook voorzieningen voor skaters en basketballers. Waarom niet voor graffiteurs?

Ilona Duijs en Jolanda Ermers, studentes algemene sociale wetenschappen, deden als afstudeeronderzoek een 'stadsetnografische studie' naar het schrijven van graffiti in Utrecht. In deze stad is 9500 vierkante meter voorzien van graffiti, waarvan ongeveer 2300 vierkante meter in de binnenstad. Alleen al voor de binnenstad worden de schoonmaakkosten geraamd op bijna 1,7 miljoen gulden per jaar.

Wellicht zal de legale Wall of Fame de graffiti enigszins terugdringen, maar één muur is te klein om de ambities van alle schrijvers te bevredigen. Bovendien verschijnen steeds weer nieuwe hobbyisten die op zoek gaan naar hun eigen plekjes.

Graffiti is uitermate moeilijk te bestrijden, concluderen Duijs en Ermers. De 'schrijvers' vormen een kleine, maar fanatieke subcultuur die van het beschilderen van muren en treinstellen een levensstijl heeft gemaakt. Zij zijn nauwelijks te stoppen door scherpe controles of hoge boetes. Bovendien is het aantal geschikte objecten zo groot, dat gerichte bewaking onbegonnen werk is.

'Schoonmaken helpt niet, behalve als je het snel en consequent doet. Het werkt wel ontmoedigend als je graffiti meteen weghaalt. Schrijvers zien graag hun naam door de hele stad terug. Bovendien communiceren ze op die manier met andere schrijvers uit de scene', zegt Ilona Duijs. Zij betwijfelt echter of consequent schoonmaken wel haalbaar is, gezien de enorme hoeveelheid graffiti die steeds opnieuw wordt aangebracht. Bovendien is nog onduidelijk of de gemeente particuliere eigenaren kan dwingen de graffiti te verwijderen.

Terwijl de meeste doctoraalscripties in de universiteitsbibliotheek geconcipieerd worden, gingen Duijs en Ermers op zoek naar de nachtzijde van het bestaan. Ze spraken af in coffee shops, vage cafés en tochtige plekjes achter het Centraal Station. De schrijvers waren moeilijk te bereiken en aanvankelijk zeer wantrouwig. Anderzijds stonden ze stiekem te popelen om eindelijk hun verhaal te kunnen doen. Het valt niet mee altijd over je passie te moeten zwijgen uit angst voor de politie.

Uiteindelijk ontmoetten Duijs en Ermers 32 schrijvers. Zij voldeden allerminst aan het inmiddels vertrouwde profiel van de jonge, kansarme delinquent. De meesten waren autochtoon, tussen de 16 en 21 jaar, en kwamen naar eigen zeggen uit een harmonieus gezin. Mavo en havo waren de meest gevolgde opleidingen. Van de vijftien studerende schrijvers volgden er tien een kunstzinnige opleiding op mbo- en hbo-niveau.

Jolanda Ermers: 'Het zijn niet de drukste jongens, ze zijn cool en relaxed. Het zijn vaak jongens die altijd veel getekend hebben en een beetje in hun eigen wereldje zitten.' Ilona Duijs: 'Met sommigen viel daarom ook moeilijk te communiceren. In het begin vroegen we bijvoorbeeld: spuit je veel, en dan wilden ze nauwelijks meer verder praten. Je moet het altijd over schrijven hebben, nooit over spuiten.'

Graffiteurs richten hun hele bestaan in rond het schrijven. Overdag werken ze vaak aan hun stijl. Ze experimenteren met letters en cartoons om hun werk naar een hoger plan te tillen. Ongeveer een keer per week gaan ze 's nachts op pad. Vooral riskante plekken vergen een gedegen voorbereiding: schetsen maken, het terrein verkennen, posten om te kijken of de kust veilig is.

Het doel van de schrijver is respect. Op gezette tijden komen lokale graffiti-adepten bijeen om elkaars vorderingen te bespreken. Daarnaast is er een wereldmarkt voor graffiti: via Internet, tijdschriften en video's worden de laatste pieces mondiaal verspreid. Net als in de kunstwereld is het van eminent belang dat een king, een alom gerespecteerde schrijver, zich blijft ontwikkelen. Stilstand is taboe.

Gemiddeld blijft een graffiti-werk ongeveer een halfjaar op de muur staan. De onderlinge verschillen zijn echter groot. Een werkstukje van een beginneling kan al na een week worden overgeschilderd, maar de scene kent ook zijn Mondriaans en Picasso's. In Amsterdam bevindt zich een piece van de Amerikaan Seen. Hoewel deze door kenners niet als zijn beste wordt beschouwd, is hij al zeker tien jaar niet gecrosst, uit respect voor deze king.

In het kader van de participerende observatie namen Duijs en Ermers ook zelf de spuitbus ter hand. In een verlaten kelder probeerden zij een piece te maken. Dat viel niet mee: vooral het aanbrengen van een egale kleur en het vermijden van druipers bleek een hele opgave. Als 'kroon op het onderzoek' vergezelden zij een schrijver op een nachtelijke expeditie naar de yard, het grote spoorwegemplacement in Utrecht.

Ermers: 'Dat was de spannendste nacht van mijn leven.'

Duijs: 'Als ik nu niet bij de politie zou werken, zou ik weer een keertje meegaan.'

Ermers: 'Het is een droomwereld. Iedereen slaapt, en jij loopt over de rails. Overal zie je lichtjes en hoor je geluiden. Het was ook eng, want als je tegen de wind in loopt, hoor je de treinen niet altijd aankomen. We moesten een paar keer snel in de berm springen, weggedoken tussen de rotzooi en de vieze wc-papiertjes, omdat de machinist ons niet mocht zien.'

Duijs: 'Je kunt er wel over praten, maar toen pas voelden we wat het werkelijk was om te schrijven.'

Graffiti is een tijdloos verschijnsel. De Romeinen bekliederden hun toiletten al met vieze teksten en in 1831 verscheen in Amsterdam het boek Koddige en Ernstige Opschriften op Luifels, Wagens, Uithangborden en andere Taferelen, waarin vooral 'zedenkwetsende' spreuken werden behandeld. De moderne vorm van graffiti ontstond in de jaren zestig in New York City, waar jeugdbendes hun territorium afbakenden door tags, een als logo vormgegeven naam, aan te brengen.

Gaandeweg kwam het schrijven steeds losser te staan van het bendewezen. De oorspronkelijke tags waren bedoeld om het territorium te begrenzen, maar een nieuwe generatie schrijvers probeerde juist haar namen door de hele stad te verspreiden. Hoe riskanter de plek - de New Yorkse metro bijvoorbeeld - hoe groter de roem.

Graffiti werd een onderdeel van de hiphopcultuur, een grafische tegenhanger van de rap, waarmee een straatjongen respect kon winnen. Toen er steeds meer tags op de muren verschenen, begonnen de voorlopers te experimenteren met kleuren en grotere stukken. Zo ontstonden de throw-ups, grote, tweedimensionale weergaven van de tags, en de pieces, complexere schilderingen die soms door meerdere schrijvers zijn aangebracht. Soms wordt een piece verluchtigd met een character of een cartoon. Het betere werk vereist een gedegen voorbereiding. Vaak wordt de muur voorbehandeld met witte latexverf, om de kleuren beter te laten uitkomen.

In 1978 bereikte de graffiti ook Nederland, in het kielzog van de punk en later de hiphop. Volgens Duijs en Ermers bestaat er echter geen specifiek Nederlandse graffiti. Zowel de stijl als de bijbehorende terminologie is ontleend aan Amerikaanse voorbeelden. Duijs en Ermers beschrijven hun respondenten als witte hiphoppers: sneakers, petje, wijde broek, soms een gouden ketting en dol op rap, vooral op de Wu-Tang Clan. Het grote ideaal van de meeste Nederlandse schrijvers is het zetten van een piece in New York.

In Nederland zijn treinen een geliefd doelwit. De Spoorwegpolitie, in de scene 'Spopo' genoemd, heeft enig succes geboekt bij het bestrijden van graffiti. Duijs: 'De spoorwegpolitie hoeft natuurlijk maar een beperkt terrein te bewaken. Bovendien heeft het bestrijden van graffiti prioriteit. Een spoorwegagent verhoogt zijn status door een schrijver op te pakken. Bij de gewone politie is graffiti een delict dat ergens onderaan de lijst staat.'

Toch laten de echte schrijvers zich niet ontmoedigen. MSN, 'Maniakken Stoppen Nooit', is een van de bekendste crews - graffiteurs die in groepsverband opereren - die zich toeleggen op het beschilderen van treinen. Schrijvers zijn geen simpele vandalen, vinden Duijs en Ermers, maar gewone jongens met een passie voor graffiti, zoals anderen muziek maken, dj'en of sporten.

'Een vandaal hoeft zijn leven niet te veranderen, als hij geen bushokjes meer mag slopen. Maar voor deze jongens is graffiti hun leven. Ze praten er met elkaar over, ze sparen video's en tijdschriften. Je schrikt ze niet eenvoudig af. Van de 32 schrijvers die wij spraken, zijn er 28 een of meer keren opgepakt door de politie', zegt Duijs.

Ermers: 'Sommige jongens hebben tienduizenden guldens aan boetes uitstaan. Die kunnen ze natuurlijk niet betalen, waardoor ze een afbetalingsregeling moeten treffen. Dat maakt zulke boetes ook een beetje onwezenlijk. Ze zeggen: of ik nou 70 duizend of 170 duizend gulden moet betalen, ik heb het toch niet. Sommigen moeten tot hun 80ste blijven afbetalen, denk ik.'

Duijs: 'Voor buitenstaanders is graffiti de stomste vorm van criminaliteit die er bestaat. Het is riskant en kost alleen maar geld.'

Ermers: 'Maar je hebt wel een leuke tijd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.