Maniakale poging het universum te begrijpen Eerste overzichtsexpositie van Fischli & Weiss in Wolfsburg

Bij het Zwitserse kunstenaarsduo Fischli & Weiss is een fabriek ook wel te bekijken als een poppenhuis. Een chocoladetaart lijkt verdacht veel op een burcht....

LUCETTE TER BORG

OP de mooiste ansichtkaart die in Wolfsburg is te vinden, staat de Volkswagenfabriek afgebeeld, naast de Volkswagenfabriek, de Volkswagenfabriek en een Volkswagen Golf. Daaromheen portretjes van het bedrijfsziekenfonds, een kil, modernistisch raadhuis en station, en de enige voetgangerszone die het stadje rijk is - de Porschestrasse. Wolfsburg, zegt deze vakantiekaart, is een nijvere provincieplaats; een stadje dat in de ban, zo niet bezeten is van Volkswagen.

Die enige voetgangersstraat doorklieft het stadshart als een bijl. Van het station in het noorden gaat het bijna kaarsrecht naar het zuiden. Langs deze allee, die Hitlers stadsontwikkelaars in de jaren dertig hebben gepland volgens het devies van recht en ruim, met een allure een Porsche waardig, hebben zich winkels genesteld. Goedkope warenhuizen die de geur van het iets verderop gelegen, voormalig Oost-Duitsland maar niet van zich af kunnen schudden. Jeans-boetieks, prothesezaken, en vooral veel apotheken, ontstellend veel apotheken. Wie niet werkt in Wolfsburg, moet beslist ziek zijn.

Fout. Geloof deze beschrijving niet, ze is zo onbetrouwbaar als maar kan. Ze is subjectief, interpreterend, ze brengt ordening, onderscheid en daarmee hiërarchie aan, en - wat erger is - ze is statisch. Daarmee doet ze de werkelijkheid - en al die door Wolfsburg razende auto's en mensen - geweld aan. Geloof het bovenstaande daarom alleen als sprookje. En voor dit sprookje tien andere.

Het Zwitserse kunstenaarsduo Peter Fischli (1952) en David Weiss (1946) - in het internationale kunstcircuit met succes opererend onder de naam Fischli & Weiss - had de lezer een ander verhaal voorgespiegeld. Het tweetal had bijvoorbeeld de als een kathedraal boven het stadje torenende Volkswagenfabriek beschreven alsof het een poppenhuis betrof - met nauwe gangetjes waar figuurtjes de godganse dag dwaze avonturen beleven met voorwerpen op een lopend bandje.

De bruine chocoladetaart met oranje flikken bij een banketbakker op die ene wandelstraat hadden ze met een groothoeklens gefotografeerd, zodat het ding eruit was gaan zien als een burcht, dé burcht van Wolfsburg, door de muren waarvan je je alleen maar met zeer grote moeite en met zeer lange tanden heenbijten kan. Van de auto's hadden ze geen glanzend snelle vehikels, maar knakworsten zonder paardenkracht gemaakt. En de mensen: die konden verdiept zijn in hun bezigheden, zoals een kat naar een vogel loert of een hond een terloopse plas doet.

Fischli & Weiss zouden in Wolfsburg kleipopjes en kleiscènes hebben kunnen maken, zoals ze in 1980 en 1981 in hun woonplaats Zürich deden. In die werkjes, in die tientallen driedimensionale stillevens en tableaus, die ze doopten met de curieuze naam Plötzlich diese Übersicht, was te zien hoe de verschillen wegvielen tussen muis en olifant, tussen het wachten voor de lift en het wachten op een prooi, tussen groot en klein, hoog en laag, lelijk en mooi, fout en goed, triviaal en gewichtig. Elke dichotomie werd opgeheven, elk onderscheid glad gestreken - ook dat tussen fabriek en chocoladetaart -, elke norm onderuit gehaald. Wat overbleef was een jubelend Eureka-gevoel, een overzicht dat leidde tot plotseling inzicht. Maar inzicht in wat?

De twee hadden ook de auto kunnen pakken en rond kunnen rijden in Wolfsburg, zoals ze in Zürich gewoon zijn te doen. De één stuurt, de ander houdt de camera vast en filmt wat voorbij schiet: telefoondraden, bermen langs de weg, viaducten, verkeerslichten, pleinen, huizen, etcetera, etcetera. Op die manier had een uren durende film kunnen ontstaan, zoals in 1995 in het Zwitserse paviljoen op de Biennale van Venetië te zien was. De kijker met goddelijke kracht in z'n benen en geduld in z'n hart kon zesennegentig uur lang beelden uit de dagelijkse, de zichtbare werkelijkheid bekijken. En in die zesennegentig uur (een half uur was ook voldoende) kon je je met verbijstering afvragen: is dit de wereld zoals zij zich in al haar naaktheid aan ons voordoet, lelijk, vies, wonderschoon, gruwelijk en fascinerend? Of is dit een wereld die alleen maar de schijn van objectiviteit heeft, terwijl diep in zijn binnenste een moralistische, politieke of esthetische boodschap verstopt zit?

Aan het eind van de Porschestrasse gloren de antwoorden, maar ook nog meer vragen. Daar in het Kunstmuseum is de allereerste overzichtstentoonstelling ingericht met werk van de twee Zwitsers. Wie in het verleden het werk van Fischli & Weiss alleen per project leerde kennen of op foto of video terugzag, kan nu z'n hang naar volkomenheid stillen.

Gijs van Tuyl, de directeur van het Kunstmuseum, is er opnieuw in geslaagd een hoogst opmerkelijke expositie in Wolfsburg te presenteren.

Opmerkelijk, omdat Fischli & Weiss een grote, dure naam hebben opgebouwd met de projecten die ze de afgelopen tien jaar op alle mogelijke tentoonstellingsplekken lieten zien: op Documenta's, op de Biennale van Venetië, het laatste beeldenproject in Münster, in musea in Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk, en bij vermaarde galeries als die van Sonnabend in New York. Fischli & Weiss zijn in de kleine twintig jaar dat ze nu samenwerken, uitgegroeid tot geliefde invités van tentoonstellingsmakers en kunsthistorici als Jean-Christophe Ammann, Kasper König, Germano Celant en Donald Kuspit. Des te meer lof voor Van Tuyl, die dit retrospectief binnen de muren van zijn museum heeft weten te brengen: na een tournee langs musea in de Verenigde Staten is Wolfsburg de enige Europese plaats waar dit overzicht te zien zal zijn. Daarna vallen de kunstwerken, die nu zo secuur zijn geordend over zes verschillende zalen, een gang en een restaurant, weer in brokstukken uiteen.

TOCH bestaat er een nog veel belangrijker reden om deze tentoonstelling opmerkelijk te noemen. Die reden ligt besloten in het werk van Fischli

& Weiss zelf. Hun kunst, of deze nu dateert uit de jaren tachtig of negentig, is te zien als een lange, systematische en bijna maniakale poging ons rusteloze universum in z'n greep te krijgen, het letterlijk te verstaan, te lezen, te vertalen en te begrijpen. Aan de kijker de keuze om het tweetal te volgen op die onzekere speurtocht naar kennis en inzicht, die Bildungsreise, die wonderbaarlijk is maar ook nauwelijks te onderscheiden van echt, die plotsklaps verspringen kan van mysterie naar platitude, talloos veel nutteloze zijwegen en doodlopende straten kent, en waarvan het glorieuze eindpunt nooit helemaal in zicht komt.

Ze hebben het al eerder gezegd. Dat streven naar het 'licht van kennis', naar de essentie van dingen, herkennen en bewonderen Fischli & Weiss in middeleeuwse alchimisten, encyclopedisten, in Goethe's Faust en met name de twee hoofdfiguren van Flauberts roman Bouvard et Pécuchet. In deze laatste roman van Flaubert trekken twee kantoorklerken en hartsvrienden zich terug op het Franse platteland om zich daar aan alle denkbare studies en ambachten te wijden. Helaas. Mislukking stapelt zich op mislukking: de moestuin verdort, de weckflessen ontploffen, het voedsel verschimmelt, hun tuin vol follies is een verschrikking, hun museum een farce. Filosofie, theologie, de geschiedwetenschap en de medische wetenschap: met elke discipline experimenteren de twee, om deze na geconstateerde 'zwakheden' weer te verwerpen.

Fischli & Weiss gaan niet zo ver, dat ze de mislukkingen bij het vuilnis zetten. Integendeel, ze koesteren deze en zetten ze bij, in klei, op film, foto, en in de moestuin. 'Er zijn knappere geesten gestruikeld in hun poging de wereld te ordenen', zeggen ze in een interview en daarmee maken ze elk verwijt over het mislukken van hun probeersels bij voorbaat krachteloos.

Als die probeersels wél gelukken, en inzicht aan het eind van de reis gloort, zoals in de 16 mm-filmpjes Der geringste Widerstand en Der rechte Weg (jammer genoeg niet te zien in Wolfsburg), dan is dit succes dubbelzinnig. De kunstenaars spreken in deze filmpjes alleen in vermomming tot het publiek, als Beer en Rat. Twee super-ongelijksoortige dieren die elkaars hartsvrienden zijn en na hun reis door de kunst- en criminele wereld tot de slotsom komen: 'Hier hebben we de aarde. Hier is de bodem, daar de hemel, hier de toekomst, hier het verleden en daar een leven.'

Deze uitspraak van meer dan vijftien jaar geleden kan nog steeds gelden als motto voor de tentoonstelling van nu. Een weids panorama ontvouwt zich hier. Toekomst, verleden en heden, zand, water en lucht, mensen, dieren en planten overspoelen de bezoeker, in overdonderende vaart en prachtige kleuren. De tentoonstelling is een tocht, met aan het begin daarvan een plompe bruine kaars.

Die kaars zou je sfeervol moeten bijlichten bij de Arbeiten im Dunkeln, die verderop in de zalen staan opgesteld. Maar de kaars is van rubber en zal nooit licht verschaffen. Daarom is ze geen symbool, want dat zou in dit geval hoop impliceren, maar een metafoor, voor gedachten over mislukte huiselijkheid en niet-genoten gezelligheid.

Gewapend met dit inzicht betreed je zaal één, waar op het eerste gezicht zaken van totaal verschillende orde bij elkaar staan opgesteld. Honderdzestig kleurendia's (Ohne Titel, 1997) schuiven over en door elkaar heen. Op sommige zijn duidelijk bloemen te onderscheiden - botanische specima -, groenten en fruit. Op andere dia's lopen de soorten in elkaar over of verwelken vlugger dan in werkelijkheid. Verder in de ruimte: een uitvergroot evenwichtsorgaan van polyurethaan, een dier waar je doorheen kunt kijken, een labyrintisch huis zonder dak en een reuzenschaal.

Zoek hier je evenwicht, lijken de kunstenaars de toeschouwer toe te fluisteren, en daarom is het eerste wat je doet op je tenen balanceren en over de rand van de reuzenschaal kijken. De doorsnede van de schaal is zo'n twee meter. Het ding is zo groot dat het fysiek onmogelijk is om de binnenkant in één oogopslag te overzien. Gelukkig maar, want de binnenkant van deze Fragentopf, een latere variant van een zelfde soort Topf uit 1985, is beschilderd met vragen.

Belangwekkende en simpele, komische en serieuze, filosofische en boerse, onbevreesde en bescheiden: broederlijk staan ze naast en onder elkaar. Voor Fischli & Weiss is elke vraag even belangrijk.

Liebt man mich? / Suche ich zu weit? / Warum kann ich nicht schlafen? / Lebt mein Stuhl? / Ist Hunger ein Gefühl? / Ist die Erde eine Mutter? / Fahrt noch ein Bus? / Wem nutzt der Mond? / Bin ich bereit? / Soll ich singen? Het zijn maar een paar van de tientallen vragen die op je af worden gevuurd en die je, of je wilt of niet, aansporen tot het zoeken van een antwoord.

Dat antwoord lonkt in de volgende zalen, waar fragmenten uit Plötzlich diese Übersicht worden gepaard aan de zesennegentig uur durende verfilming van de 'werkelijkheid', aan de feeërieke landschapsopnamen die op de laatste Documenta te zien waren, en aan een kopie van het atelier van Fischli & Weiss. 'De dingen' staan en tonen zich hier zoveel mogelijk zoals ze zijn in werkelijkheid, zonder dwang, noodzaak of doel, met een esthetische uitstraling die op z'n best bij toeval tot stand is gekomen.

Fischli & Weiss tonen zich hierin de erfgenamen van Warhol. Maar ze doen meer. Ze trekken een lange neus naar de meester, en gaan hun eigen weg: welgemoed, romantisch, idealistisch én anti-intellectualistisch, ondanks al hun vragen, hun inzichten en overzichten.

Het waren weer de beer en de rat die de term voor het eerst gebruikten: het zufriedene Vorhandensein van de dingen als mogelijke toestand van geluk. Het is een wereld die Flaubert aan Bouvard en Pécuchet toonde, en die Fischli & Weiss nu met evengroot gemak aan ons tonen. De namen van de twee kantoorklerken kunnen heel goed vervangen worden door die van de kunstenaars.

'Hoewel het al middernacht was, stelde Pécuchet voor een eindje door de tuin te lopen. Bouvard vond het geen slecht idee. Ze namen de kaars, beschutten hem met een oude krant en wandelden langs de perken. Ze vonden het leuk hardop de namen van de groenten te noemen: 'Kijk 's, wortelen! Oh, kool'

Daarna inspecteerden ze de vruchtbomen. Pécuchet probeerde knoppen te ontdekken. Soms vluchtte plotseling een spin weg over de muur, waarop hun beider lichamen grote schaduwen wierpen die hun gebaren nabootsten. Dauwdruppels vielen van de uiteinden van de grassprieten. Het was aardedonker en een grote stilte, een grote vredigheid lag roerloos over de dingen. In de verte kraaide een haan.'

Arbeiten im Dunkeln. Retrospectief met werk van Peter Fischli en David Weiss. Tot en met 3 mei. Kunstmuseum Wolfsburg, Porschestrasse 53. Di 11-20u, wo t/m zo 11-18u. Catalogus DM 32,-

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden