POSTUUM

Manager met goede neus voor tijdgeest

Hair, Jesus Christ Superstar, Tommy, Evita, Grease en Saturday Night Fever zijn slechts enkele van alle theater- en filmproducties waarvoor de maandag op 81-jarige leeftijd overleden muziekproducent en entrepreneur Robert Stigwood medeverantwoordelijk was.

Robert Stigwood in 1979 te midden van de gebroeders Gibb. Van links af: Maurice, Barry, Andy en Robin. Beeld Hulton Archive

Geboren in het Australische Adelaide zoekt Stigwood vanaf 1954 zijn geluk in Groot-Brittannië, waar hij in 1961 zijn eerste succes heeft met Johnny Leyton en diens door Joe Meek geproduceerde Johnny Remember Me.

Een paar decennia lang blijkt hij steeds de juiste man op de juiste plek, met ook precies het juiste gevoel. Zo raakt hij in 1965 betrokken bij de band The Who, waarvoor hij de concerten gaat boeken. Even later is hij betrokken bij de lancering van Cream, het rocktrio gevormd door Eric Clapton, Jack Bruce en Ginger Baker, ontstaan uit twee bluesbands die bij Stigwood onder contract stonden. Cream is een kort, succesvol leven beschoren, maar Stigwood blijft zich ook daarna nog lang over Eric Clapton ontfermen, die zonder Stigwoods bemoeienis nooit de 'gitaargod' zou zijn geweest die hij sinds de jaren zeventig is geworden.

In dezelfde tijd houdt Stigwood zich bezig met drie broers, die in 1967 als tieners uit Stigwoods vaderland naar Groot-Brittannië waren gekomen om het in de muziek te gaan maken. Heel brutaal stuurden Barry, Robin en Maurice Gibb een bandje naar het bedrijf van Beatles-manager Brian Epstein. Die speelde het ongeïnteresseerd door naar zijn zakenpartner Robert Stigwood.

Beeld Steve Morley / Getty

Musicals

Die hoort direct de potentie van hun samenzang en gaat met ze aan het werk. Na de plotse dood van Epstein moet Stigwood het managingbedrijf verlaten. Hij richt zijn eigen Robert Stigwood Organisation (RSO) op en legt zich toe op het produceren van musicals. Eerst alleen voor het theater, waar Jesus Christ Superstar en Hair grote successen zijn, maar vanaf 1975, als hij The Who's Tommy met succes verfilmt, richt hij zijn aandacht steeds meer op het witte doek.

Precies op het juiste moment, in 1976, ruikt hij de wereldwijde hitpotentie van de nieuwe dansrage: disco. Voor weinig geld koopt hij een verhaal over een arbeidersjongen die in het weekend de show steelt als danser. Hij strikt de dan niet heel bekende John Travolta voor drie films en stuurt zijn Bee Gees de studio in om meer liedjes te maken als You Should Be Dancing, waarmee ze in 1976 een nieuw publiek hebben aangeboord.

Resultaat Saturday Night Fever is ook muzikaal een reusachtig succes. Film en soundtrack worden de hit van 1977. Ook Grease (1978) is een groot succes, maar Stigwoods film naar het beroemde Beatles-album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band flopt daarna. Stigwood neemt wat gas terug, maar slaat voor hij uit het zicht verdwijnt in 1996 nog een keer genadeloos toe met Madonna als Evita in de gelijknamige verfilming van zijn theatersucces.

Beeld AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden