Interview Antonello Manacorda

Manacorda pendelt tussen Brussel en Amsterdam om twee versies van dezelfde opera te dirigeren

De Nederlandse Opera en De Munt brengen beide Mozarts Zauberflöte, met dezelfde man op de bok.

Repetitie voor de productie van Mozarts opera die Zauberflöte, in de enscenering van Romeo Castelucci, in De Munt in Brussel. Foto Hugo Segers

Het is een opvallend rijk Zauberflötejaar. Mozarts opera over de zoektocht naar wijsheid, licht en liefde was al te zien in theaters van Tilburg tot Groningen en van Hengelo tot Bloemendaal, in de traditionele, en in een vrouwvriendelijke versie van Lotte de Beer. Een variant met het Requiem, eveneens uit Mozarts laatste maanden (najaar 1791), wordt nog gespeeld in de Utrechtse Werkspoorkathedraal. 

Maar het opvallendste wapenfeit komt nog: de grootste operahuizen in Nederland en België, De Nationale Opera en De Munt, openen beide hun seizoen met de opera die al eind 18de eeuw een blockbuster was.

En dan is de muzikale leiding in Amsterdam én Brussel ook nog in handen van één en dezelfde man. De Italiaan Antonello Manacorda (48), scheidend chef van Het Gelders Orkest, maakt bij DNO zijn debuut. Voor achttien voorstellingen in 28 dagen, verdeeld over drie casts, raast Manacorda heen en weer tussen twee steden, en twee regisseurs, die elkaars uitersten lijken. Simon McBurney (Amsterdam) volgt in zijn al eerder geprogrammeerde succesenscenering de verhaallijn. Romeo Castellucci (Brussel) filosofeert in zijn nieuwe productie naar onderliggende betekenissen. Het verhaal over prins Tamino en de natuurmens Papageno? Castellucci keert het ongetwijfeld drastisch binnenstebuiten.

Hoe zet u de knop om? En wat zeggen die verschillende versies over Die Zauberflöte?

Antonello Manacorda: ‘Ik heb nog nooit zoiets gedaan. Mezelf verdelen over twee producties, dat is alleen al fysiek bijna onmogelijk. Sowieso houd ik niet van dirigenten die voor een voorstelling worden ingevlogen. Ik vind dat ik alle repetities moet meemaken, maar dat gaat me in dit geval niet lukken. Los daarvan: mijn rol in beide Zauberflötes is heel verschillend. Bij De Nationale Opera stap ik in een bestaande productie, in Brussel beginnen we from scratch.

'Tegelijkertijd is werken met McBurney en Castellucci een enorme uitdaging. De verschillen tussen de regisseurs zijn zo groot. Romeo houdt van een filosofische aanpak. Hij wil niet zozeer breken met wat Die Zauberflöte is, maar er wel op een nieuwe manier naar kijken. Bij hem is het verhaal minder belangrijk dan waar het voor staat.

'Het is een opera uit de Verlichting, een tijd waarin mensen hun kijk op het leven bijstelden: een kantelpunt, ook voor de kunsten. De macht van de mens stond ter discussie. Dat is een belangrijk onderdeel van wat we in Brussel gaan neerzetten.

Antonello Manacorda Foto Nikolaj Lund

'Maar er is ook een andere kant. Die Zauberflöte was in Mozarts tijd vermaak, spektakel, met een duistere Koningin van de Nacht en de geheimzinnige wereld van de Vrijmetselaars. Je kunt het vergelijken met wat voor ons musical is. Het stuk was een blockbuster. Iedereen wilde erheen. Tegelijkertijd hoort het tot het diepste uit de operageschiedenis. In die zin lijkt het op sommige stukken van Shakespeare. Het zijn vaak de komische figuren die ons laten zien hoe diep de grote vragen van het leven zijn.

‘Beide operahuizen hebben lef, dat kun je heel duidelijk aan deze Zauberflötes aflezen. McBurney houdt het sober, met alleen een bewegend speelvlak in het midden. De inhoud en de symboliek zijn erg aanwezig maar tegelijkertijd is er lichtheid in zijn visie. Zijn focus ligt op het verhaal en de personages. Alle geluiden en video’s worden live gedaan. Dat is een uitdagend, nieuw idee.

‘In Brussel hebben we in de eerste acte alle gesproken teksten geschrapt. Er is alleen muziek. Als de tweede acte begint, stap je in een compleet andere wereld. Er verschijnen gewone mensen, geen acteurs, op het podium, die een ongewoon grote beproeving hebben doorstaan. Zij vertellen hun verhaal. Zo proberen we tot een andere visie te komen – niet op het verhaal zelf, maar op wat het zou kunnen betekenen voor deze mensen.

Repetitie voor de Amsterdamse Zauberflöte, met Simon McBurney in de regie. Foto Michel Schnater

‘Bij De Munt én bij De Nationale Opera geldt: steek je nek uit, wees niet conservatief. Dat hebben beide huizen gemeen. Niet voor niets heeft Peter de Caluwe (intendant van De Munt, BL) hier in Amsterdam met Pierre Audi gewerkt.’

Hoe gaat u dit volhouden?

‘Voor de voorstellingen in Brussel heb ik een taxichauffeur ingehuurd. Hij rijdt me negen keer heen en weer tussen Brussel en Amsterdam. Ik ga proberen in de auto te slapen. Na de laatste voorstelling moet ik meteen door naar het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Daar sta ik de hele eerste week van oktober. En daarna boek ik voor een maand een kamer in een ziekenhuis. Misschien kunnen we de taxi dan als ambulance gebruiken.’

Die Zauberflöte bij DNO: 7/9 tot 29/9, bij De Munt: 18/9 tot 4/10. Live uitzending via Arte en Mezzo op 27/9.

Nieuw operapubliek

Opera-abonnementen zijn uit, de lossekaartverkoop zit in de lift. Ook De Nationale Opera heeft ermee te maken. Steeds later besluiten mensen of ze een kaart willen kopen voor een voorstelling. Abonnementen zijn uit, losse verkoop zit in de lift. Ook De Nationale Opera heeft met die trend te maken. Zo zijn er voor de première van Die Zauberflöte, vrijdagavond, nog kaarten te koop. Om een nieuwe publieksgroep aan te boren was er maandagavond Operaflirt XL, voor jongeren tot 35 jaar. Zij konden Mozarts opera beleven voor prijzen tussen € 17,50 en € 25. Grote belangstelling! De zaal aan het Waterlooplein zat vol potentiële operaliefhebbers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.