Komedie

Man of the Year

Komiek is geen gevaar voor de democratie

Floortje Smit

Komieken dienen als hofnar, concludeert satiricus Tom Dobbs (Robin Williams) tegen het einde van Man of the Year. 'We moeten niet zelf regeren, maar de koning belachelijk maken.' Het is dit wijze inzicht dat scenarioschrijver en regisseur Barry Levinson wel weet op te pennen, maar verder in zijn politiek-sociale satire bijna lijkt te vergeten.

Tijdens het sterkste moment gebeurt het wel, kortstondig, dat belachelijk maken van de machthebbers. Dobbs, een mengeling van Jon Stewart en David Letterman die zich in zijn satirische televisieprogramma kandidaat stelt voor het presidentschap, weet als outsider door te dringen tot het verkiezingsdebat. Naast twee schaapachtig glimlachende kandidaten legt de ontembare, grappenafvurende Williams tussen gemakkelijke lachsalvo's door de vinger op de zere plek. 'Politici zouden ook reclame van hun sponsors op hun jasjes moeten naaien: Enron, we take your money and run!'


Hoewel Levinson (Wag the Dog, Good Morning, Vietnam) zijn kritiek richt op veilige punten als campagnesponsoring en oude schandaaltjes, zijn die opmerkingen nog overwegend grappig. Voor en na de campagne - die slechts zo'n twintig minuten van de bijna twee uur durende film in beslag neemt - verzandt Williams in flauwe geintjes over bijvoorbeeld borstimplantaten als airbags.


Een groter probleem is het tweede plot, dat niet grappig bedoeld is. Wat begint als een knipoog naar de veiligheidsproblemen met de Diebolt-stemcomputers, loopt uit op niet spannende, Pelican Brief- achtige toestanden en een geijkte romance. En dat is - anders dan de trailer en publiciteitscampagne doen vermoeden - waar de film voornamelijk uit bestaat.


Levinson wil met zijn satire/thriller tegelijkertijd zijn zorg uitspreken over het door hypes beïnvloede stemmen en nieuwe, minder veilige stemmethodes. Duizenden mailtjes zorgen er in Man of the Year voor dat een idioot president kan worden. Maar eigenlijk is Dobbs te slim en te goedhartig om echt een gevaar voor de democratie te vormen. Kortom: zo'n slechte keuze was het niet van de trendvolgende kiezer. En dan haalt Levinson zijn eigen stelling over hypes ook nog eens onderuit door Williams verkiezing te wijten aan een computerfout.


Levinson wilde juist een positievere satire maken dan Wag the Dog (1997), om tegenwicht te bieden tegen het grimmigere politieke klimaat in Amerika. Het gebrek aan scherpe randjes had op zijn minst gecompenseerd kunnen worden door een paar consequent doorgevoerde keuzes.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden