'Mama, je lijkt op een vleermuis'

Toen wij Nederlandse vrouwen beseften dat de Française geen geschikt stijlicoon voor ons is, vielen we massaal voor Scandinavische mode. Een keuze die misschien wel nóg problematischer is.

Beeld RV

Een eeuw, of nee, al sinds de pruikentijd, hebben wij Nederlandse vrouwen volstrekt de verkeerde stijlicoon aangehangen: de Française. Wat was ze leuk met haar je ne sais quoi en ballerina's, haar capribroek en losse knot, haar rieten mand vol marktboodschapjes en coltrui. Wat was ze stijlvol met haar alpinopet en sleutelbeenderen, haar openhangende blouse en verweerde kleine leren jasje.

Ja, wat was zij leuk.

En wat stond dat alles ons toch slecht.

De meeste Nederlandse vrouwen zijn best groot en schonkig of in elk geval groter dan de meeste Franse vrouwen. Ook is ons klimaat net even anders; flaneren met een mand vol prei en kaasjes aan je arm is in de regen toch wat vreemd (geloof me, ik heb het geprobeerd). En al die kleine Franse kleertjes zijn gewoon best wel erg klein. Te klein. Over het algemeen. Waar een Française bij Petit Bateau kan grasduinen tussen de hemdjes voor 14 ans, kan de Nederlandse vrouw beter slagen bij Didi, al wil zij dat aan zichzelf niet toegeven.

En, belangrijke mededeling: een alpinopet staat niemand. Echt helemaal niemand. Ja, Audrey Hepburn. En al is die deels Nederlands, daarop moet je je niet baseren. Want qua maatvoering is dat gewoon een Française.

Gelukkig kwam er na al deze eeuwen tegen beter weten in Françaises emuleren en te korte jurken passen bij Agnès b. een nieuwe stroming in modeland: de Scandinavische. Scandinavische merken zetten zichzelf, zoals dat in de mode heet, een jaar of tien geleden ineens op de kaart.

Ik weet dat omdat ik een jaar of tien geleden vaak op de foto moest voor glossy's die een reportage maakten over 'jonge schrijfsters' (ik was toen niet echt jong meer, maar toch net jong genoeg). Omdat die bladen ook wel wisten dat semi-jonge schrijfsters thuis geen goede kleding hadden liggen, kwamen ze altijd met een stylist en een vrachtwagen vol jurken en broeken.

Voordat ze kwamen, belde de stylist altijd, en die vroeg dan wat voor merken ik leuk vond. Wist ik veel. H&M? Zara? 'En hou je van de Scandinavische merken?', vroeg ze dan, en dan zei ik opgelucht ja. Scandinavisch, dat zou wel goed zijn, en het zou in elk geval pássen, want Scandinavische vrouwen zijn ongeveer even groot als Nederlandse, redeneerde ik. Bovendien: H&M, die kleine boetiek waar ik al mijn merkkleding haalde, was ook Scandinavisch.

Ongeveer op deze manier zijn we met alle modevolgende Nederlandse vrouwen tegelijk in de grote Scandinavische val getrapt. We hebben gedacht: zij zijn net zo lang en breed als wij en daarom staan hun kleren ons. We ruilden de Française in voor de Scandinavische, en dachten daarmee eindelijk van het gezeik af te zijn. Boy, were we wrong. De Scandi-vrouw als rolmodel is misschien nog wel ingewikkelder dan de Franse.

Een anekdote. In januari kocht ik voor mijn dochters verjaardag - voor mezelf, je moet er toch patent uitzien als je kind 6 wordt - een jurk bij COS (Zweeds, chiquere spin-off van H&M). De jurk was blauw met witte sterretjes, ongeveer twee meter wijd, maar wel vrij kort, met enorme mouwen, van een harde katoensoort.

'Je lijkt op een vleermuis', zei mijn zoon toen ik de trap afdaalde in de veronderstelling dat ik een stijlstatement aan het maken was. De jurk trok ik toch maar niet uit, want er waren al mensen die taart moesten, maar daarna heb ik hem eigenlijk ook niet meer aangehad.

'Je lijkt op een vleermuis', is eerlijk gezegd een gedachte die ik ook vrij vaak heb gehad als ik bij COS in de pashokjes stond. Op het eerste gezicht is het de ideale winkel: slechts een tikje duurder dan H&M, stijlvol-minimalistisch ingericht, met ordelijke rekken vol niet-schreeuwerige kleding. En er werken altijd van die COS-vrouwen; vrouwen op platte zwarte schoenen met daarboven bijvoorbeeld een broekrok, een streepjesshirt en een zilveren ketting met een zilveren vierkant eraan. COS-kleding is nooit strak, zelfs ruim, een beetje monumentaal, dus iedereen kan er terecht. Denk je. Maar dan blijk je op een vleermuis te lijken. Met je monumentaal.

Hetzelfde geldt voor andere Zweedse merken die in Nederland naam hebben gemaakt; Filippa K (opgericht door ene Filippa Knutsson) en Acne. Acne moet je nageven dat ze 1. van de medische term voor puisten een internationaal succesvolle merknaam hebben gemaakt én 2. dat ze vrouwen hebben laten geloven dat ze absoluut 380 euro willen betalen voor een wijde donkergroene korte broek die tot over de knieën valt en aan de bovenkant bij elkaar wordt gehouden door een elastieken band (uit de nieuwste collectie, nu kopen, anders is-ie weg).

Beeld RV

Over Acne schreef The Guardian dan ook vrij treffend: 'Acne vindt niets leukers dan van iets wat er net verkeerd uitziet, het toppunt van coolheid te maken.' Vrouwen, neem deze alarmerende woorden in u op!

Van deze drie modetoppers uit Scandi-land is Filippa K de toegankelijkste, maar browsen we even door het aanbod voor de lente van 2017, dan verschijnen er toch ook al snel combo's als: de asymmetrische witte rok met zwarte strepen en platte grote zwarte muilen eronder.

En laat dat nu net een look zijn die bij niemand staat, behalve bij de Scandi-vrouw op de foto. Dat zijn altijd extra fris geboende, doorzichtige meisjes met minimalistisch haar (strakke paardenstaart of knalrood). De modellen hebben ook altijd iets geks in hun uiterlijk, bijvoorbeeld een gigantisch voorhoofd of enorme wenkbrauwen of een jongenskopje terwijl ze een meisje zijn. Of een wervelende combinatie van dit alles. Ze zijn, zoals dat in modetaal heet, jolie laide (leuk-lelijk) en daarom kunnen ze die kleding zo goed hebben, want die is ook leuk-lelijk.

Transfereer dit dan naar de Nederlandse vrouw: die is gewoon een vrouw. Ze is leuk. Of ze is lelijk. Maar ze is niet per se leuk-lelijk. Ze heeft geen strakke paardenstaart, maar pluizig krulhaar of steil haar dat ook weer niet supersteil is. Ze heeft een kont, of een buikje. Dikke armen of korte benen. Of juist lange benen, met aanwezige dijen.

Om dat goed aan te kleden, heb je kleding nodig die van zichzelf mooi is, en draagbaar, want kleding die expres lelijk, net verkeerd en moeilijk draagbaar is, gaat dit alles niet beter maken.

Beeld rv

En toch blijven we er kopen, bij de Scandinavische modezaken. Ik, althans, en ik zie vele vrouwen met mij door de COS'en van deze wereld strompelen, al weten ze ergens, en ik citeer hier een modeminnende kennis: 'Ik zie er in die kleding altijd uit alsof ik in een gesloten inrichting zit.'

Je hebt toch het idee dat het goed is, want het is modisch, dat moet iedereen toegeven, en het is - toverwoord - Scandinavisch. En dat staat al sinds die verdomde vlinderstoel van Arne Jacobsen gelijk aan stijlvol.

Toch moet je je als modeminnares achter je oren krabben als zelfs de Vogue vraagtekens zet bij de toegankelijkheid van dit alles. In hun recensie van de modeshow voor aankomende lente en zomer schreven ze over Acne's nieuwe collectie, die, o zo actueel en smaakvol, gebaseerd is op de kleding van Syrische vluchtelingen: 'De uitgebreide collectie van extra dikke, supergrote sweaters en truien (...) zou voor een niet-model moeilijk te dragen zijn. Deze kledingstukken oogden zwaar, ook met de gebeeldhouwde houten hakken die eronder gedragen werden.' Zware trui met gebeeldhouwde houten hak: het is niet alleen hondsmoeilijk het geinig af te stylen, het is ook vrij onmogelijk je ermee voort te bewegen in de ochtendspits.

En dit is niet haute couture, dus geen kleding waarover iedereen het eens is dat hij niet is bedoeld voor het echte leven. Acne, Filippa K en COS worden verkocht bij de Bijenkorf en in koopgoten. Het is ready to wear die hard to wear is. Overal verkrijgbaar omdat wij Nederlandse vrouwen denken dat het bij ons past.

Soms is het goed naar een andere Nederlandse vrouw te kijken. Zo kocht ik deze winter een zachte, grijze wollen trui bij COS - tot zover niets aan het handje, maar op de rug had hij een heel grote strik, ook van grijze wol. Een wollen strik is al gauw een enorm ding, en in de paskamer vermoedde ik dat hij eruit zou zien als een bult, een soort bochel, en al helemaal als hij onder een jas zat. Toch kocht ik hem, want misschien was het juist hoge mode.

Even later zag ik in een café een vrouw met precies die trui. Ze zag eruit alsof ze een grijze bochel op haar rug had. Ik bracht de trui terug. Het deed me denken aan dat COS-zwempak waarin ik er had uitgezien als een verloren puber in de Rineke Dijkstra-strandserie, en de Acne-sweater die zo hard en kort was, dat hij bij voorbaat al te heet gewassen leek. De witte halfdoorzichtige COS-blouse die mijn navel bloot liet en me, wederom, op een vleermuis deed lijken.

Het ding is: Scandinaviërs zijn modernistisch en ze houden van functionalisme. Dus ook van harde, rechte kleding. Rietveldstoelen, maar dan in rok- of broekvorm. Dat is een opvatting, maar die moet je wel kunnen hebben. En het helpt daarbij als je een ongenaakbare, keisteile, helblonde paardestaart hebt. En Zweeds bent. En fotomodel.

Wie moeten we dan wél als lichtend voorbeeld nemen als onze Scandinavische zusters ook al niet voldoen?

Ik kocht voor diezelfde verjaardag van mijn dochter ook een nieuw kledingstuk voor haar: een shirt van de Nederlandse ontwerpster Caroline Bosmans. Een zwarte sweater met afgeknipte mouwen en glittersmileys erop. Voor de zekerheid informeerde ik bij de kinderwinkel of hij er ook in een volwassen maat was, maar dat was-ie niet. Jammer.

Toch een ideetje: eens kijken wat Nederlandse vrouwen voor kleding maken voor Nederlandse vrouwen.

Want die hebben een notie van wie wij zijn.

Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden