Magnificat

Tussen Barok en de Weense Klassieken

De postume roem van Carl Philipp Emanuel Bach lijdt onder een dubbele handicap. Zijn vader heette Johann Sebastian, de gigant die iedereen overschaduwt. En Carl Philipp zelf, jaargang 1714, componeerde in de tastende overgangstijd tussen twee volwassen stijlen: de Barok en de Weense Klassieken.

Het zijn precies de polen waartussen het RIAS Kammerchor en de Akademie für Alte Musik Berlin bewegen op een cd die het C.Ph.E. Bachjaar opfleurt. Barok jubelend vallen ze binnen met een Magnificat, de bijbelse lofzang van Maria. Van droge Haydneske humor getuigen de stug herhaalde viooltonen waarmee de Sinfonie in D-groot begint.

In Heilig ist Gott, een cantate voor koor en orkest, trekt dirigent Hans-Christoph Rademann de magnifieke, heiige koorklank op die Carl Philipp wilde bereiken met 'natuurlijke' en 'gewone' harmonieën. 'Opdat men mij na mijn dood niet te snel vergete', noteerde hij er hoopvol bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.