Magische jazzmuzikant met melancholische klank

Geroezemoesd, gegniffeld en zelfs schande gesproken werd er, zaterdag in het Concertgebouw. ‘Hij is dronken.’ ‘Een junk.’ ‘Hij doet het erom’, hoorde je fluisteren. Trompettist Tom Harrell schuifelde als een stijf animatiepoppetje over het podium, de nek geknakt, de ogen onzichtbaar achter grijze lokken. Dan kwam hij links uit een deur, dan rechts. Of hij stond als een standbeeld achter zijn lessenaar.

Het was een ongemakkelijk gezicht voor degenen die niets over de trompettist wisten. Dat gold duidelijk voor het overgrote deel van de aanwezigen, meest leeftijdsgenoten van de Amerikaanse jazzmuzikant. De 63-jarige Tom Harrell is een musicians musician, bewonderd door collega’s en kenners, maar bij het grote publiek onbekend. Het programmaboekje of dirigent Henk Meutgeert hadden best even mogen vermelden dat Harrell lijdt aan paranoïde schizofrenie en daar medicijnen met zware bijwerkingen voor gebruikt. ‘We zijn blij dat Tom Harrell ondanks zijn gezondheidssituatie bij ons te gast is en nog altijd fantastisch speelt’, was voldoende om Harrell’s afwijkende podiumgedrag te verklaren en de sfeer in de zaal een stuk relaxter te maken.

Want als je je concentreerde op de muziek, hoorde je een innemende muzikant die naar het einde toe weliswaar steeds fragmentarischer soleerde, maar met zijn zuivere melancholische bugelklank en spontane, originele melodieën rechtstreeks tot het hart doordrong.

Een mooi idee was het, om voor het tweede van de drie concerten die het Jazz Orchestra of the Concertgebouw afgelopen weekeinde gaf ter ere van zijn tienjarig jubileum deze magische muzikant uit te nodigen. Jammer dat de uitvoering tekort schoot. De traditiegetrouw klungelige presentatie was een ding, maar het lukte Meutgeert ook niet om de uit topsessiemuzikanten opgebouwde bigband Harrells stukken met verve te laten spelen. Het zijn lastige composities, met lange doorgewerkte thema’s en verschuivingen. Een moderne kijk op bigbandmuziek, waarvoor je een orkestleider met visie nodig hebt die musici uit zijn hand laat eten.

Dat is nooit echt aan de hand geweest bij het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Meutgeerts kracht ligt bij zijn arrangementen, die dicht bij de tradie uit de jaren vijftig en zestig blijven. Dat bleek ook bij de andere twee gasten zaterdag: de Nederlandse zangeres Fay Claassen en de Britse voormalige rock ‘n’ roll-held Georgie Fame. Claassen was in bekende standards vakkundig en precies als altijd. De 66-jarige Fame toonde zich een heerlijk timende showman met een dijk van een stem in enkele Count Basie-klassiekers en superswingende versies van zijn nummer-1 hits Yeh-Yeh en The Ballad of Bonnie and Clyde.

In dit soort knallers is het JOC een genot om naar te luisteren. Ook de eigen nummers in die stijl staan als een huis. De flitsende opener van de tweede set, Is It Wrong To Be Right van Peter Beets, deed uitzien naar de cd die het orkest binnenkort uitbrengt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.