Maerten en Oopjen zijn eindelijk te zien

Eindelijk zijn ze te zien, de schilderijen waarover Nederland en Frankrijk zo hard hebben gevochten. In het Louvre in Parijs werd de tentoonstelling van de huwelijksportretten van Rembrandt gisteren geopend door koning Willem-Alexander, koningin Máxima en de Franse president Hollande. Het laatste hoofdstuk in een kunstthriller, die in Nederland overigens veel spannender werd gevonden dan in Frankrijk.

Jean-Luc Martinez (directeur Louvre), Willem-Alexander, Máxima en Wim Pijbes (directeur Rijksmuseum) bij de Rembrandts. Beeld ANP

Willem-Alexander en Máxima brengen een tweedaags staatsbezoek aan Frankrijk. Dat is een goede gelegenheid om de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit te laten zien, voor de eerste keer sinds de gezamenlijke aankoop door Nederland en Frankrijk.

Maerten en Oopjen hangen tegen een eenvoudige bruingroene achtergrond, in een zaal met Italiaanse meesters wier exuberante kleuren afsteken tegen Rembrandts sobere spel met licht en donker. Uiteindelijk zullen de schilderijen in de Rembrandtzaal van het Louvre terechtkomen, maar de afdeling Hollandse schilderkunst wordt nu verbouwd.

Eregalerij

De portretten zien er goed uit, hoewel ze slechts oppervlakkig zijn schoongemaakt voor een eerste expositie. Ze hingen in de slaapkamer van de 74-jarige baron Eric de Rothschild, bankier en topman van het wijngoed Château Lafite-Rothschild. Daar werd kennelijk gerookt: in elk geval moesten er nicotineresten van de schilderijen worden verwijderd.

Tot 13 juni blijven ze in het Louvre. Daarna zijn ze drie maanden in het Rijksmuseum te zien. 'Ze komen in de Eregalerij te hangen, links van De Nachtwacht', zegt Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum. 'Zo kun je de ontwikkeling van Rembrandt mooi zien. De portretten zijn uit 1634, De Nachtwacht uit 1642.' Vervolgens begint de restauratie, waarvan nog bekend is hoe lang zij duurt. Uiteindelijk zullen de schilderijen tussen Amsterdam en Parijs rouleren, eerst in een periode van vijf jaar, daarna acht jaar.

Bij de plechtige eerste bezichtiging is de onderlinge rivaliteit tussen Nederland en Frankrijk verdwenen. Alle aanwezigen roemen de gezamenlijke aankoop voor 160 miljoen euro als een innovatieve Europese oplossing, waardoor de schilderijen publiek bezit zijn geworden.

Wim Pijbes vindt het portret van Maerten het mooist geschilderd, anderen, zoals verkoper De Rothschild, hebben een voorkeur voor Oopjen.

In de 19de eeuw wijdde de Franse criticus Théophile Thoré maar liefst drie artikelen aan de portretten. Hij was vooral onder de indruk van Oopjen, die hij 'de Mona Lisa van het Noorden' noemde. De geschriften van Thoré droegen bij aan de mythevorming rond de schilderijen. Ze waren wel bekend, maar vrijwel nooit te zien. Vanaf gisteren is daar verandering in gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.