recensie opera

Madama Butterfly: kaalheid op het podium, ondanks talentvol orkest ★★☆☆☆

De Russische sopraan Elena Stikhina geeft een warm kloppend hart aan Puccini’s noten als Madama Butterfly, maar dat neemt niet weg dat de toeschouwer van de voorstelling als geheel warm noch koud wordt. 

Elena Stikhina en Sergio Escobar in Madama Butterfly. Beeld Matthias Baus

Madama Butterfly van Giacomo Puccini door De Nationale Opera.
Regie: Robert Wilson. Solisten, Koor van De Nationale Opera, Residentie Orkest o.l.v. Jader Bignamini.
★★☆☆☆ (regie)

★★★★☆ (muziek)

23/4, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Daar t/m 13/5.

Het goede nieuws van de herneming van Madama Butterfly bij De Nationale Opera heet Elena Stikhina. De Russische sopraan zet haar zangkunst in het geweer om van ‘Cio-Cio San’ Butterfly meer te maken dan een machteloze vrouw die is uitgeleverd aan de lusten van de Amerikaanse officier Pinkerton. Hij versmaadt haar liefde, laat haar met hun kind achter. Zij blijft wachten tot hij zijn belofte op terugkeer nakomt en geeft intussen een warm kloppend hart aan Puccini’s noten. 

Afwisselend ingetogen en fabelachtig intens zingt ze tijdens haar lange wachten over vertrouwen. Vol passie pakt ze uit als haar oude dienster Suzuki (Enkelejda Shkosa) haar met fragiele stem uit haar droom probeert wakker te schudden. Zelfs de Amerikaanse consul met het sonore geluid van de Iers-Amerikaanse bariton Brian Mulligan klinkt niet zo intens. 

Butterfly blijft geloven in de kracht van haar liefde. Van haar power kan de aanbeden Pinkerton alleen maar dromen. De Spaanse tenor Sergio Escobar mag schitteren in zijn krachtpatserspassages, in het tere werk schiet hij tekort en maakt hij de indruk van een onmachtige minnaar. Noem het de muzikale overwinning van liefde over onverschilligheid.

Dat neemt niet weg dat je van voorstelling als geheel warm noch koud wordt. Robert Wilsons twintig jaar oude enscenering is tot het soberste teruggebracht. De van kleur verschietende vlakken waartegen de handelingen zich aftekenen en de hypergestileerde personenregie scheppen afstand. Momenten om te koesteren zijn er ook. Als Cio-Cio San inziet dat Pinkerton vast niet zal terugkomen, bijvoorbeeld. Dan overweegt ze te sterven. Terwijl ze die gedachte formuleert, trekt alle kleur uit het achterdoek weg. Ook zijzelf verliest kleur en wordt een zwart silhouet tegen die witte rechthoek.

Voor een aangenamere temperatuur moet je in de orkestbak zijn. Daar laat de Italiaan Jader Bignamini het met de musici van het Residentie Orkest fijn gloeien. De zangers krijgen een steuntje in de rug, er klinkt stoerheid in Puccini’s flarden uit Star Spangled Banner, maar als Butterfly’s lange nacht van woordeloos wachten aanbreekt, kan ook Bignamini de kaalheid op het podium niet compenseren.

Aan het slot van de avond, als Pinkerton toch nog naar Japan komt, heeft hij een nieuwe, Amerikaanse vrouw aan zijn zijde. Samen willen ze zijn kind meenemen. Dan valt zelfs bij Cio-Cio San het kwartje. Ze kiest daadwerkelijk voor de dood. Dat ziet er bij Robert Wilson zo uit: ze gaat rustig liggen en sterft. Zelfs de dramatische conclusie van Puccini’s opera brengt hij terug tot een afstandelijk plaatje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden