Macramé van glasfiber en hightech-kaarsen

Macrameeën, figuurzagen, bronsgieten. Facetslijpen, verzilveren, bestikken. Wie in de veronderstelling leeft dat de Nederlandse productvormgeving een kwestie is van rechttoe-rechtaan, van broodnuchtere oplossingen, conceptuele hoogstandjes en Spartaanse vormvondsten, die komt bedrogen uit op Nest, de expositie met voorstellen voor Gemeentelijke Aankopen - dit jaar gewijd aan ontwerpen voor het interieur...

Modernisme? Hypermodernisme? Welnee. Niet alléén. Ouderwetse technieken, tradities en stijlen van weleer zijn de Nederlandse vormgeving binnengesijpeld. Met een twist, dat wel.

Wiebe Boonstra bijvoorbeeld, maakte gebruik van het kruisvormige facetslijpsel dat veel kristallen glazen uit de 19de eeuw siert - zij het dat deze techniek bij hem een uiterst minimalistische lamp decoreert. En Niels van Eijck maakte een kroonluchter van macramé, op de wijze waarop duizenden huishoudens in de jaren zeventig houders voor hangplanten knoopten. Toch heeft zijn Bobbin Lace Lamp (2002) niets nostalgisch. Gemaakt van glasfiberdraad, waarin kleine lichtpuntjes glinsteren, vindt de lamp een compromis tussen hightech en kitsch.

Bijna honderd ontwerpen van 56 Nederlandse vormgevers en studio's zijn verzameld op Nest. Een jury (bestaand uit onder anderen de directeur van het NAi, Aaron Betsky) koos hen uit zo'n vijfhonderd inzendingen op een landelijke oproep. In april kiezen Stedelijk-directeur Gijs van Tuyl en conservator industriële vormgeving Ingeborg de Roode welke ontwerpen zij aankopen voor de collectie.

Het gevolg van die werkwijze is dat de inzenders voor een aanzienlijk deel het beeld van de tentoonstelling bepalen. Zo zijn er bij gebrek aan inzendingen weinig echt industriële producten op Nest. Dit terwijl Ingeborg de Roode juist het beeld, dat in binnen- en buitenland is ontstaan na het grote succes van Droog Design, wilde ontkrachten dat Nederlandse vormgevers zich meer bekommeren om concept en experiment dan om functionaliteit en produceren voor de massa. Ook jonge, net afgestudeerde ontwerpers lieten het massaal afweten, hoewel een aantal van hen door het Stedelijk nadrukkelijk waren uitgenodigd mee te doen.

Toch is dat niet de enige reden waarom Nest vooral een stoet is geworden van bekende ontwerpen van bekende namen. Klassiekers bijna, die al op talloze exposities en in menig tijdschrift hebben gestaan: van de Orenstoel van Jurgen Bey en de van hittebestendig textiel genaaide kachel van Niels van Eyck en Miriam van der Lubbe, tot de schroothout-tafel van Piet Hein Eek of de kruisvormige Crosslights van MNO.

De oorzaak daarvan schuilt ook in de aard van de tentoonstelling: die is een inhaalrace. In de tien jaar dat het Stedelijk de 'Gemeentelijke Aankopen' organiseert, werd er nooit één exclusief aan productievormgeving gewijd (de laatste keer, in 1999, werd de discipline ondergebracht bij Toegepaste Kunst). Om die reden mochten ontwerpers producten inzenden uit de periode 2000-2004.

Nest is vooral een terugblik. Voor het eerst in zo groten getale bij elkaar geplaatst, bevestigen de ontwerpen ontwikkelingen die al vermoed werden, en leggen ze soms onverwachte voorkeuren bloot. De voorkeur van een opvallend aantal vormgevers voor lichtontwerp bijvoorbeeld. Van de geraffineerde eenvoud van Wouter Hoogendijks Claim (een muurlamp die uit niets meer bestaat dan een peertje en het frame van een lampekap) tot de technologisch innovatieve lampen van Jacob de Baan. Zowel zijn non electric lamp ( kaarsen in een lampenkap met ultrareflecterende verf) als zijn led-verlichtingssysteem (een soort slinger van lichtgevende Lego-blokjes) zou het Stedelijk moeten aankopen.

Of de voorkeur van een nieuw soort decadentie. Natuurlijk, vormgevers die werken in de Hollandse traditie van geometrische vormen, of die streven naar eenvoud (Henk Stallinga's vernuftige stoel-uit-een-staalplaat, Richard Huttens geile lakstoel met de benen wijd) ontbreken niet.

Maar daartegenover staat een groeiende club die het grote gebaar niet schuwt. Uitblinkers: Studio Frank Tjepkema, die met zitobject Tak, een reusachtig nest van schuimrubberen tentakels, de tentoonstelling zijn naam verleende. Maarten Baas, met zijn halfverbrande en verkoolde barokfauteuil. En Job Smeets en Nynke Tynagel van Studio Job, de ongekroonde koningen van de serieuze kitsch, die op Nest onder meer een schaalmodel tonen van hun Flemish Bench - een bank met een rugleuning in de vorm van een christelijk altaarstuk met vleugels, betegeld met een insectenmotief.

Als Nest iets toont, is het wel dat de hegemonie van ingetogen design - jarenlang aangevoerd door Droog Design - doorbroken is. Nederlandse vormgeving is óók: weelderig, protserig, en royaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden