Interview Machiel Bosman

Machiel Bosman onderzocht Rembrandts faillissement en dat bleek heel anders te zitten dan gedacht

In zijn boek Rembrandts plan laat historicus Machiel Bosman zien dat Rembrandt helemaal niet slecht met geld kon omgaan. 

Titus, de zoon van de kunstenaar, Rembrandt van Rijn, 1654 - 1658. Beeld Rijksmuseum

Rond Rembrandts financiën bestaat een mythe: de man kon niet met geld omgaan. Hij kocht een te duur huis, maakte schulden en ging ten gevolge daarvan failliet, wat weer voor een smet op zijn blazoen als schilder zou hebben gezorgd. Het is een verleidelijk beeld, dat vaak is gerecycled. Maar in Rembrandts plan, de nauwgezette studie van historicus Machiel Bosman naar het faillissement van de schilder, wordt het flink bijgesteld.

Het is interessant om te lezen, maar niet altijd makkelijk. In de bureaucratie van het 17de-eeuwse Amsterdam, met zijn exotische terminologie, is het makkelijk verdwalen. Als handreiking naar de lezer knipte Bosman zijn boek op in twee delen: eerst het onderzoek op basis van oorspronkelijke documenten, vervolgens de kanttekeningen bij de historiografie. Op de valreep van het Rembrandtjaar licht hij toe.

Wat had u met Rembrandt voor u aan dit boek begon?

‘Ik hield van zijn werk. Mijn oorspronkelijke bedoeling was een boek te schrijven waarin Rembrandt diende als vehikel om de Republiek in de 17de eeuw te beschrijven, maar bij het bestuderen van het bronnenmateriaal merkte ik dat er van alles niet klopte aan wat er over zijn faillissement was beweerd. Er waren bronnen die onopgemerkt waren gebleven, waaronder een nabestaandenregeling voor zijn vrouw Hendrickje, en bronnen die ik had verwacht, maar die niet bleken te bestaan, zoals verslagen van deurwaarders. Flinke historische misstappen dus. Ik besloot daarom een boek te schrijven specifiek over  het faillissement.’

Hoe is dat faillissement in het verleden voorgesteld?

‘Aan de hand van een cirkelredenering: vanwege het faillissement is men van alles gaan veronderstellen, en vanuit die vooronderstellingen verklaarde men het faillissement. Rembrandt zou exorbitante schulden hebben gemaakt en een huis hebben gekocht boven zijn budget. Beide onjuist. Er is vaak ook het beeld gecreëerd dat de deurwaarders bij hem op de stoep kampeerden. Voor zover bekend had Rembrandt in werkelijkheid ten tijde van zijn faillissement met de meeste schuldeisers al jaren geen contact meer. Het probleem was bovendien niet dat zijn schulden te hoog waren, maar dat zijn bezit minder waard was dan gedacht.’

Hoe stak het faillissement dan wel in elkaar?

‘Vermoedelijk wilde Rembrandt graag trouwen met Hendrickje Stoffels, zijn toenmalige vriendin. Daarvoor was hij wettelijk verplicht eerst de erfenis aan zijn zoon, Titus, uit te betalen. Dat geld had Titus tegoed vanwege de dood van zijn moeder, Saskia van Uylenburgh, Rembrandts eerste vrouw. De erfenis betrof de helft van de gezamenlijke boedel, door Rembrandt abusievelijk geschat op 40.750 gulden. In werkelijkheid betrof de waarde van de boedel rond de 22.000 gulden. Het probleem was: Rembrandt had dat geld niet paraat. Om toch aan die eis te voldoen wees hij zijn huis, het huidige Rembrandthuis, toe aan zijn zoon. Hij zette zijn faillissement dus zelf in gang.’

Rembradnt, Hendrickje Stoffels, ca 1655. Beeld The Print Collector via Getty

Hoe pakte Rembrandts plan uit?

‘Niet al te gelukkig. Omdat het huis met schulden was bezwaard, kon het toch door zijn schuldeisers worden geëxecuteerd, en dat is bijna twee jaar later alsnog gebeurd. Vervolgens is er zeven jaar geprocedeerd over de vraag aan wie de opbrengst toekwam, Titus of de schuldeisers. Rechter na rechter, tot aan de Hoge Raad aan toe, heeft daarbij geoordeeld in het voordeel van Titus. Echter, in de tussentijd kon de familie Van Rijn niet bij het geld, moesten ze hun huis verlaten en een ander pand huren. Toen het proces eindelijk ten einde was gekomen, was Hendrickje, om wie het allemaal was begonnen, overleden.’

Er is ook geschreven dat het faillissement een negatief effect had op Rembrandts schilderspraktijk.

‘Ook overdreven. Amsterdam was indertijd de grootste koopmansstad ter wereld. Zolang je het faillissement netjes via de boedelkamer afhandelde, kon je prima verder met je leven. Op zijn werk als schilder heeft het voor zover bekend geen negatief effect gehad. Na zijn faillissement kreeg hij enkele van zijn meest prestigieuze opdrachten, zoals de Claudius Civilis voor het Amsterdamse stadhuis.’

Een interessant zijpad in uw boek betreft de affaire met Geertje Dircx, Rembrandts huishoudster en voormalige geliefde. Rembrandt zou haar hebben laten opsluiten in het Goudse spinhuis.

‘Er is niet één bron die bewijst dat Rembrandt erachter zat. Het zou goed kunnen dat Geertjes broer, Pieter, leidend was bij haar opname. Wel is zeker dat Rembrandt erbij betrokken is geweest, al was het maar omdat hij in een arbitragezaak was veroordeeld tot het betalen van Geertjes alimentatie. Levenslang.’

Zelfportret, Rembrandt van Rijn, 1630. Beeld Rijksmuseum

In de literatuur is het Geertje Dirckx-verhaal vaak gebruikt om te illustreren dat Rembrandt een hork was in zijn omgang met vrouwen.

‘Er is geen enkele reden om dat aan te nemen. Met Saskia lijkt hij een prima huwelijk te hebben gehad. Voor Hendrickje was hij naar het lijkt zelfs bereid failliet te gaan, dat is niet niks. Geertje is na Rembrandt inderdaad in het tuchthuis beland. Maar wat zegt dat? Ik heb zelf ook wel eens een vriend naar een psychiatrische inrichting gebracht. Maakt mij dat per definitie een slecht mens?’

Hoe verklaart u de neiging om Rembrandt allerhande kwalijke eigenschappen toe te dichten?

‘Als je kunt kiezen tussen ‘we weten het niet precies’ en ‘Rembrandt was een hork’, dan is het aantrekkelijk om voor het sappigste verhaal te gaan. Wat ook meespeelt: als je de regels van die tijd niet helemaal begrijpt, is het makkelijker om Rembrandt buiten de orde te plaatsen. Zo van: Rembrandt wees zijn huis toe aan zijn zoon, desondanks werd dat huis later bij executie verkocht, dus die toewijzing moet wel frauduleus zijn geweest.’

Rembrandts plan is iets heel anders geworden dan het laagdrempelige boek dat u aanvankelijk voor ogen stond. Wilt u dát boek nog maken?

‘Zeker. Rembrandt is nog niet van me af.’

Machiel Bosman, Rembrandts plan: de ware geschiedenis van zijn faillissement. Athenaeum; 218 pagina’s; € 17,50.

Machiel Bosman 

Machiel Bosman (46) is historicus. Eerder schreef hij boeken over Elisabeth de Flines, de Amsterdamse koopmansdochter die vanwege een relatie met haar vaders knecht verwikkeld raakt in een jarenlange juridische vete, en Prins Willem III van Oranje en zijn (succesvolle) invasie van Engeland. Zijn werk werd onder meer genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden