Profiel Maarten Ploeg

Maarten Ploeg: van hoofdredacteur tot eendagsrebel tot smaakmaker van zijn generatie

Van punk tot penseel tot pixel: kunstenaar Maarten Ploeg kon het allemaal en deed het allemaal. Nu is er eindelijk een boek over zijn werk en leven.

Maarten Ploeg op de Rietveld 1980 Beeld Rogier Dijkman

In wat eind jaren zeventig, begin jaren tachtig ­progressieve kunstkringen heetten, was de ­kunstenaar Maarten Ploeg al een bekende verschijning. Als voorman (met kompaan en ­schilder Peter Klashorst) van Soviet Sex, een ­Amsterdamse popgroep met newwaveroots. Of als zanger van de eigenzinnige, muzikaal veel interessantere (en door de BBC erkende) band Blue Murder en de daaropvolgende Astral Bodies. Hij was het gezicht van bands die inspirerende lowbudgetvideoclips en korte films maakten, die nog aardig professioneel oogden. Als beeldend kunstenaar exposeerde hij in het Gemeentemuseum Den Haag en het Stedelijk in Amsterdam. En last but not least: hij was een baanbreker op de Amsterdamse ­kabel. Midden in de nacht liet hij computers abstracte beelden genereren; ontregelend en oogstrelend.

Een hemelbestormer was Maarten Ploeg, de artistieke veelkunner (1958 - 2004) die jong aan kanker overleed. Zondag wordt hij in Paradiso (ook in Ploegs jaren een epicentrum voor popculturele vernieuwing) in Amsterdam geëerd. Muzikale vrienden van weleer zullen hem op het podium van de kleine zaal herdenken, ongetwijfeld met meer ambitie dan slechts de heruitvoering van een paar oude liedjes alleen. De aanleiding voor het melancholisch samenzijn zal daarbij helpen: over de kunstenaar die bij leven dit jaar 60 zou zijn geworden is het indrukwekkende en vrolijk stemmende boek, Maarten Ploeg, Ploeg + werk verschenen.

Popwereld 

Ik kan me de podiumpersoonlijkheid Maarten Ploeg nog goed herinneren, omdat ik me (als lid van de new­waveband Slauerhoff) deels in dezelfde popzalen bewoog als hij in de jaren van crisis, kraken en vernieuwing in de muziekscene. We waren allemaal geïnspireerd door Velvet Underground en Talking Heads; door de lijzige Lou Reed en de neurotisch-geestige présence van Talkings Heads-zanger David Byrne. Ploeg deed vaak aan hem denken: beiden een zwarte kuif, een (althans zo herinner ik me) ernstige blik en de destijds gangbare gekwelde zang.

Het waren jaren van grote jeugdwerkloosheid. Ondanks de schrale uitkeringen, had die tijd ook veel creatieve vrijheid tot gevolg. De jongeren hadden tijd te over en er was alle gelegenheid voor muzikanten en jonge kunstenaars om – het adagium Do It Yourself (DIY) van het decennium indachtig – zelf het wiel uit te vinden. Maarten Ploeg, van 1977 tot 1982 studerend aan de afdeling audiovisueel van de Rietveld Academie, was in dat klimaat van artistieke vrijheid voor iedereen (maar talent slechts voor weinigen) absoluut een voorloper. Het was ook in deze tijd dat hij met Peter Klashorst even deel uitmaakte van de ‘brutaal’ expressionistische kunststroming Nieuwe ­Wilden.

Ontwikkeling

Het door grafisch ontwerper Willem Henri Lucas vormgegeven boek maakt de positie van Ploeg (geboren in ­Arnhem als Maarten Jaap Jan van der Ploeg) in de doorgaans somber te boek staande jaren tachtig prachtig inzichtelijk. In min of meer chronologische volgorde toont het de ontwikkeling van de kunstenaar: van hoofdredacteurtje van een eigen stripblad naar eendagsrebel met een doorzichtige anonieme bommelding, en van Rietveld­student naar smaakmaker van zijn generatie. Maar het boek toont ook, een gouden greep in een monografie als deze, de reacties op zijn werk. De hoofdstukken over zijn artistieke ontwikkeling worden afgewisseld door artikelen uit kranten, muziek - en kunstbladen – inclusief zwart-witfoto’s en archaïsche lay-out. Zo wordt het werk mooi in zijn tijd geplaatst en ontstaat extra reliëf.

Gouden bergen voorzagen recensenten en popjournalisten destijds voor Blue Murder (dat ooit optrad in het programma van popautoriteit Jools Holland) en de opvolger Astral Bodies. En wie de muziek van de bandjes nu hoort, kan zich bij die te optimistisch gebleken voorspellingen nog steeds iets voorstellen. Niet alleen dankzij Ploeg overigens, ook gitarist Phil van Tongeren en toetsenist Ryu Tajiri (levensgezellin van Ploeg en als beheerder van zijn nalatenschap medeverantwoordelijk voor het boek) droegen daar in belangrijke mate aan bij. Door hun spel, maar zeker ook door een aura van coolheid op het ­podium en in clips wist Blue Murder opwinding in de popscene te veroorzaken.

Het boek is voorzien van QR-codes waarmee de lezer Ploegs videoclips kunnen bekijken, en zo concluderen dat die slechts één ingang vormen voor een (hernieuwde) kennismaking met zijn oeuvre. Zo is het mooi om te zien hoe, bijvoorbeeld door het gebruik van maskers, wordt ­gerefereerd aan avant-gardisten als de Rus Malevich of de Duitse expressionist Emil Nolde. Ook – Ploeg kende zijn klassiekers – de vrolijke waanzin van Dada is nooit ver. Daarnaast komt het idioom van de strip (bordkartonnen keyboards) terug, samen met de in de jaren tachtig ­populaire stop-motiontechniek. Het was deze beeldtaal die we alleen kenden van internationaal beroemde artiesten met grote budgetten als Talking Heads en Peter ­Gabriel (Sledgehammer). Blue Murder en Astral Bodies ­gaven er met hun lowbudgetclips een minstens zo interessant antwoord op.

Intussen breidde het artistieke universum van Ploeg zich met het verstrijken der jaren uit. Zo baanbrekend als de videoclips van Blue Murder waren (opgenomen met een destijds nog kostbare professionele camera die hij ’s nachts leende op de Rietveld), zo spraakmakend was de vroege computerkunst die hij maakte met behulp van de Amiga: een prehistorische, technisch beperkte voorloper van de Apple Macintosh. Aanvankelijk met de piratenzender P.K.P.-TV (Ploeg, Klashorst, Ploeg), en vervolgens  onder de naam Park4DTV, werden de kleurige, ritmische, speelse schilderijen ’s nachts in Amsterdam via de kabel uitgezonden. Als na middernacht de Duitse zender stopte, nam de kunstpiraat het kanaal over.

Maarten Ploeg vond, in tegenstelling tot de impulsiviteit die de Nieuwe Wilden voorstonden, uiteindelijk een kalmere stijl met elementen van De Stijl, Magritte en het kubisme. Hij bekwaamde zich als schilder verder op ­Ateliers ’63 (nu bekend als de opleiding De Ateliers), wat niet betekent dat hij tot braafheid was gedoemd. De zelfportretten die hij schildert zijn geïnspireerd op de computerkunst die ’s nachts van het beeldscherm spatte. Zoals zijn kleurenvlakken geïnspireerd door Mondriaan, die ­raken aan vroege computerspellen als Pacman en de prehistorische tafeltennisgame Arcade Pong.

Een zelfportret. Beeld Maarten Ploeg

Wie door het boek bladert en behalve de foto’s en afbeeldingen van zijn schilderijen ook een schat aan kattebelletjes, schetsjes, songteksten, hoesjes van platen en muziekcassettes doorkruist, kan het moeilijk ontgaan hoe consistent en vitaal het oeuvre van Ploeg is. En hoe dat smalle ­gezicht met de brede mond vol niet klein uitgevallen ­tanden in allerlei hoedanigheden steeds weer opduikt. Hij kan prachtig fungeren als het gezicht van een Rietveld­generatie van eind 20ste eeuw, hoewel het belang van zijn oeuvre dat tijdperk overstijgt. ‘Je moet er hard tegenaan gaan en je door niemand laten tegenhouden’, zei hij in 1985 tegen het communistische, lang verdwenen dagblad De Waarheid. Dat levensmotto is hij, getuige die 550 pagina’s Ploeg + Werk, tot het laatst toe trouw gebleven.

Maarten Ploeg, Ploeg + Werk, 1958 -2004. Vormgeving Willem Henri Lucas. Uitg. Ploeg Trust, €60.

Ploeg + Concert

Zondag 14 oktober, de dag dat kunstenaar Maarten Ploeg 60 jaar zou zijn geworden, wordt in Paradiso in Amsterdam een muzikaal eerbetoon aan hem gebracht. Met onder meer leden van Soviet Sex (waartoe ooit behalve Maarten ook zijn broer Rogier van der Ploeg, Peter Klashorst en, na de heroprichting in de jaren 90, ook zangeres Ellen ten Damme behoorden), Eton Crop (ooit punk, nu dance), Suprematist Guitar Ensemble en Sonja van Hamel (grafisch vormgever, animator en muzikant).

Maarten Ploeg band Soviet Sex Beeld Peter Edel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.