Theater The Tragedy of Slaughtervaart

Maak je een toneelstuk over de teloorgang van het Slotervaartziekenhuis, gebeurt het nog ook

Tragedie van het theatergezelschap Dood Paard gaat over Aysel Erbudak, Jan Schram en marktwerking in de zorg. 

The Tragedy of Slaughtervaart. Beeld Sanne Peper

‘Het is een baan erbij’, zegt actrice en theatermaker Manja Topper (53) van Dood Paard over alle persaanvragen naar aanleiding van hun nieuwe voorstelling. Dat is een beetje wennen, voor dit kleine theatergezelschap, dat zich nog niet eerder zo in het epicentrum van het nieuws bevond. Min of meer per toeval bovendien. ‘Maar’, benadrukt Topper, ‘het is natuurlijk vooral allemaal heel droevig.’ Een tragedie, dat is het. En zo heet dan ook hun nieuwe voorstelling: The Tragedy of Slaughtervaart, over, inderdaad, de teloorgang van het Slotervaartziekenhuis.

Het stuk, geschreven door Rob de Graaf, was vóór de zomer al af, en gaat over de periode tussen 2006 en 2012, toen het MC Slotervaart in Amsterdam als eerste geprivatiseerde ziekenhuis in Nederland in handen kwam van ondernemers: vastgoedman Jan Schram (gespeeld door Jorn Heijdenrijk) en de Turks-Nederlandse zakenvrouw ­Aysel Erbudak, gespeeld door Topper.

Winst maken

Het gaat dus niet over het recente faillissement van het ziekenhuis. Maar de makers richten zich op een periode waarin de neergang wellicht is ingezet, en stellen vragen bij de marktwerking in de zorg – vragen die door het recente faillissement actueel zijn. Topper: ‘Hoe kan een ziekenhuis in handen komen van een ondernemer met nul ervaring in de zorg?’

In de tekst zegt Jan Schram: ‘Wat moet ik met zieke mensen?’, waarop Erbudak antwoordt: ‘Daar moet je aan verdienen, daar is niets verkeerds aan.’ Topper: ‘Winst willen maken met zieken, daar word je toch een beetje misselijk van?’

Topper en haar collega’s verdiepten zich uitvoerig in de geschiedenis van het Slotervaartziekenhuis, dat ooit ­begon als een idealistisch– ‘haast socialistisch’ – ziekenhuis. ‘Iedereen was welkom en veel mensen bleven er langer dan strikt noodzakelijk.’ Ook dat model was problematisch, weet ­Topper: het ziekenhuis moest toen ­financieel overeind gehouden worden door de gemeente, die op zeker moment de stekker eruit trok. Topper: ‘Ik vind dat interessant. Kijk, gezondheidszorg is gewoon duur. Wanneer wordt het dan precies té duur?’

Nu zou een ziekenhuis op zo’n idealistische leest niet meer kunnen, beseft ze. ‘Wij zeggen echt niet: vroeger was alles beter. Maar we kunnen wel stellen dat we het evenmin kunnen overlaten aan de markt. Samenleving en politiek moeten op zoek naar een nieuw model voor de zorg.’

De ondergang van het MC Slotervaart is een casestudy: ‘Een snelkookpan van privatisering in de zorg’, aldus Topper. ‘In alle berichtgeving over het ziekenhuis nu weerklinkt de echo van de episode-Erbudak.’

The Tragedy of Slaughtervaart. Beeld Foto Sanne Peper

Keizerin Nero

De makers lazen een aantal boeken, zoals De kraak van het Slotervaartziekenhuis van journalisten Jeroen Wester en Bas Soetenhorst. Topper: ‘Een enorm sappig boek over die periode, waarin zich de Griekse tragedie al aftekent.’ Ook spraken ze met (oud-)verpleegkundigen van het ziekenhuis uit het tijdperk-Erbudak. Topper: ‘Ik had in eerste instantie wel bewondering voor haar, als feministische selfmade-powervrouw. Maar ze ontpopte zich tot een soort keizerin Nero.’

De Graaf hoefde de misstanden niet te verzinnen: hoe Erbudak van de ene op de andere dag alle vrijwilligers de deur wees. Hoe de geestelijk verzorgers werden weggestopt in een ­lekkende bouwkeet op het terrein. En natuurlijk hoe het ziekenhuis ten onrechte miljoenen verdiende aan de productie en verkoop van medicinale heroïne.

Maar, benadrukt Topper, het is een toneelstuk, geen documentaire. De makers vermengen historie bewust met fictie. ‘Het moet over méér gaan dan alleen de feiten.’ Slaughtervaart raakt daarmee aan universeel menselijke neigingen als hebzucht, bewijsdrang en de behoefte aan erkenning.

Lord en Lady

In het stuk zijn Schram en Erbudak een koppel, een soort Lord en Lady Macbeth, ‘om de intrige te intensiveren’. Schram, die ook in werkelijkheid aan een longziekte leed (hij overleed in 2012, red.), wordt in het stuk in zijn eigen ziekenhuis verzorgd door verpleegkundige Dwien (Ellen Goemans). Topper: ‘Dat is toch een schitterend dramatisch gegeven, een doodzieke man die een ziekenhuis koopt?’

Topper had niet de behoefte om met Aysel Erbudak te spreken, ter voorbereiding. De makers wilden juist wat meer afstand nemen tot de realiteit. Maar die afstand werd door de ­actuele gebeurtenissen rond het ziekenhuis alsmaar kleiner. ‘Daarom blijven we in de enscenering nu weg van het realisme. We kozen voor een meer ­theatrale vormgeving en exuberante, groteske kostuums.’

Om die reden hebben ze de tekst niet geactualiseerd. Dat hoefde ook niet, zegt Topper, want het nieuws ­resoneert in elke zin. ‘Ergens staat: zieke mensen stuur je niet de straat op. Dat is met de kennis van nu natuurlijk extra wrang.’

Aan het eind van het stuk blijven de personages over in een leeg en onttakeld ziekenhuis, zonder patiënten. Topper: ‘Dat schreef Rob terwijl het ­gewoon nog draaide! Het is wel heel treurig dat dat doemscenario nu ­werkelijkheid is geworden.’

Dood Paard: The Tragedy of Slaughtervaart, in Broedplaats Lely, Amsterdam. Première 9/11.
Daar t/m 24/11. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.