Lustmoord met bessensiroop

Toen 'American Psycho' van Bret Easton Ellis in 1991 verscheen, raakten de gemoederen danig verhit. Voor een auteur die geen stelling innam in een boek vol gewelddadigheden was weinig begrip....

EEN maand lang liet Patrick Bateman trouw van zich horen. Dagelijks postte hij een elektronische brief, waarin hij berichtte over zijn angsten, neuroses, zijn therapie en zijn bioscoopbezoeken met zoontje P.B.; 'We gingen met de zwarte Mercedes Gelandewagen die Arnold Schwarzenegger en Tommy Hilfiger ook hebben. P.B. is gek op die auto omdat hij zo hoog is'.

Patrick Bateman, die in Bret Easton Ellis' roman American Psycho minnaressen vastspijkert aan de vloer, hun vingers afbijt, tepels afknipt, lippen wegsnijdt, de tong uitrukt en hen ook nog eens in de mond neukt, is een penvriend geworden. Via emails probeert hij contact te leggen met potentiële klanten. Niet om met hen te gaan eten in Dorsia ('de vis met tulpen en kaneel schijnt aardig te zijn'), maar om hen te verleiden naar hem te komen kijken in de bioscoop.

Het monster is terug!

Het personage dat in 1991 de literaire wereld op z'n grondvesten deed schudden, heeft een tweede leven gekregen. De acteur Christian Bale oogt in de film American Psycho precies zoals Ellis hem beschreef: perfect lichaam, maatpakken, kasjmier overhemden en om de pols een platina 1938 Breguet horloge - 'een mindere versie in rood goud deed laatst op een veiling in Londen 217 duizend dollar'.

Ook op celluloid kan Bateman niet liefhebben. Hij hecht meer waarde aan kleding dan aan huid en zoekt in vrouwenlichamen met messen, boren en zagen naar zoiets als warmte. Toch is Bateman dezelfde niet meer. Hij is een performer geworden; of hij nou pocht over het papiersoort van zijn business card of met een mes wrikt in de oogkas van een zwerver - de seriemoordenaar werkt op de lachspieren. Sterker: Marion Harrons regie heeft verdacht veel weg van een mop over een verhaal dat tien jaar geleden de wereld om inmiddels onbegrijpelijke redenen in rep en roer bracht.

Het verschijnen van de roman American Psycho, in 1991, leidde tot een polemiek in de media. Ellis' weigering om in zijn roman een moreel oordeel uit te spreken over de verkrachtingen en slachtpartijen, bracht uitgeverij Simon & Schuster ertoe het boek over de moordende stock broker niet op de markt te brengen. 'Een amoreel werk', oordeelde de uitgever. Terwijl eerder, voordat critici op basis van illegaal verspreide drukproeven het boek neersabelden, een voorschot van bijna een miljoen gulden aan Ellis was overgemaakt.

Vintage Books ging wel tot uitgave over. Het verguisde boek werd een bestseller en een van de meest opzienbarende romans van de jaren negentig. De oneindig lijkende woordenstroom met verwijzingen naar dure kledingmerken, popsongs en slechte films, gelardeerd met minutieus beschreven misdaden, bracht critici in verwarring. Vooral doordat het geweld zo plotseling losbarst. Zomaar, uit het niets, zonder freudiaanse duiding, morele fundamenten of andere verklaringen.

'Vanaf de allereerste voorbereiding is American Psycho door ons benaderd als een satire', zegt Christian Bale na de Europese première in Berlijn. 'Ik las eerst het script, en pas daarna ben ik het boek gaan lezen; om beide versies heb ik vooral erg moeten lachen.'

Harron drijft al in de eerste scène de spot met de verwachtingen die American Psycho aankleven. Daarin glijden rode druppels over een witte achtergrond. Bloed! Toch? Het is bessensiroop dat over een dessert in een van Batemans favoriete eethuizen druipt.

In de roman staat het geweld in geen verhouding tot de moraal van het verhaal: die is er niet. Ellis beschrijft bijna toonloos, neutraal wat z'n hoofdfiguur uitspookt. Patrick Bateman is geen good guy en geen bad guy. Hij is een nihilist.

Het kan niet anders of regisseur Quentin Tarantino heeft American Psycho met plezier gelezen. Daar waar Hollywood nog altijd een strikt onderscheid tussen goed en slecht hanteerde, gooide Tarantino met Reservoir Dogs - dat amper een jaar na American Psycho uitkwam - het roer om.

American Psycho maakte de weg vrij in de literatuur, Tarantino borduurde erop door in zijn films; hij stond aan het begin van wat later de Nouvelle Violence werd genoemd. In Reservoir Dogs maakte Tarantino van folteringen vermakelijke intermezzi. De huurmoordenaars in Pulp Fiction waren komedianten.

Dat Tarantino - je zou haast kunnen zeggen: in navolging van Ellis - aan iets essentieels van de tijdgeest raakte, valt af te lezen aan het succes van zijn werk. Net als American Psycho was Pulp Fiction meer dan een culthit. Tot stomme verbazing van Hollywood - daar had niemand durven dromen dat een dergelijke brutale afrekening met klassieke verhaalwetten zo'n groot publiek zou aanspreken.

De Nouvelle Violence was een reactie op de gewelddadige samenleving, zoals die dagelijks op de televisie wordt uitgeserveerd. De werkelijkheid van serie-moordenaars en schoolplein-moorden, breed uitgemeten in breaking news en misdaadjournaals, haalde de fictie in. De fictie vond op haar beurt het geweld opnieuw uit.

Ellis koos voor een wereld waarin het kwaad eruitziet als moeders mooiste. Tarantino voegde daar relativerende humor aan toe. Hij laat moorden plegen te midden van dialogen over quarterpounders, mayonaise en pannenkoeken met jam.

Na Tarantino volgden tal van regisseurs, onder wie Abel Ferrara en, in Europa, Michael Haneke: zij gingen nóg een stap verder door de bioscoopbezoeker in zijn confrontatie met moordenaars geen enkel houvast te geven. Het kwaad werd niet meer afgestraft, en kreeg het uiterlijk van jongens die eieren komen lenen, een politie-agent, een basketbal spelende scholier.

MET de verfilming van American Psycho is de cirkel rondom Ellis' roman - die bijvoorbeeld ook de teksten van gangsta rappers en de toneelliteratuur van Werner Schwab omvat - weer gesloten: Patrick Bateman, voorheen monster en thans vooral showbink, is een parodie op zichzelf geworden. Scenarioschrijfster Guinevere Turner schoof Batemans passies voor geweld, seks en popmuziek in elkaar. Dat maakt hem tot een maniak. Een geestige maniak, dat wel, maar ongevaarlijk. Aan het slot van de film neemt zelfs zijn eigen advocaat hem niet serieus; 'moorden gepleegd? Leuke grap, maar nu back to business', luidt de repliek op Batemans bekentenis.

De film drijft de spot met Batemans razernij, en neemt daarmee afstand van diens verontrustende dubbelzinnigheid. De man die onaangedaan, zonder geweten, heen en weer huppelde tussen lustmoorden, vergaderingen en diners is in 2000 een freak. Terwijl gehuurde vrouwen op bed hun benen spreiden, is hij in de weer met kleerhangers en scheermessen, onderwijl uitvoerig verhalend over Katrina and the Waves, Genesis ('of nog beter: het solo-werk van Phil Collins') en Whitney Houston, wier The Greatest Love of All een ode aan zelfbehoud zou zijn.

'Omdat het onmogelijk is anderen lief te hebben, moeten we ons zelf liefhebben. Dat is de belangrijke boodschap die het lied ons brengt', snoeft Bateman, voordat hij zich op zijn slagerswerk richt, waarvan met bloedspatten en zompige geluiden alleen de suggestie wordt gewekt.

De scène is de light-versie van die uit het boek, waarin Bateman met een mes een prostituée doorklieft om daarna een andere te elektrocuteren - 'haar ogen staan wijd open en zijn glazig en haar mond waar de lippen aan ontbreken is zwart en er is ook een zwart gat waar haar vagina hoort te zitten (al herinner ik me niet meer er iets mee gedaan te hebben)'.

Waar Ellis en later ook Tarantino kozen voor het plastische, voor de overdrijving in geweld scènes (een overvaller danst op Steelers Wheels Stuck in the Middle of You en snijdt terloops bij een geknevelde man een oor af), zoekt Harron het onbehaaglijke in Batemans omgeving. Zijn appartement, ten westen van Central Park in New York, is een oefening in zelfbeheersing. In het kale, zwart-witte vertrek, met kunst van Andy Warhol en Damien Hirst én een ingelijst affiche van Les Misérables aan de muur, domineert de smaak van de dwangneuroot, van een man die denkt dat hij alles onder controle heeft, en met sigaren, knuppels, spijkers en tanden een minnares bewerkt omdat zij een Armani-pak aanziet voor een ontwerp van Garrick Anderson.

De Amerikaanse première, twee maanden geleden, verliep zonder kabaal. Er waren, tegen een achtergrond van veelal positieve kritieken, slechts enkele wanklanken te horen. Huey Lewis eiste dat zijn song Hip To Be Square - een van Batemans favorieten - van de soundtrack werd verwijderd, en er was gesteggel met de filmkeuring over een seksscène; de komedie kreeg in eerste instantie een R-rating, een zogenaamde kiss of death, die overeenkomt met de status van een pornofilm.

In de bewuste scène bedrijft Bateman seks met alweer twee prostituées. Het is een van de echt grappige momenten, omdat Harron er een regelrechte parodie op porno van maakt. Net als in seksfilms toont zij tussenshots van het gezicht van de man. Alleen heeft hij niet het stereotiepe rood aangelopen hoofd. De lustmoordenaar kijkt verveeld naar zijn eigen spiegelbeeld. Hij strijkt met zijn handen door zijn immer in model zittende kapsel, terwijl de vrouwen angstig naar hem opkijken. Dat laatste was volgens de Amerikaanse filmkeuring net iets te vrouwonvriendelijk - wat maar weer duidelijk maakt dat de wetten van de realiteit niks met fictie van doen hebben.

DE maatschappij verandert, de film verandert. Bijna 25 jaar geleden had in Taxi Driver geweld een morele betekenis; chauffeur Travis Bickle krijgt bijna de hele film de tijd om zijn schietpartij te verantwoorden met een litanie over de verloederde straten van New York, waarvoor hij corrupte politici verantwoordelijk houdt.

Bij Bateman ligt op een rekje in de ijskast, naast de kaviaar, een afgehakt hoofd, en hangen in de kledingkast, tussen maatpakken en Brioni-hemden, met bijlen bewerkte vrouwenlichamen.

Dat is lachwekkend. Fraai gestileerd ook. Maar het ongemak, dat in 1991 de aloude discussie deed oplaaien over de invloed van gewelddadige fictie op de werkelijkheid, is geneutraliseerd door een alles glad strijkende ironie.

Patrick Bateman zelf kan goed leven met zijn nieuwe, komische imago, zo blijkt uit zijn emails, die door zijn schepper, Bret Easton Ellis, zijn geschreven. De yup is meegegroeid met zijn tijd. Hij verbeeldt niet meer de opgefokte graaicultuur uit de jaren tachtig, maar heeft, volgens de eisen van de huidige tijd, alles om in een soap hoog te scoren: een puissant rijke, ontevreden boef met het voorkomen van de ideale man - zeg maar, een moderne versie van Norman Bates, klaar voor nóg drie sequels.

Na zijn echtscheiding van voormalige secretaresse Jean ('Ze wil 189 duizend dollar alimentatie per maand! Terwijl ze in een huis van 30 duizend is groot geworden!') is hij vertrokken naar Zuid-Frankrijk, waar hij een suite heeft gehuurd in Hotel du Cap in Antibes, nabij Cannes. Bateman hoopt aan de Côte d'Azur bij te komen van de voorbije jaren - wat wel gaat lukken; in het vliegtuig kon hij al genieten van een film die begint met rode druppels over een witte achtergrond.

Met therapie is hij trouwens gestopt. De psychiater is er met zijn ex vandoor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden