Lulu is visueel een meesterwerk, de rest is een exercitie

Het oog komt niets tekort in de Lulu-voorstelling van beeldend kunstenaar William Kentridge. De rest van zijn regie voelt helaas aan als een exercitie. De interactie tussen de personages kent de opwinding van een ochtend op kantoor.

Beeld .

De benen van Lulu, die willen wat. Als Alban Berg ze in zijn opera Lulu van dichtbij bekijkt, ziet hij enkels als 'een grazioso'. De knieën: 'een misterioso'. En als het voormalige bloemenverkoopstertje haar benen spreidt, bespeurt hij 'het geweldige andante van de wellust'.

Geen slecht idee van William Kentridge, de Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenaar, om in zijn Holland-Festivalvoorstelling die benen te verheffen tot beeldrijm.

Lulu danst zichzelf immers uit de goot. En met haar benen verleidt ze niet alleen haar ontdekker, Dr. Schön, maar ook een rits andere minnaars, die stuk voor stuk kennismaken met een natuurwet. Wie Lulu liefheeft, vindt de dood.

Lulu's schepper, de Duitse auteur Frank Wedekind, omschreef haar rond 1890 nog tamelijk goedmoedig als 'ein Prachtexemplar von Weib'. Toen Alban Berg haar vier decennia later voor zijn opera oppikte in Wenen, was er een freudiaanse revolutie overheen gegaan. Sindsdien kampen Lulu-vorsers met broeierige verklevingen van seks, geweld en moraal.

Is ze een berekenend kreng dat zichzelf omhoog neukt? Of eerder een zielepoot die door kerels wordt misbruikt? Hoe krijgt Lulu het trouwens voor elkaar dat iedereen voor haar door de knieën zinkt, van gymnasiast tot grijsaard?

Visueel

Projectie, vindt regisseur William Kentridge. Mannen zien in Lulu wat ze wíllen zien. Toevallig heeft Kentridge van projectie zijn specialiteit gemaakt. Net als eerder in opera's van Mozart en Sjostakovitsj past hij de techniek in Lulu een avond lang toe. Zijn virtuoze repertoire reikt van een tekenvel met daarop een mond of schaamhaar, tot imposante, toneelvullende animatie- en filmscènes.

Het oog komt niets tekort bij de man die vorig jaar op het Holland Festival imponeerde met houtskoolanimaties bij Schuberts Winterreise. Prachtig, in Lulu, is de binnenhuisweelde uit het Weense interbellum. Kluisterend zijn de filmsequenties op panelen. Luguber soms, het effect van dikke zwarte lijnen die zich een weg vreten over de toneelmond.

Tegelijkertijd heeft het visuele zoveel van Kentridges concentratie opgeslokt dat de rest aanvoelt als een exercitie. Zie de zangers en acteurs drentelen. Hun personages lijden aan verlangens en een driftleven. Ze moeten wat, met elkaar. Helaas kent hun interactie de opwinding van een ochtend op kantoor.

Opera en beeldende kunst

De Nationale Opera heeft een reputatie in het werken met visuele kunstenaars.

William Kentridge is niet de eerste beeldend kunstenaar die bij De Nationale Opera aan de slag gaat. Onder artistiek directeur Pierre Audi heeft het operahuis een reputatie verworven in het werken met visuele artiesten. Het begon in 1991 met Jannis Kounellis, die beeld leverde bij eenakters van Arnold Schönberg en Morton Feldman. Later waagde Georg Baselitz zich aan Punch and Judy van Harrison Birtwistle. Karel Appel kwam voor een productie van Mozarts Zauberflöte. In 2012 dreigde een logistieke nachtmerrie rond een megaspiegel van gepolijst metaal die Anish Kapoor had ontworpen voor Wagners Parsifal. Bijtijds ontdekte een spiegelmakerij in Zuid-Limburg een nieuwe manier van aluminiumfrezen. Daardoor kon de reuzenverpakking van 7 bij 7 meter achterwege blijven. Een zeecontainer volstond voor het vervoer.

Agressieve cocktail van seks en humor

Tot de knipogen die Kentridge uitdeelt, behoort een foto van Hanna Fuchs, de geheime minnares die Alban erop nahield. De neppianiste die om mysterieuze redenen doorlopend in beeld is, heeft de poses en het pagekopje gekregen van Louise Brooks, een beroemde film-Lulu.

Onder de maat zingt niemand, in lastige, atonale lijnen die als inktspetters op papier staan. Bij sopraan Mojca Erdmann loopt de stemgymnastiek gesmeerd, maar haar bescheiden geluid en muurbloempjesfysiek maken van haar geen gedroomde Lulu. Onopvallendheid kleeft ook de mezzo Jennifer Larmore aan, als Lulu's lesbische bewonderaarster Geschwitz.

De heren staan steviger in de schoenen. Schigolch, al dan niet Lulu's vader, zit geramd in de baritonkeel van de oude rot Franz Grundheber. Als de atleet Rodrigo geeft Werner Van Mechelen een fraai stuk spreektheater weg. Toch zou je ook bariton Johan Reuter (Dr. Schön) en tenor Daniel Brenna (zijn componerende zoon) liever overhevelen naar de inkervende Amsterdamse Lulu van tien jaar geleden. Toen brouwde regisseur Peter Konwitschny een agressieve cocktail van seks en humor.

Nu kwamen uit de orkestbak milde klanken. Lothar Zagrosek, de Duitse operaveteraan die de Lulu-klus heeft overgenomen van Fabio Luisi, kent het geheim van een verzadigde strijkersklank. In de instrumentale tussenspelen liet hij het Koninklijk Concertgebouworkest fonkelen. Het meerduidige van Alban Bergs partituur - een korset waaruit expressief vlees gulpt -had hij steviger kunnen accentueren. Nu liep Lulu tot slot wel erg gewoon in Jack the Rippers mes.

Alban Berg: Lulu. Regie: William Kentridge. Koninklijk Concertgebouw-orkest o.l.v. Lothar Zagrosek. Gezien: Amsterdam, De Nationale Opera, 1/6. Voorstellingen t/m 28/6. In de open lucht: 23/6, Park Frankendael, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden