'Lul er maar niet over, zing me maar'

Lange tijd was hij vooral de man van Wim Sonneveld: Friso Wiegersma. Nu is er een liedjesprogramma geheel gewijd aan hem, een hommage aan de tekstdichter van Het Dorp....

'Hans, schatje?' roept Friso Wiegersma, van achteruit de spelersbus 'Hvan Opus One Theaterproducties.

'Ja, liefje?' galmt Hans van der Woude terug. 'Die popzanger die dat spleetje tussen zijn tanden had, hoe heet die ook alweer?'

'Bedoel je Rob de Nijs?'

'Oh ja, natuurlijk, Rob de Nijs. Haha!'

Friso Wiegersma (78) is, zegt hij, 'oudemannerig af en toe wat namen kwijt', maar verder is hij zijn onderhoudende zelf tijdens de meer dan twee uur durende reis naar het Brabantse Someren. En veel later, op de terugweg, pakt hij vrolijk de draad weer op; dan komen ook kwesties aan de orde als de oorsprong van Sinterklaas en die van het biljartspel, vraagstukken die hem mateloos intrigeren. Wiegersma heeft reden om opgetogen te zijn. De theatershow Telkens Weer Het Dorp; een hommage aan tekstdichter Friso Wiegersma waarin een selectie uit zijn werk wordt uitgevoerd door Jenny Arean, Marnix Kappers, Tony Neef en Joke de Kruijf, onder muzikale begeleiding van Ruud Bos, dreigt een publiekssucces te worden. Zelf uit hij zijn opgetogenheid ingetogen ('Ik kijk met bevreemding naar dat enthousiasme.'), vriend en levenspartner Hans van der Woude is uitbundiger. Hij spreekt van 'een hit' en van 'eindelijk erkenning op eigen titel, op eigen kwaliteit'.

Tijdens de eerste try out, in Zwijndrecht spande het erom. Het publiek verwachtte een cabaretprogramma, wat volgde was een mooi aangekleede liedjesavond. Een cabaretprogramma, dat was aanvankelijk ook de bedoeling. Maar uiteindelijk sneuvelden bijna alle als leuk bedoelde tussenteksten, omdat ze niet werkten. Tot opluchting van Wiegersma. 'Ik heb meteen gezegd: ”Lul er maar niet over, zing me maar.” En zo is het gegaan. Voor een tekstschrijver heeft dat als voordeel dat de mensen gedwongen zijn om naar die liedjes te luisteren.'

Een 'overzichtstentoonstelling', noemt Hans van der Woude het programma. In feite is de productie het logische vervolg op het in 2000 verschenen boek Telkens Weer Het Dorp, een 'artistieke biografie', waarin het werk van Wiegersma bijeen werd gebracht. Daarmee trad de tekstdichter voor het eerst op de voorgrond. Lang was hij vooral bekend als Wim Sonnevelds vriend, die daarnaast ook teksten schreef, schilderde en kostuums en decors ontwierp. Een bestaan in de schaduw van de grote meester. Weinig mensen die wisten dat Wiegersma de teksten schreef van klassiekers als Het Dorp, Nikkelen Nelis en ook Telkens Weer (Willeke Alberti). Op Wim Sonnevelds aanraden nam Wiegersma aanvankelijk zelfs 'een schuilnaam' aan: Hugo Verhage.

Na de dood van Sonneveld, in 1974, bleef Wiegersma schrijven, maar alleen in opdracht en naast het schilderen, zijn grootste liefde. Die verbrokkeling – of veelzijdigheid – speelde hem parten. Zijn oeuvre werd nooit echt groot en, zegt hij, 'niet zelden vonden tekstschrijvers dat ik maar moest schilderen, terwijl schilders vonden dat ik maar teksten moest dichten. Als je twee dingen deed, dan kon het nooit wat zijn.' Het kon zijn humeur niet verpesten. Maar Hans van der Woude riep van tijd tot tijd strijdlustig: 'Ze zullen wéten hoe goed je bent.' Uiteindelijk was het de producent Maarten Voogel die het idee kreeg voor een theatershow op basis van Wiegersma's teksten.

Vandaar dat we nu in Someren zijn, in het multifunctionele gebouw De Ruchte, voor de laatste try-out voor de première in Amstelveen. Een uitverkocht zaaltje, 380 mensen, à la recherche du temps perdu, zoals Van der Woude het omschrijft, om niet te zeggen: in blije afwachting van een nostalgisch avondje Nederlands cultureel erfgoed. Een extra dimensie vormt de nabijheid van Deurne, Wiegersma's geboortedorp, dat model stond voor Het Dorp. Begin jaren zeventig, werd het liedje een groot succes, volgens Wiegersma onder invloed van het opkomende milieubewustzijn. Na de dood van Sonneveld groeide Het Dorp uit tot zijn bekendste liedje, soms bekender dan Wiegersma lief was. 'Op de Uitmarkt in Amsterdam zongen twintigduizend mensen de tekst mee met Karin Bloemen. Ik zei tegen Hans: ”Ze kennen het beter dan het Wilhelmus. Dit moet het begin van het einde zijn”.'

In Someren blijft de aanwezigheid van de tekstdichter niet onopgemerkt. Mensen vertellen hem dat hun vader nog patiënt was bij zijn vader, de flamboyante huisarts/schilder Hendrik Wiegersma, wiens verhalen ten grondslag lagen aan de beroemdste roman van zijn vriend Anton Coolen, Dorp aan de rivier. Omroep Brabant vraagt nu aan Friso Wiegersma of hij zich nog Brabander voelt, hijzelf is verguld met de ontmoeting met een vrouw die in 1974 Sonneveld verpleegde. Misschien wel door zijn prominente aanwezigheid is het publiek voor de pauze wat timide, het geklap en gelach is nog wat onderdrukt. Maar na de hervatting breekt het enthousiasme spontaan los. Jenny Areans uitvoering van Nikkelen Nelis ('Zij kon het lonken niet laten') neemt de laatste remmingen weg, waarna Marnix Kappers succes heeft met zijn interpretaties van Moeder en Lieveling. Wiegersma kan, naarmate de avond vordert, een glundering moeilijk onderdrukken. 'Het leukste is dat de liedjes ook aanslaan bij dertigers en veertigers. Mijn teksten zijn toch vrij klassiek, maar ze vinden het mooi.'

Het blijft een vreemde ervaring voor Wiegersma om zijn liedjes, in het verleden veelal gezongen door Sonneveld, maar ook door Frans Halsema, door theatergroep Purper en door Karin Bloemen, nu in nieuwe uitvoeringen te zien. Enkele nummers komen voor het eerst goed uit de verf, vindt hij. Zoals Sigaret, in de uitvoering van Tony Neef en Moeder, een liedje waarin de ik-figuur het slachtoffer is van verstikkende 'moederliefde'. Wiegersma: 'Wim vond die tekst toch wat genant, dus zong hij er een beetje overheen. De uitvoering van Marnix Kappers is recht voor zijn raap, dat werkt heel komisch, mensen moeten er vreselijk om lachen, juist omdat het zo genant en tragisch is.' Een hoogtepunt is Het lachen, gezongen door Jenny Arean. Het is het enige liedje dat Wiegersma uit zichzelf schreef, na de dood van Wim Sonneveld. Over 'het lachen dat we samen deden'.

Nu dat het lachen me vergaat

En mij het huilen nader staat

Nu alles mis is, alles mis

En niets meer, niets meer over is

Van alles wat we samen waren

Van alles wat wel overdacht

Was opgekweekt, tot bloei gebracht

Nu van die tuin, van onze tuin

Niets over is dan enkel puin

En dode bloemen, dorre blaren

Nu alles weg is en verloren

Blijf ik de hemel weet waarom

Nog steeds dat lachen in me horen

'Mijn teksten zijn vooral herkenbaar door de toon', had hij al gezegd. 'Er zit ironie in, maar ook mededogen met de mensen over wie ik schrijf. Zoals Elsschot dat had in zijn gedichten. Ik bewaar altijd een zekere afstand, maar in wezen ben ik een melancholicus en dat zie je in mijn teksten natuurlijk terug. Daarnaast zit er een flauwekulkant in mij, die ik door Wim heb ontdekt. Daarom is dit programma een mooie mix geworden van melancholie en hatsiekadee.'

Nee, hij is geen nieuwlichter, nooit geweest ook. 'Als decorateur en kostuumontwerper was ik al van de oude stempel. Ik ben daar net op tijd mee opgehouden, op het moment dat de kille wind van het geëngageerde toneel begon te blazen, eind jaren zestig. Macbeth spelen in klassieke kostuums, dat geldt nu als een doodzonde.'Het regisseurstoneel, dat werd het nieuwe dogma, zoals de schilderkunst abstract hoorde te zijn en teksten hard, schrijnend, fel en aanklagend. Maar Wiegersma maakte figuratief schilderwerk en verhalende teksten. 'Meer smaken heb ik niet. Het zou nep zijn als ik het opeens anders ging doen.'

Hij voelt zich, tot op zekere hoogte, verwant met schrijvers als Jan Boerstoel, Michel van der Plas en Ivo de Wijs, al is zijn eigen oeuvre bescheidener. Nieuwe namen dienen zich nauwelijks aan, constateert hij. 'Het is een genre dat lijkt uit te sterven. Ik ken ook maar weinig mensen in het theater voor wie ik nu nog teksten zou kunnen schrijven. Karin Bloemen ja, maar dan houdt het al bijna op. Gelukkig ben ik zo ongeveer wel klaar. Met dit programma is de cirkel mooi rond.'

De show eindigt – uiteraard – met Het Dorp, in samenzang, waarbij Wim Sonneveld zingend op een videoscherm verschijnt. Wiegersma: 'Iedere keer als ik dat zie, denk ik: ”Wat is hij toch goed”. Dat zeg ik dan ook: ”Goed zo, jongen”.'

Na afloop laat hij zich gewillig fêteren in wat doorgaat voor de foyer. Mensen willen hem de hand schudden, of ze willen dat hij zijn tekstboek signeert. 'Ik ben een wonderoudje,' zegt hij en trekt zijn olijke gezicht.

Een paar dagen later, in Amstelveen, krijgt Wiegersma een ovationeel applaus na de première. De echte kritiek moet dan nog volgen. 'Maar ja, dat kan me op mijn leeftijd eerlijk gezegd geen lor meer schelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden