Lowlands: revival van de warmbloedige nineties-dance

Het programma van Lowlands, volgend weekend in Biddinghuizen, kent dit jaar veel frisse, soms nog volslagen onbekende en in elk geval avontuurlijke pop en dance. De terugkerende nineties-dance viert hoogtij. Hier alvast een vooruitblik.

The Prodigy.Beeld ANP

Het was hartverwarmend en tegelijk een tikje verontrustend. De concerten van Underworld in maart dit jaar - eerst in de Amsterdamse Paradiso, later in het Eindhovense Klokgebouw - hadden iets van een schoolreünie, waarbij de deelnemers elkaar eerst even aarzelend en lichtelijk gegeneerd in de ogen keken om daarna een partij bandeloze lol te gaan trappen. Ja, we worden ouder, maar laat ons in godsnaam dansen op de vulkaan.

Underworld speelde de klassieke danceplaat Dubnobasswithmyheadman uit 1994, en om dat mirakel na ruim twintig jaar nog eens te aanschouwen, verzamelde zich een generatie veertigers die vanaf midden jaren negentig iets bijzonders had ervaren. Elektronische dansmuziek, tot daarvoor nog een sektarisch fenomeen dat zich openbaarde in obscure dansreservaten waar je als gitaarbandjesliefhebber niet gesignaleerd wilde worden, werd dankzij Underworld en een hele batterij navolgende dance-acts ineens popmuziek.

Muziek die live bovendien sacrale vormen kon aannemen en een minstens zo euforische roes door het lijf kon blazen als de meest meeslepende arenarockband. Dance werd door Underworld, Orbital, Leftfield, The Chemical Brothers en The Prodigy als gezichtsbepalende pop uitgerold in de jaren negentig en uiteindelijk zelfs geaccepteerd door die grungejongens in geruite bloesjes.

Niet meer dan gepast dus dat Underworld dit jaar de aftrap gaf voor weer eens een revival in de popmuziek. Na de wegkwijnende synths van het briljant uitgevoerde jarennegentig-anthem Born Slippy in het Klokgebouw gingen de sluizen open en verschenen de comebackplaten. Eerst van The Prodigy. Daarna een nieuw album van Paul Hartnoll van Orbital. Leftfield kwam door met het verrassend leuke Alternative Light Source. Uiteraard meldden zich The Chemical Brothers en zelfs The Orb gaf ons weer een blik in de immer uitdijende elektronische kosmos.

En jawel: de kenmerkende big beats, de bombastische maar o zo aanstekelijke rockdrums in verknipt breakbeat- en sampleformaat, keerden terug in de hedendaagse dance van bijvoorbeeld Blanck Mass en technoproducer Scuba, maar ook in de electrorock van Awolnation - óók aanwezig op Lowlands. Wedergeboorte compleet.

Zanger Karl Hyde van Underworld.Beeld ANP

Vijf sterren voor Underworld

Underworld speelde meer dan 21 jaar na het verschijnen van hun baanbrekende album Dubnobasswithmyheadman de plaat opnieuw. Het concert in Paradiso was een perfecte uitvoering. Stilstaan was geen optie zag Gijsbert Kamer tijdens het concert in maart dit jaar.

Opkomende dance

Ook terecht dat juist Lowlands dit jaar de revival van de nineties-dance mag vieren met optredens van - nog één keertje dan - Underworld, The Chemical Brothers en zelfs de hedendaagse volgers in de elektronische rock. Lowlands was als trendsettend, maar toch ook vooral nogal dwars en hardrockend festival in de jaren negentig een grote aanjager van de opkomende dance. Al bij de tweede editie in 1994 werd Underworld opgevoerd voor een toch wat met de ogen knipperend rockpubliek, dat zich vooral had gemeld voor het beukwerk van bijvoorbeeld Biohazard en Helmet, of Life of Agony, Mucky Pup en Motorpsycho.

Het werd een memorabel want ook toen al ijzersterk optreden, waarbij de Bravo voor het eerst echt kon worden ervaren als die opwindende en altijd fijn schemerige dancetent. Het rockpubliek, waarbij die vrijdag 26 augustus kennelijk een kwartje was gevallen, sloot de dag erna toch ook maar eens aan bij de optredens van Speedy J en Quazar, want het had een vreemde kieteling in de onderbuik gevoeld en die vervoering was voor herhaling vatbaar. En zo kwam er dynamiek in het jarenlang door gitaren gedomineerde popfestival en werd de nineties-dance zelfs onmisbaar. Ze kwamen op afroep voorbij op Lowlands: Orbital, The Chemical Brothers en natuurlijk The Prodigy. En Pinkpop kon niet achterblijven. De Pinkpopeditie van 1996 bijvoorbeeld was één groot dancebandfeest, met op het programma Underworld, The Chemical Brothers, Orbital, Leftfield en The Prodigy, doodleuk op het podium naast de heftige rock van Sepultura, Rage Against The Machine, Rancid en Metal Molly.

The Chemical Brothers.Beeld ANP

Dance in popformaat

De oervaders van de nineties-dance - Underworld en Orbital - waren hun missie heel keurig begonnen op het uiterste randje van de jaren tachtig. Underworld van Rick Smith en Karl Hyde was in de jaren tachtig al actief als synth- en gitaarpopbandje, maar had in die hoedanigheid nauwelijks succes (kijk hieronder naar de clip Underneath the Radar en begrijp waarom). In 1990 voegde de house en hiphop-dj Darren Emerson zich bij de band en werden de gitaren langzamerhand veroordeeld tot een bijrol. Maar Underworld bleef muziek maken - nu vrijwel geheel elektronisch - in het handzame formaat van de pop: als liedjes met kop en staart en het liefst een al dan niet gezongen refrein.

Zo ook Orbital van de broers Paul en Phil Hartnoll. Het duo had zich genoemd naar de Londense 'orbital' rondweg, langs welke eind jaren tachtig illegale house- en acidfeesten werden gehouden, maar Orbital putte de inspiratie vooral uit de pop- en rockmuziek. De drums en gitaren werden ook bij de broers Hartnoll uit een doosje met een stekker getrokken, op de baanbrekende platen Orbital uit 1991 en Orbital 2 uit 1993. Het nummer Chime uit 1990, in eerste versie opgenomen op het dubbele cassettedeck van vader Hartnoll, was eigenlijk een perfect instrumentaal popliedje met een kalm bliepend acidtrackje, maar vooral een catchy refreintje.

(Tekst loopt door onder de videoclip.)

Twintig jaar platenlabel Skint

Zouden we bij de revival van de nineties-dance toch bijna Fatboy Slim vergeten. Vanaf eind jaren negentig volgde Norman Cook, alias Fatboy Slim, alias Pizzaman, het spoor van The Chemical Brothers, met in juichende big beats gegoten dancehits als Right Here, Right Now en het nog altijd best betoverende Sunset (Bird of Prey).

Het kan geen toeval zijn dat het Britse platenlabel Skint, waarop de muziek van Fatboy Slim verscheen, juist nu een dubbele verzamelaar uitbrengt met topwerk uit de catalogus.

Samen met het label Wall of Sound was Skint een toonaangevende uitgever van big beat en elektronische pop die een constante stroom dance naar de hitlijsten duwde. Van Space Raiders tot Hardknox en Cut La Roc. Op de verzamelaar 20 Years of Being Skint staat bijvoorbeeld het ook al bijna vergeten nummer Lazy van het Britse trio X-Press 2, ook bekend als The Ballistic Brothers, met heerlijk lijzige zang van Talking Head David Byrne. Goed om die ook weer bij de hand te hebben.

Het nummer werd een hit in de dancescene en dus bij die illegale ravefeesten langs de 'orbital', maar stak ook al vriendelijk de hand uit naar de mainstream-popmuziek. Orbital werd in 1990 met Chime uitgenodigd bij het legendarische Britse popprogramma Top of the Pops. Een veelzeggend want vooral uiterst onwennig optreden (te vinden op YouTube): twee jongens achter tafels vol synths, mixtafels en samplekasten, die waarachtig live aan de knoppen draaien. Op het podium toch ook maar een danseres, want anders zou het wel eens heel saai kunnen worden, moet de producent van TOTP hebben gedacht.

Het studiopubliek weet zich duidelijk ook geen raad en gaat maar een beetje meeklappen en -hopsen op het computergestuurde ritme. En zo wordt in die Londense tv-studio feitelijk het startsein gegeven voor de zegetocht van de nineties-dance.

Podiumspektakel

The Prodigy en The Chemical Brothers klaarden de klus en vervolmaakten de mix van pop, punk en rock met dance. De producers Tom Rowlands en Ed Simons van The Chemical Brothers vertaalden scheurende gitaren en straffe drums naar de synths, computers en samplemachines, in euforisch dreunende en steeds maar weer naar climaxen zoekende breakbeats en dus dansmuziek, vermomd als rockliedjes.

Maar wat bandjes als Orbital en The Prodigy écht bijzonder maakte: ze wisten van in potentie bloedsaaie livemuziek, van het draaien aan knoppen, op het podium een spektakel te maken. Orbital improviseerde zelfs elektronisch - nog nooit vertoond - en dat was bij hun grote liveshows te merken ook. Af en toe schoot een ritmetrack finaal langs de baslijn: oeps. Maar hoera, je wist in elk geval zeker dat de muziek daar, ter plaatse, op dat in een waanzinnige lichtshow badende podium, live in elkaar werd gesleuteld. En dan was Orbital zelfs zónder die licht- en lasershow nog leuk om naar te kijken, dankzij de zaklampbrillen van de broers Hartnoll, waarmee zo handig de apparatuur kon worden beschenen.

De eerste liveshow van The Prodigy op Lowlands in 1995 was legendarisch, vooral omdat je hier zag gebeuren hoe het best conservatieve rockpubliek in tent Bravo finaal overstag ging voor die knetterende elektronische ravepunk van die springende mafkees Keith Flint op het podium. Op het hoofdpodium Alpha stond de grungeband Soundgarden te rockschreeuwen, maar na de elektrische ontlading van The Prodigy in buurtent Bravo klonk die blokvormige rock van de Amerikanen toch ook als een laatste doodsreutel van een stervend genre.

Waarom de nineties-dance juist dit jaar opleeft, is moeilijk te verklaren. Psychologiseren is verleidelijk: in de serieuze dance domineerde het afgelopen decennium de minimale techno, soms geniale maar toch ook wat onpersoonlijke muziek met gebrek aan karakter. Vandaar dat de warmbloedige house van de jaren negentig nu weer is opgedoken in het clubleven - muziek met een ziel! - en wie weet is de nineties-dance en de big beat in de zuigstroom van die trend meegetrokken.

Maar veel waarschijnlijker is de revival simpelweg een gevolg van de cyclische beweging van de mode, die nu eenmaal steeds na twee decennia terugkeert. In de jaren nul wentelden we ons in de muziek van de jaren tachtig, nu is de bandjesdance van de nineties aan de beurt.

Hoe dan ook vieren we volgend weekend in Biddinghuizen feest alsof het 1995 is.

Lowlands, van 21 t/m 23 augustus in Biddinghuizen.

Ook op Lowlands: de rockdance van Awolnation

De dance van de nineties kreeg in de jaren nul natuurlijk een vervolg, bijvoorbeeld bij de grote Franse live-acts van Justice en uiteraard Daft Punk. Juist die bands hebben de ietwat bombastische rockdance van het Amerikaanse Awolnation beïnvloed, liet zanger en liedschrijver Aaron Bruno weten in interviews. Hij was in de jaren negentig te jong om de sensatie van Underworld en The Chemical Brothers mee te maken, maar die lichtende voorbeelden heeft hij later wel bestudeerd om zijn elektronische rock en vooral zijn live-shows naar te modelleren.Awolnation is niet helemaal een navolger van de nineties-dance, daarvoor zingt Bruno te veel zachtmoedige ballads, wel zijn er overeenkomsten. De popdance wordt in elk geval volledig live gespeeld door een band inclusief gitaren. Het is de omgekeerde wereld: Awolnation laat de razende synths in de in Amerika zeer populaire singles Sail en Burn It Down live vertolken door elektrische (en vervormde) gitaar, om het publiek maar wat ‘levends’ voor te schotelen.Bovendien bereikt Aaron Bruno in de Verenigde Staten momenteel wat bands als Orbital en Underworld bij ons in de jaren negentig voor elkaar kregen: zijn muziek wordt gedeeld door dance- en rockkringen en zijn hits verschijnen dus ook in zowel de dance- als de alternatieve rockcharts. In Amerika is Awolnation, zeker na de recente plaat Run, inmiddels een grootheid overigens vooral dankzij het gebruik van de nummers in film- en gamesoundtracks. In Nederland moet Bruno nog breed doorbreken: eerder dit jaar speelde Awolnation in de Oude Zaal van de Amsterdamse Melkweg. In elk geval een band om te checken in Biddinghuizen, zondag 19.00 uur in de India.

Dancebands: toen en nu

The Chemical Brothers - Exit Planet Dust (1994)
Nooit eerder werd rock zo knap versneden met dance als op de debuutplaat Exit Planet Dust van The Chemical Brothers. Alleen al die openingstrack Leave Home: een behekste synth, gevolgd door een plukkende rockbas, een scheurgitaarsample en ook nog een groovy drummer. En dan op naar de dansvloerclimaxen met ratelende snaredrums. Met het debuut van Chemical Brothers Tom Rowlands en Ed Simons begon het tijdperk van de big beat: grote klappen, snel thuis.

The Chemical Brothers - Born in the Echoes (2015)
De meest verse nineties-dance-comebackplaat is Born in the Echoes van The Chemical Brothers, krap een maandje oud. Geen tegenvaller, vooral dankzij de sterke dansvloervuller Sometimes I Feel So Deserted. Er blijkt in twee decennia weinig veranderd, al is de donderende bassdrum onder het nummer misschien zwaarlijviger en dus dwingender dan destijds. Helaas vinden we op deze aardige plaat te weinig echte arenablazers, waarvoor we de Brothers nu net wél hadden ingehuurd.

The Prodigy - The Fat of the Land (1997)
De Britse punkravers Liam Howlett, Keith Flint en Maxim waren natuurlijk al opgevallen met het album Music for the Jilted Generation uit 1994, maar na Firestarter en Smack my Bitch Up van de danceklassieker The Fat of the Land had echt iedereen het over The Prodigy en die bizarre metrotunnelclip bij Firestarter. Keiharde acid. Plus punk én industriële rock. Samengebracht in heidense elektronische rave, met beukende danceritmen. Het kon ineens allemaal.

The Prodigy - The Day is My Enemy (2015)
Het was even schrikken bij die comebackplaat The Day is My Enemy van The Prodigy. Was het vroeger eigenlijk ook zo lelijk, ging je je afvragen. Zeker niet. De oude Prodigy was onmiskenbaar catchy en soms zelfs een beetje subtiel en lichtvoetig. Maar in nieuwe nummers als The Day is My Enemy en het vreselijk platte Ibiza (met de toch best leuke punkschreeuwers van Sleaford Mods) loopt het trio op lompe rubberlaarzen door de modder na een verregend ravefeest.
Lees hier de volledige driesterrenrecensie.

Leftfield - Leftism (1995)
Een van de mooiste dance-albums van de jaren negentig was de plaat Leftism van Paul Daley en Neil Barnes van het Britse Leftfield. Volgens sommigen misschien wel het eerste echte dance-album, dus een elektronische dansplaat die zich ook echt liet beluisteren als een plaat. Bijzonder: Leftfield vroeg medewerking van musici die buiten de dance opereerden. Het stampende en hypnotiserende dansnummer Open Up, gezongen door Sex Pistol Johnny Rotten, werd zelfs één van de grootste hits van de plaat.

Leftfield - Alternative Light Source (2015)
Het duo Leftfield is niet meer, maar solo maakte Neil Barnes met Alternative Light Source een van de mooiste terugkeerplaten, na een stilte van zestien jaar. Universal Everything is zo'n track die je het liefst een uurtje op repeat wilt afdraaien, vanwege die zuigende bassynthesizers en natuurlijk de wrede, maar toch supersensitieve dansvloerclimaxen. De spanning is om te snijden, ook in de sombere vocale overpeinzingen van het nummer Bilocation. Helaas komt Leftfield voor zijn grote liveshows voorlopig het Verenigd Koninkrijk niet uit.
Lees hier de volledige viersterrenrecensie.

The Orb - The Orb's Adventures Beyond the Ultraworld (1991)
The Orb hoort erbij, maar is om twee redenen een beetje offtopic in deze reeks terugkerende dancebands uit de jaren negentig. De band kwam vanaf 1991 met unieke dancemuziek van conceptuele psychedelica en rustgevende ambient, maar maakte dus niet zoals de rest van dit gezelschap dance als rock of popmuziek. Daarvoor waren de tracks van ruim een kwartier niet radiovriendelijk genoeg. Daarbij: The Orb is nooit weggeweest. Aanvoerder Alex Paterson staat al bijna dertig jaar wekelijks op een dancefeestje te draaien en nog steeds word je geheel drugsvrij tóch stoned bij vooral de nummers van de Orb-klassieker Adventures Beyond the Ultraworld. Het is onmogelijk helder te blijven denken bij de bubbelende elektronische oormassage van bijvoorbeeld Supernova at the End of the Universe.

The Orb - Moonbuilding 2703 AD (2015)
En toch is The Orb met Moonbuilding 2703 AD helemaal terug. Een heerlijk wollige en wazige dubdanceplaat waarin het nieuwe Orb-lid Thomas Fehlmann (ex Palais Schaumburg) structuur aanbrengt met enerverende bassdrums en ritmetracks. Op het nummer MoonScapes 2703 BC kan zelfs (heel rustig) worden gedanst, al moet je het dan wel ruim een kwartier volhouden, want aan een beetje beschaafd doseren doet The Orb nog steeds niet.
Lees hier de volledige viersterrenrecensie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden