Louter juichkreten uit een midwinterhoorn

De schrijver J.J. Voskuil maakte in 1985 wat los door midwinterblazen af te doen als een uit Zwitserland overgewaaide variatie van de alpenhoorn....

HET IS een zondagmiddag in december. In het Abraham Ledeboerpark aan de rand van Enschede hangen de nevelflarden laag over de grond. De vochtige, rode aarde kleeft aan de voetzolen van de spaarzame bezoekers, die de waterkoude trotseren voor een wandeling door de op sterven na dode natuur. Wie ook maar de minste aanleg heeft voor depressiviteit, is binnengebleven, bij open haard, centrale verwarming en Langs de Lijn. De wandelaars in het park zijn gekomen om het laatste doodsgereutel van de natuur te aanhoren, zo lijkt het. Want vanaf twee uur precies klinkt tussen de bomen een melancholiek vier- of vijftonig geluid, dat associaties oproept met het uitblazen van de laatste adem. Bomen, planten en dieren geven zich over. Het is wel genoeg zo. Komt u in het voorjaar maar weer eens aan.

Maar het midwinterhoornblazen in Twente is geen uiting van stervensverdriet, geen ode aan een in zichzelf gekeerde natuur die het voorlopig even voor gezien houdt. Sinds de komst van het Christendom staat het blazen, integendeel, voor de komst van het het licht: de geboorte van Christus. De midwinterhoornblazers kondigen de komst van de Verlosser aan. Je hoort het er misschien niet aan af, maar de natuurtonen die aan de houten hoorns worden ontlokt, worden geacht je reinste juichkreten te zijn.

Ze staan bij de waterput achter het Lammerinkswönner, een uit de achttiende eeuw stammende Saksische boerderij, ook wel los hoes genoemd: een stuk of acht 'leden' van de Enschedese afdeling midwinterhoornblazers. Rondom de put bevinden zich zo'n vijftien bezoekers, die naar het wekelijkse uurtje hoornblazen in het park komen luisteren. Ze zien hoe de blazers elk op hun beurt plaatsnemen bij de put, en een minuut of twee hun krachten aan de hoorn geven, om vervolgens plaats te maken voor een collega. Want het is zwaar werk, dat blazen.

'We blazen altijd na elkaar, nooit tegelijk', legt oud-voorman van het gezelschap Henk Wind uit. 'Midwinterhoorns kun je namelijk niet stemmen, dus als er meerdere tegelijk worden geblazen, klinkt dat hartstikke vals. Alle instrumenten worden immers met de hand gemaakt en elke hoorn heeft zijn eigen individuele tonen en klankkleur. Zelfs als de grondtoon dezelfde is, kunnen de daarop volgende hogere tonen volstrekt van elkaar verschillen.'

Net als de meeste van zijn collega-blazers, heeft Wind zijn instrument zelf vervaardigd. 'Midwinterhoorns worden gemaakt uit het hout van de berk, de els of de waterwilg', vertelt hij, terwijl de anderen lustig doorgaan met het produceren van hun voorwereldlijke klanken. 'Wanneer je een stuk hout hebt gevonden dat geschikt is, schaaf je het bij tot het een ronde vorm heeft gekregen. Daarna zaag je het doormidden en guts je de binnenkant uit. Vervolgens worden de twee helften weer aan elkaar gelijmd, en kun je aan de buitenkant met riet wat versieringen aanbrengen. Als laatste komt het maken van de happe: het mondstuk. Daarvoor wordt vlierhout gebruikt, dat met zijn zachte kern erg geschikt is. De omvang het het gat in dat mondstuk, en ook de vorm ervan, zijn medebepalend voor het uiteindelijke geluid.'

AT DE klanken van de midwinterhoorn, alle blijmoedige bedoelingen ten spijt, eerder weemoedig en sinister dan vrolijk klinken, is gezien de oorsprong van het blaasritueel niet zo verwonderlijk. Het geschiedenisverhaal van de hoorn wil dat het instrument lang geleden, in heidense tijden, gebruikt werd om boze geesten te verjagen. De lange nachten, huilende decemberwinden en dichte nevelpakken maakten het bestaan van deze geesten meer dan aannemelijk. Tot de beruchtsten onder hen behoorden de witte wieven en Derk met de Beer: verschijningen die je maar beter op afstand kon houden. Om deze geesten van de duisternis te verjagen, werden brandende takken in de lucht gegooid, knallende geluiden gemaakt (de voorlopers van het vuurwerk) en klokken geluid (het Sint Thomasluiden). Ook het blazen op de midwinterhoorn behoorde tot deze rituelen.

Bovendien had het blazen tijdens de zonnewende, ofwel het joelfeest, de bedoeling het licht terug te winnen. Daarom werd boven waterputten geblazen: water was een symbool van vruchtbaarheid, en het blazen gaf uiting aan de wens dat het land, de dieren en de mens ook de komende lente weer vruchtbaar zouden zijn. De waterput diende bovendien als klankkast voor het hoorngeschal, dat zo tot op kilometers afstand te horen was. Net als het joelfeest werd het midwinterhoornblazen door het Christendom keurig geïncorporeerd in het feest van Christus' geboorte. Vandaag de dag wordt er geblazen van de eerste zondag van de advent, het feest van Sint Andries, tot aan Driekoningen. Buiten die periode blazen is een doodzonde, zo weet men in Twente.

Over de geschiedenis van het midwinterhoornblazen bestaan overigens uiteenlopende, elkaar soms hevig bestrijdende opvattingen. Zo meent Wind dat het met de symbolische betekenis van het blazen boven de put wel meevalt. 'Vroeger, toen de mensen nog geen lijm hadden, werden de twee helften van de hoorn met riet aan elkaar gebonden. De naad tussen de helften werd gevuld met stoelenmattersbies, waarna de hoorn in de waterput werd gehangen. Na enkele dagen was het hout verzadigd en was de midwinterhoorn dicht. Die techniek levert de zogeheten natte hoorn op. Zo'n hoorn was door al dat water natuurlijk nogal zwaar, dus lieten de blazers het uiteinde op de rand van de put rusten.'

Een aantal jaren geleden zorgde de Almeloër Everhard Jans, auteur van een boek over het midwinterhoornblazen, voor enige consternatie door blazers te adviseren hun hoorn in de periode voorafgaand aan de advent enkele dagen in het water te leggen. Dit zou de klank ten goede komen. Hij had daarbij echter geen rekening gehouden met het feit dat de meeste hoorns tegenwoordig gelijmd zijn: de zogenaamde droge hoorns. Opvolgers van het advies konden hun onbruikbaar geworden instrument dan ook in de open haard gooien.

In januari 1985 besteedde het tv-programma Van Gewest tot Gewest een uitzending aan het midwinterblazen. Daarin verklaarde de inmiddels vooral als schrijver bekende J.J. Voskuil, toen als onderzoeker verbonden aan het P.J. Meertens Instituut voor Volks- en Naamkunde, dat de midwinterhoorn helemaal geen eeuwenoude geschiedenis had, maar pas rond het begin van deze eeuw in Twente was geïntroduceerd door een vakantieganger die in Zwitserland onder bekoring was geraakt van de alpenhoorn.

In het dagblad Tubantia sloegen diverse kenners van Twentse gebruiken geïrriteerd terug. Er werd gewezen op het feit dat Everhard Jans een document uit 1485 uit Sonsbeck bij Kevelaer had aangetroffen, waarin het woord midwinterhoorn valt, en zo waren er nog enkele eeuwenoude verwijzingen naar het blaasritueel, vlak over de Duitse grens (waar nog altijd, op bescheiden schaal, aan midwinterhoornblazen wordt gedaan).

N WAREN daar niet de boeken van Cato Elderink? Die schreef hoe de midwinterhoorn in de achttiende eeuw werd gebruikt door katholieken, die elkaar op deze manier waarschuwden tegen de laatste drost van Twente, die van 1769 tot 1790 in functie was, en als fervent papenhater regelmatig in de katholieke buurtschappen opdook om daar de misvieringen te verstoren. Ook smokkelaars, die in de omgeving van Kotten boter en koffie naar Duitsland smokkelden, maakten gebruik van de midwinterhoorn om elkaar voor de douane te waarschuwen. De verwarring van de Zwitserse en Twentse blaastradities was volgens Jans terug te voeren op het feit dat een Engelse deskundige in 1978 de midwinterhoorn 'de alpenhoorn van de lage landen' had genoemd.

'Vast staat dat de traditie van het midwinterblazen rond de eeuwwisseling aan het uitsterven was', aldus Wind. 'Het ding hing aan de muur, maar nog slechts in weinig families wist men hoe men moest blazen.' Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam het tot een opleving van de traditie.

Naar aanleiding van de inspanningen van Ton Borghuis uit Oldenzaal ontstond nieuwe belangstelling voor traditionele Twentse gebruiken, met name voor het midwinterhoornblazen. Thans zijn zeker vijftien verschillende groepen midwinterblazers actief in de regio, waarbij in totaal enkele honderden blazers zijn aangesloten. 'We proberen ook de jeugd te stimuleren mee te doen aan het gebruik', aldus Wind, wiens eigen zoon ook blaast. 'De jongste deelnemers zijn een jaar of acht.'

Met de toenemende populariteit van het midwinterblazen is echter ook een heuse richtingenstrijd ontstaan. Die stamt al uit 1953, toen in de havezate Everloo bij Rossum werd besloten de midwintertraditie nieuw leven in te blazen. De Kemissie veur 't mirreweenterhoornbloasen werd in het leven geroepen en deze organiseerde een jaarlijkse demonstratie van 't old gebroek, waarbij de beste blazer werd bekroond met de zilveren hoorn. Bij deze demonstraties, die al snel als wedstrijden werden opgevat, kwamen twee manieren van blazen aan het licht: de zogenaamde 'melodieblazers' uit noord-Twente, en de aanhangers van 'n oal'n roop (de oude roep). Aanhangers van de eerste richting proberen melodische klanken uit hun hoorn te halen, iets dat door hun tegenstrevers wordt afgedaan als 'gejodel'.

Toen bleek dat tijdens de jaarlijkse demonstratie bijna altijd de melodieblazers in de prijzen vielen, was dat aanleiding tot een jaarlijks terugkerende ruzie. Er was zelfs een blazer die met een cassetterecorder allerlei oudere collega's langs ging, om zo het gelijk van de oude roep te bewijzen. De laatste jaren is de richtingenstrijd min of meer gesust. Maar de verschillen blijven. 'Wij van de oude roep proberen het authentieke midwinterhoorngeluid te benaderen', zegt Wind. 'De midwinterhoorn is helemaal niet geschikt om zo gekunsteld op te blazen. Het is een oerinstrument dat oerklanken moet voortbrengen.'

E LAATSTE jaren mag het midwinterblazen zich in een enorme populariteit verheugen. 'Op het overdrevene af', vinden sommige Twentenaren zelfs. 'Het is een reactie op het onbehagen van de moderne tijd', meent een van de blazers bij het Lammerinkswönner. 'De mensen zijn bang hun identiteit te verliezen en grijpen terug op oude tradities.' Morgen demonstreren tachtig midwinterhoornblazers van de oude roep hun kunnen tijdens hun jaarlijkse midwinterwandeling, ditmaal in Goor. Aan een optreden buiten het Twentse land moeten Wind en de zijnen niet denken. 'Wij blazen alleen in de omgeving waar het hoort en dat is hier. Natuurlijk krijgen we wel uitnodigingen, zoals bijvoorbeeld voor het programma van Paul de Leeuw. Maar daar gaan wij niet op in. Laat de mensen maar naar Twente komen als ze een midwinterhoorn willen horen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden