Louise Bourgeois: woedende heks bezong de liefde

Met werken hield ze de dood buiten de deur. De kunstenares Louise Bourgeois ontving nog elke ochtend haar assistenten. 10AM is when you come to me is de titel van een prachtige serie tekeningen uit 2007, waarop haar eigen handen en die van haar trouwste assistent, Jerry Gorovoy, veertig keer afgebeeld staan. Een ode aan hem, maar ook een bezwering: hij moest het eens wagen om níét te komen.

Afgelopen zaterdag overleed de Franse kunstenares, 98 jaar oud, in haar woonplaats New York aan een hartaanval. Met haar overlijden komt er een einde aan een oeuvre dat wel voor eeuwig leek door te groeien, en dat zijn gelijke niet kent. Een oeuvre dat enorm breed uitwaaiert, van tekeningen naar beelden en van borduurwerk naar installaties, gemaakt voordat het woord daarvoor uitgevonden was. Van een kunstenares die de liefde en het lichaam bezingt, maar ook raast en tiert als een woedende heks. Haar beelden van latex geslachtsdelen hangend aan vleeshaken, staan na één keer zien in je geheugen gegrift.

Tekenen deed de chronisch slapeloze Bourgeois vooral ’s nachts. Voor haar sculpturen, semiabstract en verwijzend naar lichamen en lichaamsdelen, koos ze voor ongebruikelijke materialen: plastic en latex, toen nog niemand dat deed, en klassiek marmer en brons toen andere beeldhouwers ook met kunststof gingen experimenteren. De laatste jaren waren ze vaak van stof: volgepropte, uitpuilende lichamen met de naden aan de buitenkant.

Samenhangend

Dat heel diverse oeuvre is tegelijkertijd heel erg samenhangend. Al het werk van Louise Bourgeois is terug te brengen tot een paar grote, universele thema’s: haar ouders en het ouderlijk huis, zichzelf, en haar kinderen. Vooral de relatie met haar vader, wiens verhouding met Louises inwonende gouvernante het gezin voorgoed ontwrichtte, heeft haar haar levenlang beziggehouden; woede en jaloezie werden haar drijfveren. Bij een groot publiek werd Bourgeois bekend met de enorme spinnen genaamd Maman: symbool voor tedere, maar ook verstikkende moederliefde.

Het lijkt wel of Louise Bourgeois altijd al oud is geweest. Haar beroemdste portret, in 1982 gemaakt door Robert Mapplethorpe, toont een 71-jarige feeks, gekleed in een jas van apenbont en met een bronzen penis getiteld Fillette, ‘meisje’, onder de arm. Het retrospectief in 1982 van haar werk in het Museum of Modern Arts in New York (MoMa) – de eerste solo van een vrouw in dat museum – én die foto maakten van haar een wereldster.

Die roem is vaak betiteld als laat en plotseling, maar dat is betrekkelijk. Louise Bourgeois tekent vanaf haar 11de in het restauratie-atelier voor tapijten en gobelins van haar ouders. Ze heeft haar eerste expositie op haar 24ste in Parijs, na verschillende studies: tekenen, geometrie, filosofie. Het meest leert ze in de praktijk in ateliers van kunstenaars: ze ontmoet Marcel Duchamp, Alberto Giacometti en Fernand Léger. Die overtuigt haar ervan dat ze geen schilder, maar een beeldhouwer is.

Haar eigen carrière begint pas echt in New York, waar ze in 1938 met haar echtgenoot, de joods-Amerikaanse kunsthistoricus Robert Goldwater, overhaast naartoe verhuist. Ze installeert haar atelier op het dak van haar woning, waar ze de rijzige wolkenkrabbers en de lucht om zich heen als een opluchting ervaart na de volgepropte huizen uit haar jeugd. Naast de drukte van de komst van haar drie zoons begint ze serieus beelden te maken. Ze heeft haar eerste galeriesolo in 1945. Diverse tentoonstellingen volgen en in 1956 koopt het Whitney Museum of Modern Art in New York het beeld One and the Others aan.

Prijzen

Door de dominantie van het Abstract Expressionisme blijft Louise Bourgeois, wier werk daarmee niets te maken heeft, wat aan de zijlijn. Hernieuwde interesse volgt door een groot artikel in 1964 in Art International en de ontdekking van haar werk door feministische kunsttheoretici, zoals Lucy Lippard.

Vanaf dat moment volgt een onafgebroken rij tentoonstellingen en openbare opdrachten, ‘lifetime achievement awards’ en een medaille van Bill Clinton in 1997. Bourgeois was de eerste die in 2000 beelden maakt voor de Turbine Hall in de Tate Modern in Londen, onder andere een negen meter hoge Maman. In 2007 wijdden de Tate en het Centre Pompidou in Parijs een allesomvattend oeuvreoverzicht aan de kunstenaar.

Met de kunstgeschiedenis of haar eigen plaats daarin wenste Louise Bourgeois zich niet bezig te houden. Ze was al in de 80 toen ze zei: ‘Ondanks mijzelf werd ik deel van de geschiedenis. Ik pas in de geschiedenis als een vlo in het tapijt. Als zomaar een steen in de muur.’

Louise Bourgeois (AP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden